Veiliger, niet waterdicht

Overvloedige regen in België leidt via regenrivier de Maas tot overlast in Limburg. Zes vragen over overstromingen en de aanpak ervan.

Het is weer zover. Er stroomt veel water door de Maas en dat geeft overlast, vooral in Limburg.

1 Hoe groot is de overlast?

Die is vooralsnog beperkt. Waterschappen hebben wegen en fietspaden moeten afsluiten. Dijkwachten maken hun rondes. Een enkele sinterklaas moest de boot laten liggen en te voet komen, zoals in Herten bij Roermond.

2 Zijn overstromingen als in België hier te verwachten?

Die kans is niet groot. Door veel regen kan lokaal overlast optreden, zoals ondergelopen kelders. Ook beken en kleinere rivieren kunnen buiten hun oevers treden. Maar grote overstromingen van Maas en Rijn hoeven we niet te verwachten. In 1995 moesten 250.000 mensen hun huis uit wegens een dreigende overstroming van de Betuwe. Dat is ditmaal niet aan de orde.

3 Waarom horen we zo vaak van overlast in Limburg?

Omdat de Maas een typische regenrivier is. Deze overlast hoort, zeggen waterdeskundigen, eigenlijk bij een rivier als de Maas. Als het langdurig en hard regent, stroomt de Maas in Frankrijk en België snel vol met veel water uit talloze zijrivieren en beken. Deze watergolf spoelt naar Nederland. De Rijn is, behalve van regen, ook afhankelijk van smeltwater en is veel breder dan de Maas.

4 Is dit land beter beschermd dan het buitenland?

De Nederlandse veiligheidsnormen zijn veel hoger dan in het buitenland. Dichtbevolkte delen zijn beveiligd tegen een overstroming waarvan de kans per jaar één op 10.000 is. Zeeland moet het doen met een veiligheidsnorm van één op 2.000. Het grootste deel van het rivierengebied loopt een kans van eens in de 1.250 per jaar. De meeste kans op relatief kleine overstromingen maakt het gebied langs de onbedijkte Maas in Limburg. Nu is de kans op overstroming één op 50. Over een paar jaar is dat één op 250. Dan zouden de Maaswerken zijn afgerond: verdieping van de rivier, hoogwatergeulen in de uiterwaarden en bouw of verhoging van kaden.

5 Zijn we in de toekomst nog voldoende beschermd?

Vermoedelijk wel. Na de overstromingen in 1993 en 1995 is besloten de rivieren meer ruimte te geven. Dit programma, Ruimte voor de Rivier, is over enkele jaren klaar. Aan kades en dijken is ook nog veel te verbeteren. Twee maanden geleden bleek dat zo’n achthonderd kilometer dijk langs de rivieren, de grote meren en de zee niet voldoet aan de normen voor veiligheid. Dat is bijna een kwart. Verder is er het Deltaprogramma. Daar heeft het vorige kabinet vanaf 2020 jaarlijks één miljard euro voor gereserveerd. Dat programma houdt ook rekening met klimaatverandering: een hogere zeespiegel en meer rivierwater. Hoe die plannen eruit zien, is nog geen uitgemaakte zaak.

6 Dus alles is in orde?

Nee. Of huizen onderlopen, hangt óók af van maatregelen die gemeenten, provincies en waterschappen nemen. Zo kan regen flinke ellende veroorzaken als de rioleringen niet groot genoeg zijn om water te verwerken, of als er onvoldoende waterbuffers zijn aangelegd. Een voorbeeld van zo’n maatregel is de parkeergarage in het Rotterdamse Museumpark, die in nood overtollig regenwater kan bergen. Ook gevaarlijk is het bouwen in uiterwaarden van grote rivieren. Dat gebeurt niet vaak meer, maar de neiging ertoe bestaat wel. Vooral als er lange tijd geen overstroming is geweest.