Wat komt er na de bommen?

De militaire operatie in Kandahar is de belangrijkste van de hele oorlog.

Maar de NAVO heeft geen duidelijke strategie voor het opbouwen van lokaal bestuur.

Over Dragon Strike, de operatie rond Kandahar die ruim een maand geleden begon en de belangrijkste van de Afghaanse oorlog moet zijn, wordt opmerkelijk weinig bekendgemaakt. De commandant van de buitenlandse troepen, Petraeus, zegt dat de strijd „sneller verloopt dan verwacht was”, daarbij negerend dat de operatie herhaaldelijk is uitgesteld. Maar over de component die daarop moet volgen – het opzetten van een betrouwbaar Afghaans bestuur – is tot nu toe gezwegen.

Kandahar, de grootste stad van het oorlogsgebied in Zuid-Afghanistan, heeft grote symbolische waarde omdat de Talibaan daar begonnen is. De afgelopen jaren was de macht er grofweg verdeeld tussen de Talibaan en Ahmed Wali Karzai, halfbroer van de president en voorzitter van de provinciale raad. De gouverneur kwam er nauwelijks aan te pas, de Canadese militairen van de NAVO-missie ISAF hebben door onderbemanning de situatie nooit kunnen verbeteren.

De Amerikaanse president Obama stuurde deze zomer 30.000 extra militairen naar het zuiden met het veiligstellen van Kandahar als belangrijkste doel. Haast is nu geboden: ISAF moet resultaten laten zien voor de NAVO-top in Lissabon deze week, en voor Obama’s evaluatie van zijn Afghanistanstrategie in december. Petraeus denkt de opstandelingen zo ver in het nauw te kunnen drijven dat zij bereid zijn tot een akkoord met de regering-Karzai, waardoor de VS in de zomer kunnen beginnen met terugtrekking van de militairen.

Militaire resultaten zijn er inmiddels, al blijft het de vraag hoe goed die behouden kunnen worden. De districten Arghandab, Panjwayi en Zhari waren in handen van de Talibaan, maar zijn nu grotendeels ingenomen. „Ik denk dat de meeste [rebellen] zijn vertrokken voordat de operatie begon”, zei Ahmed Wali Karzai onlangs tegen internationale persbureaus. Talibaanstrijders die achterbleven zijn gedood bij zware bombardementen of door operaties van special forces. Journalisten die met de Amerikaanse militairen meereizen, merken dat er nauwelijks nog gevochten wordt.

Christa Meindersma, adjunctdirecteur van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies, keerde onlangs terug van een reis naar Afghanistan waarbij ze Kandahar aandeed en met Petraeus sprak. „Als je vraagt naar de resultaten geeft hij je aantallen gedode en gevangengenomen Talibaanstrijders. Ik vond dat veelzeggend, omdat het gaat om wat er na de militaire operatie komt, en die resultaten zijn onduidelijk. ISAF kent maar één recept voor lokale bestuursopbouw: vertegenwoordigers van de centrale overheid erheen sturen en die proberen te ondersteunen.”

ISAF paste dat recept dit voorjaar toe in Marjah, in de provincie Helmand. De „overheid-in-een-doosje” die na een offensief werd geïnstalleerd, bleek een gouverneur te hebben met een strafblad in Duitsland. Veel Talibaan hadden hun wapens slechts tijdelijk neergelegd. Ze zullen het district niet meer onder controle krijgen, maar houden ISAF volop bezig.

„ISAF heeft nu begrepen dat je niet zomaar een overheid-in-een-doosje kunt uitrollen”, zegt Meindersma, „maar ze hebben geen alternatief. Tegelijkertijd zeggen veel Afghanen dat het opleggen van centraal gezag aan de dorpen niet kan werken, omdat de bevolking klem zit tussen de partijen. De mensen steunen de Talibaan niet, maar denken wel dat ze ermee moeten leren leven. Het grootste probleem is corruptie van bestuurders. De eerste behoefte van de bevolking is goede rechtspraak. De conflicten in hun leven gaan meestal over water en land, en leiden tot spiralen van geweld. Door het gebrek aan een functionerend rechtssysteem komen ze uit bij de Talibaan.”

De aanvallen van de NAVO-troepen leiden tot wraakacties van de Talibaan tegen lokale stamleiders, terwijl die juist nodig zijn voor de opbouw van het bestuur. In Kandahar is het overgrote deel van de ambtenarenposten niet ingevuld, meldde The Washington Post. „De overheid is nu zo lusteloos dat wij het werk moeten doen”, aldus een anonieme Amerikaanse functionaris. Maar zo eenvoudig ligt het niet: het bekleden van een overheidsfunctie in Kandahar is levensgevaarlijk. Tientallen lokale bestuurders en stamleiders zijn de afgelopen maanden vermoord.

Sinds kort steunt de Amerikaanse regering de gesprekken tussen de Talibaan en de regering-Karzai. Dat doet ze omdat dit het enige jaar is waarin ze voldoende manschappen hebben voor een poging om Kandahar onder controle te krijgen. Aangezien het duidelijk is dat het Afghaanse leger en de politie voorlopig niet sterk genoeg zijn om die controle over te nemen, zou een vredesakkoord een alternatief kunnen zijn.

Veel Afghanen geloven daar niet in, zegt Meindersma. „Zij denken dat er in een achterkamer wat geschoven wordt met privileges zodat er een deal kan worden gesloten. Daarna zal er verklaard worden dat het veel beter gaat met de veiligheid. Dan beginnen de troepen met terugtrekken, en met hen de media, en dan komt de achteruitgang. Sommigen vrezen al voor een burgeroorlog.”