Snörink taartvormpjes

Er zijn meerdere manieren om bij mijn vriend een trillend spiertje bij zijn oog te veroorzaken, maar een van de meest effectieve is toch wel: „Hee, wat ik nog wilde zeggen: ik wilde vanavond eigenlijk even naar de Ikea. Met jou.” Om de doodsklap vervolgens vakkundig af te maken met: „Nou, ik heb niet echt

Er zijn meerdere manieren om bij mijn vriend een trillend spiertje bij zijn oog te veroorzaken, maar een van de meest effectieve is toch wel: „Hee, wat ik nog wilde zeggen: ik wilde vanavond eigenlijk even naar de Ikea. Met jou.” Om de doodsklap vervolgens vakkundig af te maken met: „Nou, ik heb niet echt iets nodig. Ik wilde gewoon even… een beetje rondsnuffelen.” Volgens mijn lief zijn er meer dappere zielen gebroken rond de PAX-ophangsystemen dan op een willekeurig Middeleeuws slagveld.

Ik daarentegen, houd vurig van de struise Zweedse. Tevreden kuier ik langs de ingerichte minihuiskamers, waarbij ik probeer te bedenken wie daar zou kunnen wonen (een halfzachte wereldreiziger met een voorliefde voor riet, een bankmedewerker die wanhopig yup speelt, een barse huismoeder) en doorzoek nieuwsgierig elke afdeling. Uiteindelijk koop ik een draakvormige pastaschep en weet dat mijn bezoek weer zin heeft gehad.

Dit keer moest ik écht naar de Ikea. Uiteraard ga ik het liefste met iemand die het óók als een uitje ziet. Iemand die de schoonheid herkent in douchegordijn Snöa of lamp Jansjö, iemand die baalt dat hij niet in de ballenbak mag en als een zeehond in zijn handen klapt om de softijsjes van 50 cent. Maar die mensen waren dit keer niet voorhanden. Mijn vriend bood het vervolgens zelf ruiterlijk aan, waardoor ik voor de keus stond: het opofferen van zijn levensgeluk. Of rolgordijnen.

Het was druk, ook al was het al half acht. Te midden van stelletjes en luidruchtige gezinnen zochten we haastig naar de spullen. Toen ik eindelijk een bed had uitgezocht, bedacht ik zo’n drie afdelingen en kilometers later dat het de verkeerde maat was. We moesten terug. Omdat ik het niet de moeite had gevonden om een tas te pakken, zeulden we allebei met een kluwen losse spulletjes in onze handen. Weer een aantal kilometers verder bleken de rolgordijnen die ik had uitgezocht niet verduisterend. Een bepaalde plank was enkel te halen in een ander magazijn. Toen ik iets uit de stelling wilde pakken was het er niet meer in de goede kleur.

Inmiddels riep een zalvende stem om dat het tien voor negen was en Ikea zou gaan sluiten, waren mijn voeten heet en begon ik aardig te merken dat mijn avondeten had bestaan uit een broodje kaas. Ik had nog het meeste zin om een Billy boekenkast op me te laten storten. „We hebben bijna alles toch”, troostte mijn vriend. Ik knikte.

Terwijl we in de rij voor de kassa stonden viel mijn oog op iets: „Snörink taartvormpjes!” riep ik uit. „Kijk nou, ze zijn GEWELDIG!” Weer opgetogen pakte ik mijn lief bij de arm: „Ach, dan hebben we nu niet alles. Moeten we gewoon maar snel een keer terugkomen. Softijsje?”

En nu zit dat trillende spiertje er de hele tijd.