Column

Ontwikkelingshulp Vodafone: schilder heel Ghana rood

Ghana is niet alleen een ontwikkelingsland, maar ook een groeimarkt voor de telecomindustrie. Daarom is het zaak zelfs de sloppenwijkbewoner aan de mobiel te krijgen. Dat lukt aardig. Ghana kleurt Vodafone-rood.

vodafone

Vodafone levert aan honderdduizenden Ghanezen telefonie en internet. De provider heeft aan aandeel van 70 procent in het staatsbedrijf, dat inmiddels tot Vodafone Ghana is omgedoopt. De Ghanese medewerkers van Vodafone werken daar onder iets andere omstandigheden dan hun Nederlandse collega’s. Hun werkterrein is de file. Tussen de auto’s venten ze in een walm van uitlaatgassen beltegoedkaarten. Andere telecomgiganten, zoals het Zuid-Afrikaanse MTN, doen dat ook.

vodafone2

MTN doet nog meer: huizen geel verven. Met het logo erop, natuurlijk. Gewoon, omdat het kan. De bewoners krijgen daarvoor eenmalig 50 dollar. Een goede deal, ook voor de Ghanezen.

vodafone3
Vodafone wedijvert nu met MTN om wie de meeste huisjes in bedrijfskleuren kan spuiten. “Ook hutjes. En zelfs WC-hokjes worden niet gespaard”, weet Jasper Nieuwenhuisen. Hij was onlangs in Ghana en schoot de foto’s voor dit bericht.

Vodafone ‘koopt’ zo hele dorpen, meent hij. “En dat is het misselijke eraan.” Iedere Afrikaan mag van hem een mobiel, drukt hij Youp van ’t Hek op het hart. Maar of dat gepaard moet gaan met het ‘rood en geel verven’ van een land, betwijfelt hij. Een esthetisch, misschien zelfs ethisch vraagstuk.

vodafone_weg

Vodafone-woordvoerder Anniek de Ruijter: “Het schilderen van huizen maakt onderdeel uit van de marketingcampagnes van Vodafone Ghana. Bewoners van deze huizen doen vrijwillig mee en krijgen op deze manier een gratis verfbeurt voor hun huis en een voor Ghanese begrippen mooie vergoeding. Na navraag bij onze Ghanese collega’s blijkt dat bewoners hier erg enthousiast over zijn en graag meewerken. Alles gebeurt dus vrijwillig, in goed overleg en bewoners krijgen een aantrekkelijke vergoeding. Het mag duidelijk zijn dat deze vorm van marketing in Nederland wellicht op weinig medewerking kan rekenen. Dit neemt echter niet weg dat dit in een ander land met een andere cultuur en bijbehorende opvattingen wel heel goed kan werken, zoals blijkt uit de ervaringen van onze Ghanese collega’s.”