Luchtaanval

Soms vindt een mens zichzelf in onbegrijpelijke situaties terug. Vannacht zat ik omstreeks 3 uur rechtop in bed om bij het schaarse licht van een schemerlampje de tekst op de achterkant van een anti-muggenstift te lezen.

„Stick met Deet”, las ik, „beschermt de huid gedurende meerdere uren tegen muggen, steekvliegen, vlooien, mijten, teken en bloedzuigers. Beschermt tevens tegen tropische insecten, zoals de malariamug, de gele koortsmug en de tse-tse vlieg.”

Prachtig toch? Jammer alleen dat het vannacht niet hielp, zoals het trouwens ook in andere nachten nooit heeft geholpen. Je bewaart zo’n stick uit luiheid en ook in de wanhopige hoop dat je een lamme, der dagen zatte mug treft die de vlag strijkt bij elk flauw antimuggenluchtje. Maar die muggen bestaan niet, althans niet in mijn slaapkamer, en zeker niet in november. Muggen die november halen in de Amsterdamse binnenstad zijn overlevers.

Als Ajax drie van zulke muggen had, zou het nooit meer over Cruijff praten.

Mijn novembermug introduceerde zich kort na middernacht met de effen begroeting: „Hallo, hier ben ik, wij kennen elkaar niet, maar ik kom jou steken, klootzak.”

Snerp. Jank.

Onmiddellijk wist ik dat het oorlog was – en dat ik die oorlog ging verliezen. Het was een bitter lot. Je kunt het vergelijken met dat van een oudere gangster die zijn leven lang voor de slechte zaak gestreden heeft en een beetje zit uit te rusten in een onopvallend Italiaans restaurant in Brooklyn, als een jonge collega achter hem gaat staan, zonder zich voor te stellen, en piefpaf doet.

Voor mij was het extra wrang omdat ik in voorjaar en zomer een straf anti-immigratiebeleid had gevoerd, voor insecten in het algemeen en voor muggen in het bijzonder. Ze kwamen er niet meer in. Gezinshereniging, permanente verblijfstatus, asiel – ze konden het vergeten. Ik ging ook niet wachten tot ze een keertje crimineel werden om ze vervolgens uit te zetten – nee, elke mug was per definitie een crimineel die er nooit in mócht.

Dat geeft duidelijkheid. Ben je te coulant, dan heeft dat zeker op muggen een aanzuigende werking. Kutmuggetjes die stonden te klieren voor de kieren kregen onmiddellijk een dodelijke klap op hun kop.

Ramen ging ’s avonds vroeg dicht, horren verschenen op strategische plekken, lichten en vuren werden zoveel mogelijk gedoofd. Het kwam voor dat we ’s avonds bij het flakkerende licht van één kaars zaten te lezen. Het had iets spookachtigs, maar het gaf ook een avontuurlijk safarigevoel. En het hielp.

Tot vannacht dus.

Hoe is zij binnengekomen? (Ja, zij – het zijn de vrouwtjes die op je bloed uit zijn. Ik wil daar niets mee suggereren, ik stel vast.)

Daar zul je nooit achterkomen. Het had ook geen zin er lang bij stil te staan, omdat de luchtaanvallen al snel in golven kwamen. Snerp. Jank. Je bent kansloos. Ik kroop in mijn schuilkelder onder de dekens, maar ik wist dat ik daar vroeg of laat uit moest komen omdat het te benauwd zou worden.

Dat weet zij ook. Zij weet precies wat jij gaat doen. Eerst ga je haar, blazend van woede, tevergeefs zoeken. Dan neem je onverrichterzake je toevlucht tot zo’n belachelijke anti-muggenstift. Ten slotte geef je je gelaten over: een stervende op het slagveld, verlangend naar de eeuwige nachtrust.