Eurohof beschermt tegen overheid

Zonder het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) zou de burger geen verdediging hebben tegen de luimen van zijn eigen overheid, betogen Jit Peters en Lauri-Anne Kapper.

Thierry Baudet heeft een bijdrage geschreven over mensenrechten en de politieke rol van de rechter (Opinie & Debat, 13 november). Daarin verkondigt hij opvattingen die niet onweersproken kunnen blijven.

Klassieke grondrechten als de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst zijn van oorsprong bedoeld als afweerrechten van de burger tegen de nationale overheid. Na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog kwam men tot de overtuiging dat de bescherming van grondrechten niet uitsluitend kon worden toevertrouwd aan nationale overheden. Daarom zijn de grondrechten geïnternationaliseerd. Naast de Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties is er het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten, en het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). Gedachte achter deze universaliteit van mensenrechten is dat mensenrechten een ieder toekomen waar ook ter wereld. Nergens ter wereld wil een mens gemarteld worden of zonder rechterlijk proces van zijn leven of vrijheid worden beroofd.

Van meet af aan heeft men beseft dat de bescherming van mensenrechten ten koste zal gaan van nationale soevereiniteit. Kritiek op schending van mensenrechten wordt dan ook veelal door ondemocratische regimes beantwoord met een beroep op soevereiniteit. Dat is wat Baudet nu doet ten opzichte van Nederland. Wel acht hij diplomatieke activiteiten op het gebied van mensenrechten toegestaan. Hoe geloofwaardig zijn die, als we het eigen huis niet op orde hebben?

Ten tweede worden grondrechten of mensenrechten gekarakteriseerd als rechten die het individu en minderheden toekomen. Die kunnen zich het minst makkelijk verdedigen tegen populaire meerderheden. Immers de Roma worden in Frankrijk niet beschermd door een parlementaire meerderheid.

Een derde kenmerk van de grondrechten is dat men ze kan handhaven tegenover de nationale overheid. Ze zijn meer dan opdrachten aan de wetgever zoals Baudet bepleit. Wat heeft men aan rechten, laat staan grondrechten, als men daar geen beroep op kan doen voor de rechter? Juist tegenover de eigen wetgever moet men ook beschermd kunnen worden.

Bij gebrek aan de mogelijkheid om wetten aan nationale grondrechten te toetsen is de Nederlandse burger – meer dan de Duitse of Franse burger – afhankelijk van het EVRM en het Hof in Straatsburg (EHRM). Dat kunnen we de rechters in Straatsburg moeilijk verwijten.

De rechtsstaat wordt naast andere elementen vooral gekenmerkt door de bescherming van grondrechten en door een onafhankelijke rechter. Daaraan ontleent de rechter zijn legitimiteit. Dat lijkt Baudet te zijn vergeten wanneer hij het over het gebrek aan legitimiteit heeft van de rechter. Is het EHRM nu uitsluitend op macht uit en politiek bezig? Treedt het in de plaats van de democratisch gekozen parlementen?

Baudet wil het ons doen geloven maar gaat daarmee kort door de bocht. Politici volgen een politiek programma, een regeringsprogramma of zelfs een gedoogakkoord. Hun visie op de bescherming van mensenrechten wordt gekleurd door hun wensen om dat programma te realiseren. Het EHRM heeft zo’n politiek programma niet. Het is in dit opzicht onpartijdig. Het maakt ook geen wetgeving. Het komt alleen in actie wanneer er een concreet geschil is waarbij een burger een beroep doet op zijn mensenrechten. Vanwege zijn politieke onafhankelijkheid is het EHRM in een betere positie om de rechten van individuele burgers of minderheden te beschermen. Als Baudet dat politiek wil noemen, dan moet hij wel onderkennen dat die politiek niet vergeleken kan worden met het politiek bedrijven van politici.

Vormt nu het toetsen aan fundamentele beginselen zoals grondrechten een bij uitstek politieke activiteit zoals Baudet stelt? Hij heeft gelijk wanneer hij stelt dat de betekenis van die rechten vaak niet voor altijd vaststaat en soms vaag is. Maar betekent toetsing daaraan dat rechters daar minder toe in staat zijn? De rechter in Nederland is niet anders gewend dan aan vage normen te toetsen zoals redelijkheid en billijkheid, zorgvuldigheid en goede trouw. Dat maakt hem nog niet politiek.

Baudet heeft een punt wanneer hij stelt dat anders dan op het nationaal niveau ‘checks and balances’ ontbreken ten opzichte van het EHRM. Maar het EHRM gaat wel in discussie met nationale rechters zoals de Engelse en nationale constitutionele hoven zoals in Duitsland. Zij spreken soms het EHRM in Straatsburg tegen. Daarmee ontstaat een discussie. Helaas volgt de Nederlandse rechter slaafs de oordelen van het EHRM, omdat wij geen constitutioneel toetsingsrecht kennen.

Aan de andere kant gunt het EHRM de nationale wetgever ruimte om grondrechten te interpreteren en toetst die marginaal door de ‘margin of appreciation’. Vooral als het om morele of religieuze kwesties gaat gunt hij de nationale wetgever veel ruimte. Hier slaat Baudet dan ook de plank mis wanneer hij als voorbeelden van machtsusurpatie van het EHRM het recht op leven, op abortus en euthanasie noemt. Juist bij deze kwesties houdt het EHRM rekening met het feit dat daarover in verschillende landen verschillend gedacht wordt.

Ook over het concept democratie denkt Baudet wat simplistisch. Democratie betekent meer dan de helft plus één. Het betekent ook de bescherming van rechten van politieke minderheden. In dit opzicht overlapt het concept van democratie dat van de rechtsstaat en daarom spreken we liever over de democratische rechtsstaat. Overname van onze democratie door Straatsburg klinkt dan ook wat te simpel.

In de Verenigde Staten worden rechters benoemd door de president op basis van hun politieke achtergrond. Dat is waar. Maar na benoeming gaan de rechters hun eigen weg en tonen ze vaak hun politieke onafhankelijkheid. President Eisenhouwer noemde de benoeming van de republikein Earl Warren zijn grootste politieke fout. Onder de ‘conservatief’ Warren ontwikkelde zich het meest progressief-liberale Hooggerechtshof. Zo bracht het de rassensegregatie in het zuiden tot een einde. En ondanks de benoeming van conservatieve rechters door Bush en Reagan, heeft het hof het recht op abortus nog steeds in stand gelaten.

Wanneer we ervoor zouden kiezen om de grondrechten te bezien als opdracht aan de wetgever en de bescherming uitsluitend over te laten aan de wetgever, dan laten we de burger in de kou staan en draaien we de klok meer dan 65 jaar terug.

Jit Peters is hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Lauri-Anne Kapper is studente rechten. Thierry Baudet, die het omstreden essay schreef, studeerde in 2007 af bij Peters.