Hoe komen bussen nou aan hun lijnnummer ?

Pieter-Paul Spiertz wil graag weten hoe buslijnen aan hun nummer komen. De meeste stadslijnen gaan volgens hem van 1 tot en met 15, maar hoe komen bussen aan obscure nummers als 325?

Laten we beginnen met een stukje geschiedenis. De eerste lijnnummers werden niet toegekend aan bussen, maar aan trams. Na de eerste paardentram van Den Haag naar Scheveningen in 1864 en de gastram eind 19e eeuw in Maastricht, verschenen er vanaf 1905 elektrische tramlijnen.

Maar door de snelle groei van het aantal lijnen werd besloten om de trams nummers te geven. Voor analfabeten werden de trams aangeduid met een kleur. In Amsterdam maken ze hier nog steeds gebruik van.

Iedere stad heeft tegenwoordig zijn eigen manier om de lijnen in het openbaar vervoer te nummeren. „De RET (Rotterdamse Elektrische Tram) introduceerde buslijnen in de jaren dertig”, zegt Astrid Krieg van het Openbaar Vervoer museum. „In eerste instantie waren dit nog letters: A, B enzovoorts. In de jaren vijftig zijn deze letters vervangen door cijfers, vanaf dertig, want de trams waren al genummerd tot 29.”

Om het verhaal van het Rotterdamse openbaar vervoer compleet te maken, zijn de vijf metrolijnen verbonden aan de hoofdletters A tot en met E. Ook deze lijnen zijn, als hulpmiddel, verbonden aan een kleur.

Maar hoe zit het dan met die extreem hoge nummers? Waarom is het zo moeilijk om een lijn te ontdekken bij de bussen op het station?

Volgens Herman Scholts, werkzaam bij het GVU (Gemeentelijk Vervoerbedrijf Utrecht) , zijn er geen exacte voorschriften voor het nummeren van bussen. „Bij de GVU hebben stadsbussen de nummers 1 tot en met 39. Daarna gaat het om de afstand: hoe hoger het nummer, hoe verder de rit.”

In Utrecht is geen specifiek systeem aan te wijzen. Sommige lijnen verdwijnen na verloop van tijd. Maar in nieuwbouwwijken moeten ook bussen rijden. Het kan dus zomaar gebeuren dat een lijnnummer op een ander traject terugkomt.

„Het is een creatief proces”, zegt Scholts. „Een buslijn moet herkenbaar zijn. In Leidsche Rijn hebben bijvoorbeeld alle bussen een nummer in de twintig.”

Tot eind 2011 heeft het GVU de zeggenschap over het openbaar vervoer in en rond de stad Utrecht. Na die periode wil het regionaal bestuur nagaan of een hernummering van het gehele openbaar vervoer in de regio mogelijk is. Zo willen ze voorkomen dat reizigers ooit nog een verkeerde bus instappen.

Mathijs Vuister