opinie

    • Caroline de Gruyter

Niet elke EU-crisis is existentieel

Ze zeggen weleens dat de Europese politiek saai is. Ondemocratisch. Gemaakt door techneuten. Achter gesloten deuren. Iedereen kent het liedje wel.

Maar dat was ooit. Tegenwoordig is het spannend. We hebben zowat elke maand een existentiële crisis die het eind kan inluiden van de Europese Unie „zoals wij die kennen”. We hebben al jaren aan de lopende band crises en de EU bestaat nog steeds. Misschien moet je zeggen: daaróm bestaat de EU nog steeds.

Bankencrisis, eurocrisis, Brexitcrisis, vluchtelingencrisis, Catalaanse crisis – sinds midden jaren 2000 rollen crises, met bijbehorende crisistoppen, op miljoenen televisieschermen voorbij. Veel Europeanen zeggen dat het ze weinig kan schelen. Europa, pfff. Intussen heeft iedereen een mening. Over de ECB. Over Orbáns immigratiebeleid. Over Merkel, Macron, Italiaanse staatsschuld, rotzooi in Griekse kampen. Deadlines verlopen, politici gaan, maar de EU „zoals wij die kennen” blijft steeds maar bestaan. Zelfs premier Rutte is daar dankbaar voor.

Amerika heeft een immigratieprobleem. Peuters werden van hun ouders gescheiden en mochten hun arm niet om hun huilende broertje slaan. De president verdedigde het en maakte vervolgens een U-turn. Drama van de bovenste plank. Noemt iemand deze crisis „existentieel” voor Amerika?

Europa heeft ook een immigratieprobleem. De jongste crisis komt uit Duitsland. Daar zakte het aantal asielaanvragen in mei voor het eerst sinds 2015-2016 onder de tienduizend. Maar de CSU in Beieren zit in de hoogste electorale versnelling. Eerst moesten openbare gebouwen zoals scholen pontificaal een kruis aan de muur hangen. Toen de camera’s weg waren, haalden ze die kruizen weer van de muur. Daarna verzon de CSU wat nieuws. Ze zette Merkel voor het blok: grenzen sluiten voor asielzoekers die elders al asiel aanvragen, of wij blazen de regering op! Maar Europa heeft Schengen. Er zijn geen binnengrenzen. Daarom gaat dit heel Europa aan.

Europa heeft geen goede migratiepolitiek. Toen de binnengrenzen voor Schengen werden uitgegumd, verloren lidstaten greep op het migratiebeleid. Dat wisten ze. Omdat migratie daarmee een Europees issue werd, deed de Europese Commissie van 2000-2004 allerlei voorstellen voor een collectief beheer: een sterke Europese grenswacht, dezelfde asielwetgeving binnen Schengen om asielshopping te voorkomen, enzovoort. Maar de lidstaten schoten die voorstellen af. Ze vonden het onnodig. En „waar bemoeide de Commissie zich mee”? Frontex kreeg anderhalve man en een paardenkop, en een minibudget. Landen harmoniseerden hun asielwetten nauwelijks.

Toen kwam de crisis van 2015. Regeringen gaven, als altijd, Europa de schuld. Dit is een ernstige crisis. EU-landen moeten doen wat ze destijds nalieten – een Europese migratiepolitiek optuigen –, ditmaal onder barre politieke omstandigheden. Allen willen het onderste uit de kan. Drama! Deze week zijn er twéé Brusselse toppen over migratie.

Maar een existentiële crisis is dit niet. Er is geen alternatief voor de Europese aanpak. Zelfs Viktor Orbán heeft, toen er even niemand keek, keurig zijn Europese quotum vluchtelingen opgenomen. Hij benadrukt altijd dat hij een goede Europeaan is omdat hij Europese buitengrenzen bewaakt. Dat de EU uit elkaar klapt, dat er geen Schengen meer is en dat economieën dan inzakken, is voor hem geen optie. Orbán wil de EU hervormen, niet opblazen.

Laten we ophouden elke Europese crisis „existentieel” te noemen. De EU is geen ad-hocclubje dat je zo omverblaast, maar een systeem verankerd in verdragen en wetten. Het is niet perfect, maar biedt Europese landen die veel te verliezen hebben structuur en bescherming in een wereld waarin brute macht weer norm wordt. Zelfs de Britten willen ervan blijven profiteren. De EU zal Merkel overleven, zoals Amerika Trump overleeft.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.