Hartstocht boven alles

Anders dan in zijn eerdere succesboeken beperkt Michael Cunningham zich dit keer tot één verhaal.

Maar opnieuw lezen we een dromerig-filosofische roman.

Nederland, Amsterdam, 17-5-2008 Kiss-Inn bij Homomonument.In het kader van de Internationale Dag tegen Homophobie organiseren de Stichting Homomonument en Pinq Radio op zaterdag 17 mei een Kiss-Inn bij het Homomonument. Na onze grote Kiss-Inn-Actie 3 jaar geleden op het Leidseplein is de veiligheid op straat voor homo's, lesbiennes, potten, poten, queers en iedereen die een beetje anders is nog niet veel verbeterd. Op het Rembrandtplein is afgelopen koninginnedag een model van de catwalk getrokken en gemolesteerd met vele mensen eromheen. Dit is maar een voorbeeld van de vele. De organisatie van Kiss-Inn vindt dat onacceptabel.   Wij willen in vrijheid kunnen leven, wonen, hand in hand op straat lopen en kussen. KISS-INN is een liefdevolle actie tegen het verbale en fysieke geweld dat homoseksuele vrouwen, mannen & transgenders nog altijd ten deel valt uit homofobie, verveling of domme agressie.Het op 5 september 1987 onthulde Homomonument is een monument ter herinnering aan de homo's en lesbo's die in de 2e wereldoorlog zijn vermoord. Het is ook een oproep tot waakzaamheid tegen homofobie en het is een inspiratie for homo's en lesbo's over de hele wereld. Foto Maarten Hartman

Met The Hours schreef Michael Cunningham een van de mooiste Amerikaanse romans van de jaren negentig. Het succesrijk verfilmde boek was een variatie op Mrs Dalloway, de modernistische klassieker van Virginia Woolf, en vertelde drie hartverscheurende verhalen: over een lesbienne op leeftijd in Manhattan, over de psychotische Woolf die aan een nieuw boek begint, en over een Wanhopige Huisvrouw in het Los Angeles van 1949. Geen opwekkende kost, maar wel een ontroerende mozaïekroman die je deed meeleven met de personages en troost bood met een moraal die makkelijk sleets had kunnen overkomen: het leven is misdadig, maar er zijn verzachtende omstandigheden: vriendschap, liefde en literatuur.

In zijn nieuwe roman houdt de 58-jarige schrijver het bij één verhaal. Maar dat neemt niet weg dat Bij het vallen van de avond een typische Cunningham is. Opnieuw lezen we over een personage dat zich op een kruispunt – om niet te zeggen crisis – in zijn leven bevindt: de midden-veertiger Peter Harris. Opnieuw bevinden we ons vooral in zijn geest en worden we getrakteerd op elegante innerlijke monologen. Opnieuw lezen we een dromerig-filosofische roman die getuigt van Cunninghams talent voor melancholieke zinnen en scherpe psychologische portretten.

‘Gelukkige man raakt in midlifecrisis’ – dat is de kortste samenvatting van Bij het vallen van de avond. Peter, een galeriehouder uit de New Yorkse middenmoot, is lang en tevreden getrouwd met Rebecca, de redactrice van een kunsttijdschrift. Hij staat op het punt om een Grootheid aan zijn stal toe te voegen en maakt zich eigenlijk alleen zorgen om zijn dwarse dochter, die zich als een verlate puber afzet tegen haar ouders. Maar zoals Peter zelf al denkt: ‘We tobben altijd om de verkeerde dingen.’ Zijn leven wordt namelijk niet door dochter Bea op losse schroeven gezet, maar door de jongere broer van zijn echtgenote – een beeldschone, drugsverslaafde homoseksueel.

Het wordt niet helemaal duidelijk waarom Peter als een blok valt voor deze Ethan, en ook niet of zijn onverwachte liefde voor een man het gevolg is van zijn diepverborgen onvrede met het leven óf juist het gevolg daarvan. Zijn coup de foudre is vergelijkbaar met die van de gemiddelde oude bok en het groene blaadje, en ook in zijn geval scheelt het weinig of hij vergooit zijn huwelijk voor een jonge potentiële geliefde die een spelletje met hem lijkt te spelen.

Cunningham schreef al eerder mooi en ongedwongen over homoseksualiteit. In Bij het vallen van de avond maakt hij duidelijk dat we Peter niet moeten zien als iemand die laat uit de kast komt, maar als een open mind die hunkert naar schoonheid. En terwijl we Peters verhaal lezen, denken we terug aan het motto van de dichter Rilke dat Cunningham aan zijn roman meegaf: ‘Schoonheid is niets anders dan het begin van doodsangst.’ Peter, hoe jong en succesvol ook, voelt de dood naderen en probeert hem op afstand te houden. Alstublieft God, bidt hij, breng iets op mijn pad wat ik kan bewonderen.

Rilke is bepaald niet de enige literaire verwijzing die Cunningham in zijn roman heeft gestopt. Zonder dat het koket of highbrow wordt, verbindt hij het verhaal van Peter met dat van Leopold Bloom (uit Joyce’ Ulysses), van de Grote Gatsby uit de gelijknamige roman van Scott Fitzgerald, en – impliciet – van de hoofdpersoon van Brideshead Revisited, waarin niet alleen verkapte homoseksualiteit een rol speelt, maar ook de funeste bemoeizucht van een familie die een zoon van zijn verslaving probeert af te helpen. De wereld van Peter – of liever van Cunningham – is er een waarin de modellen uit de wereldliteratuur er nog steeds toe doen.

Dat laatste ergert sommigen aan Cunningham, net als zijn hang naar sentiment, die soms overslaat in sentimentaliteit. Ik hou ervan, van zijn sensitieve zinnen en van zijn subtiel beschreven emoties. Het is het tegenovergestelde van spierballenproza. Weinig schrijvers komen weg met een literair-filosofische bespiegeling als de volgende: ‘Misschien zijn het uiteindelijk niet zozeer de deugden van anderen die we zo hartverscheurend vinden, als wel de bijna ondraaglijk schijnende herkenning wanneer we hen zien als ze heel diep zijn gegaan, in hun verdriet en vraatzucht en dwaasheid. Je hebt ook de deugden nodig – bepaalde deugden – maar we voelen niet mee met Emma Bovary of Anna Karenina of Raskolnikov omdat het goede mensen zijn. We voelen met hen mee omdat ze niet bewonderenswaardig zijn, omdat ze óns zijn, en omdat grote schrijvers hun al hebben vergeven.’

Alleen al voor zo’n laatste zinnetje lees ik Michael Cunningham.

Michael Cunningham: Bij het vallen van de avond (By Nightfall). Vert. Marijke Versluys. Prometheus, 256 blz. € 19,95