Hoe 'Anna' uit Nederland werd afgevoerd uit Birma

Journalisten kunnen alleen ‘undercover’ naar Birma om het nieuws te verslaan. Als ‘zakenreiziger’ of ‘toerist’. Maar het kan mis gaan. Verslag van een uitzetting.

Onwerkelijk en ontroerend was het om dit weekend te zien hoe duizenden Birmezen Aung San Suu Kyi stonden op te wachten. Dat ze dat durfden! Gewoonlijk spreekt men alleen fluisterend over The Lady, zoals Birmezen de oppositieleidster liefkozend noemen. Langs haar huis rijden kan al vragen opleveren van de geheime dienst.

Een kleine politieke demonstratie is in Birma genoeg om te worden opgesloten. Zoals in de documentaire Burma VJ, waarin is vastgelegd hoe een demonstrerende activist in Rangoon binnen enkele minuten door mannen in burger in een busje wordt gedwongen. Het laat zien: de spionnen van de geheime dienst zitten overal.

Zelf ondervond ik dat ook, toen ik vorige week Birma uit werd gegooid. Net als andere verslaggevers was ik onder valse voorwendselen het land binnengekomen, want buitenlandse journalisten worden geweerd. Bij mijn visumaanvraag had ik een nette brief ingeleverd van mijn zogenaamde werkgever; toen de ambassade naar mijn ‘kantoor’ belde, deed ik alsof ik mijn eigen secretaresse was. Het lukte: ik mocht naar binnen, op tijd voor de verkiezingen.

Alles wat je in andere landen doet om verslag te doen, kan vervolgens niet. Meteen na aankomst naar de winkel rennen om een simkaart te regelen? Verdacht. Bellen om een afspraak te maken gaat omzichtig, want wie luistert er mee? „Hoi, ik ben ‘Anna’ uit Nederland en ik heb je nummer van ‘John’. Heb je misschien tijd om af te spreken?” Bizar genoeg zeggen veel contacten ja; zij zijn het gewend.

Gelukkig is er in Rangoon genoeg te zien, want tussen gevoelige afspraken door ga je de toerist uithangen bij een pagode om die jonge man met zijn witte blouse af te schudden, die al een tijd achter je aan loopt. Of beeld ik me dat in? Het duurt niet lang voordat complete paranoia toeslaat.

Bij mij ging het mis toen ik een politicus had ontmoet. Dat moet gezien zijn door een van die onzichtbare geheime dienstmannen. Of was er toch iets anders? Alle ontmoetingen passeren in je hoofd de revue. Vond die vrolijke bootsman me misschien te nieuwsgierig over de verkiezingen?

In elk geval stond na twee zenuwachtige dagen, waarin steeds duidelijker werd dat het mis zou gaan, een nerveuze hotelmanager aan mijn ontbijttafel. „Het spijt ons vreselijk mevrouw, maar in de lobby zit de immigratiedienst en die wil dat u naar het vliegveld vertrekt om terug te gaan naar uw eigen land.” Dat was dat. De immigratieman in burger deelde in slecht Engels mee dat hij ook niet wist waarom: orders van de regering.

Door vier man immigratiedienst werd ik afgevoerd naar het vliegveld. Daar had ik nog net tijd om twee simkaarten met nummers van contacten door de wc te spoelen, hopend dat de strenge immigratiedame voor de toiletdeur niets zou merken. Nadat drie mannen in burger me van alle kanten hadden gefotografeerd, begeleidde de baas uitzettingen me tot aan de vliegtuigdeur. „Het spijt ons heel erg, mevrouw”, zei hij met een klein buiginkje. Alles uiterst beleefd, maar daardoor niet minder dreigend.

Helaas moest ik de vrijlating van Aung San Suu Kyi dit weekend dus volgen op televisie. Duizenden hadden geluisterd naar haar motto ‘Vrijheid van Angst’ en waren naar haar huis gegaan. Maar hoeveel duizenden zijn er thuisgebleven? De massa stond vol mannen van de inlichtingendienst die alle aanwezigen vastlegden.

Betekent juichen voor Aung San Suu Kyi straks vervelende vragen in de buurt, baanverlies, of nog erger? Het zal nog wel lang duren voordat Birma écht vrij is van angst.