2011 wordt 't jaar van de waarheid

Het gaat steeds slechter met de nationale volleybalteams.

Misschien kunnen de vrouwen zich volgend jaar nog plaatsen voor de Spelen in Londen van 2012.

Zijn toon wordt nóg dwingender als Ron Zwerver over de vorderingen van het talentteam spreekt. Natuurlijk, het nieuwe opleidingstraject voor volleyballers is nog maar drie maanden oud. Een beetje vroeg om conclusies te trekken, weet ook de oud-international, die met een beslissende klap het Nederlands volleybalteam in 1996 aan historisch olympisch goud hielp. Maar toch, Zwerver is niet helemaal tevreden. „Oké, ik ben ongeduldig, een volleybaldier dat kennis wil doorgeven. Maar daar zijn de spelers nog niet aan toe. Ik ben ze verdomme aan het opvoeden.”

De parallel met de nationale volleybalploegen is snel getrokken. Zowel bij de vrouwen als de mannen blijven de resultaten achter bij de verwachtingen. Maar Zwerver is ervan overtuigd dat zijn initiatief om volleyballers van zestien en zeventien jaar in een kostschoolsetting een opleiding van internationaal niveau aan te bieden over een tiental jaren tot terugkeer aan de wereldtop zal leiden.

Vooralsnog is hij op de Hogeschool van Amsterdam achterstanden aan het wegwerken. Waarna Zwerver zich de vraag stelt van welk talent hij coach is. „Van de bewustwording”, constateert hij. „Terwijl ik had gehoopt dat de spelers verder zouden zijn. Het gaat om de intrinsieke motivatie. Van één speler hebben we al afscheid moeten nemen, omdat hij de discipline te beklemmend vond.”

De slechte staat van het Nederlandse volleybal gaat Zwerver aan het hart. Daarom heeft hij in samenwerking met trainer Koos Klein de opleiding zelf ter hand genomen. Dat was naar zijn mening dringend gewenst, omdat de jonge spelers fysiek steeds verder achterop raken. En de gevolgen zijn schrijnend zichtbaar. Het nationale mannenteam is dusdanig gezakt in niveau dat het zich niet meer voor EK’s en WK’s plaatst, laat staan voor de Olympische Spelen.

Bij de vrouwen is volgens Zwerver de situatie minder alarmerend, maar hij vreest bij het zondag afgesloten wereldkampioenschap in Japan de eerste tekenen van verval te hebben gesignaleerd. De tegenvallende elfde plaats voor Nederland stemt hem somber. Zwerver mist persoonlijkheden in het nationale vrouwenteam. Hij ziet niemand opstaan als het tegenzit.

Chris Mast heeft dat ook gesignaleerd. De voormalige internationale scheidsrechter, oud-hoofdredacteur van het voormalige blad Volleybal en nog steeds kritisch volger van de sport, zet zijn vraagtekens bij het functioneren van Avital Selinger. Hij vindt dat de bondscoach te weinig een spiegel krijgt voorgehouden. „Avital duldt geen sterke persoonlijkheid naast zich, terwijl je bij andere topcoaches ziet dat zij wel ruimte bieden aan assistenten. Ik zag hem in de voorbereiding op het WK in een oefenwedstrijd tegen Cuba een curieuze fout maken. Hij bracht bij een stand van 24-24 voor de opslag Janneke van Tienen in, die normaal als libero speelt en dus nooit serveert. Ik kon mijn ogen niet geloven. ”

Mast vindt dat de verwachtingen in Nederland niet bij de realiteit aansluiten – „je kunt zeggen dat we jarenlang boven onze stand hebben geleefd”. Hij meent ook dat de nieuwe puntentelling de krachtsverhoudingen heeft verkleind – „een factor waarover weinig wordt gezegd”. En hij mist in analyses de politieke en economische aspecten – „hoe meer geld des te meer kans op succes”.

Voor Toon Gerbrands, die voor zijn tijd als directeur algemene zaken van voetbalclub AZ als bondscoach met de mannenvolleyballers Europees kampioen en vijfde op de Spelen werd, constateert dat de nationale teams groter zijn dan de sport. „Het volleybal mist de grote contracten en dus de grote competities. Als de nationale teams wegvallen, is de sport ook bijna weg. Bondsdirecteur Marcel Sturkenboom en technisch directeur Bert Goedkoop moeten snel met plannen komen. Want er is iets grondig mis. De sport is bijna verdwenen uit de publiciteit. De volleybalbond is intern gericht; er wordt te weinig afgerekend op resultaat. In dat opzicht moet er een doorbraak in denken komen.”

Gerbrands wordt opstandig als hij refereert aan het bondsbesluit het mannenteam niet in te schrijven voor de World League, de mondiale competitie van de zestien sterkste landen. „Daarmee wordt een halve generatie volleyballers afgeschreven”, fulmineert hij. „De ambitie is verdwenen, uitgerekend de eigenschap waarmee Nederland groot is geworden. Een sport zonder ambitie glijdt af. Ik stel op afstand vast dat de bond bij de mannen opleiden boven presteren stelt. Zeg dat dan, wees daar eerlijk over. Wat me verbaast is de stilte over deze stap. Joop Alberda en ik hebben wat geroepen, verder hoor ik niemand.”

De ambitie die Gerbrands mist, brandt volop bij Zwerver. Maar hij kiest bewust voor de opleiding van nieuwe topspelers. De huidige mannenselectie is naar internationale maatstaven gerekend niet goed genoeg, oordeelt de 463-voudige international. Iedereen speelt in het buitenland. Wekelijks staan ze tegenover buitenlanders en kunnen ze zich bewijzen tegenover de bondscoach. Maar in het Nederlands team ziet hij dat niet terug.

Zwerver heeft zijn conclusies getrokken en investeert in het talentteam, dat geen competitie speelt maar is opgezet om spelers letterlijk sterker te maken. Want fysiek staan de volleyballers van de toekomst er volgens hem slecht voor. „Ze moeten belastbaar zijn om het benodigde aantal trainingsuren voor internationaal volleybal aan te kunnen”, zegt Zwerver. „Maar na intensieve krachttrainingen kunnen ze lang niet altijd de baltraining aan. Daarom heb ik ze in september meegenomen naar het WK in Italië. Om met eigen ogen te zien hoe breed de schouders van topspelers zijn en hoe ongelooflijk hard die jongens slaan.”

Als ze achttien zijn en de opleiding voltooid is, hoopt Zwerver twee à drie spelers aan het nationale team te kunnen afleveren. De rest zal zijn weg wel vinden in de Nederlandse competitie, denkt hij. En daarvan gaat het niveau ook omhoog, verwacht Zwerver. Waarmee de tijd voorbij zal zijn dat een jeugdige ploeg als VC Nesselande landskampioen kan worden.

Een ontwikkeling waaraan ook Mast zich ergert. „Het was een dieptepunt dat bij de mannen het opleidingsteam HvA vorig seizoen bijna de titel greep. En kijk naar de huidige vrouwencompetitie. Landskampioen TVC Amstelveen kon amper een team op de been brengen en Weert en Longa ’59 gingen failliet. Het probleem is structureel, omdat de grote clubsponsors ontbreken. Delta Lloyd/AMVJ en Starlift/Blokkeer waren grote clubnamen. Kijk nu naar de A-Leagues. Dan zie ik Kindercentrum. Waar komt dat vandaan? Voormalig bondsvoorzitter Piet de Bruijn riep altijd dat hij geen invalidewagentjes als sponsornaam wilde. Kijk naar de huidige clubnamen en stel je de vraag op welk niveau we zijn aangeland.”

Hoewel bondsvoorzitter Hans van Nieukerke zijn ogen niet wil sluiten voor de werkelijkheid, waakt hij voor negativisme over het niveau. Hij neemt het woord golfbeweging in de mond en wijst op initiatieven om de competitie te versterken en de opleiding te verbeteren met regionale trainingscentra. Hij vraagt om geduld. Maar dat er na de teleurstellende resultaten iets met de nationale teams moet gebeuren, erkent ook Van Nieukerke. „Ik loop niet op zaken vooruit, maar de komende weken spreekt technisch directeur Goedkoop met de bondscoaches Selinger en Peter Blangé.”

En hoe wordt bij sportkoepel NOC*NSF, medefinancier van het vrouwenprogramma, tegen de tegenvallende prestaties aangekeken? Technisch directeur Maurits Hendriks: „Ik vind het te vroeg om de vrouwenploeg af te schrijven voor ‘Londen 2012’. Maar één ding is duidelijk: 2011 wordt het jaar van de waarheid.”