En overlopende kanalen in Vlaanderen

België raakte dit weekend volledig ontwricht door overstromingen. Het leidde tot verdeeldheid. ‘Krijg ik minder zandzakken omdat ik geen Vlaming ben?’

Overstromingen in België. Hier Geraardsbergen. © Eric de Mildt

Het water komt tot in haar achtertuin, haar kelder is al volgelopen. Giselle Marchant (57), secretaresse maar nu werkloos, laat de drie zandzakken zien die ze kreeg van de gemeente Beersel, waar haar dorp Lot bij hoort. Of eigenlijk kreeg ze er maar twee, ze nam er drie mee. „Er zijn ook huizen waar er wel tien liggen.”

In Beersel, zo’n tien kilometer van Brussel, waren gisterochtend bijna vechtpartijen uitgebroken bij de vrachtwagens met zandzakken. Er werden ook zakken gestolen die al bij huizen en winkels waren neergelegd. Het kanaal Brussel-Charleroi dat door de gemeente loopt, stroomde over. Honderden huizen werden ontruimd door de politie en het leger, een paar straten stonden blank. Er waren dijken die het niet meer hielden en bij de sluizen spoot het water een paar meter omhoog, stukken van de oever spoelden weg.

In andere delen van België kwamen het afgelopen weekend drie mensen om door de stroom water, de bewoners van ruim 2.000 woningen werden geëvacueerd. In drie dagen viel er op sommige plekken zo’n tachtig liter water per vierkante meter – wat anders in één maand valt aan regenwater in de herfst. Pas gisteravond hield het op met regenen.

In het Vlaamse dorp Lot, waar de Belgische premier Leterme ’s middags nog was langsgekomen omdat hij er zelf vroeger had gewoond, dreigden toen nog meer straten onder te lopen. Dat gebeurde uiteindelijk niet, de brandweer was verderop water uit het kanaal in de Rupel gaan pompen en dat hielp. De korpschef van Beersel, Jozef Koeks, vindt het lastig om te zeggen of dat niet eerder had moeten gebeuren. „Het is zoeken en zoeken”, zegt hij door de telefoon. „Het was voor ons niet te voorzien dat het kanaal zou overlopen. Dat is nooit eerder gebeurd.”

In het dorp Lot gingen al verhalen over de sluis van het dorp: als de deuren eerder waren opengezet, zou een minder groot gebied zijn onder gestroomd, zeiden buurtbewoners. Maar dan had misschien wel de Brusselse gemeente Anderlecht wateroverlast gekregen. ‘Brussel’ zou hebben gezegd dat de sluis dicht moest blijven.

In de straat van Giselle Marchant was gisterochtend om half zes de politie komen zeggen dat iedereen weg moest. Marchant bracht haar vier poezen naar haar zus en kwam terug om de kelder leeg te pompen. Ze is Franstalig. Ze vertrouwt het niet, zegt ze: waarom kreeg zij maar twee zandzakken en niet meer? Omdat ze een klein huis heeft? Omdat ze geen Vlaming is?

De politie had haar wel doorgelaten om terug te gaan. De meeste anderen waren tegengehouden. Rudy Kips (44) bijvoorbeeld, werknemer van Belgacom. Die had zijn hond naar zijn ouders gebracht, maar daarna mocht hij zelfs niet meer zijn tandenborstel ophalen. Op zondagavond kijkt hij naar het journaal van zeven uur – in vormingscentrum Hanenbos waar hij kan overnachten, samen met zo’n dertig andere buurtbewoners die niet terecht konden bij familie of vrienden. Hij kijkt naar een interview met de Vlaamse milieuminister Joke Schauvliege. Die geeft toe dat er in het verleden te snel bouwvergunningen zijn gegeven voor overstromingsgebieden. Ze zegt ook dat Vlaanderen moet wennen aan wateroverlast, omdat het klimaat verandert. Maar dat het ook pech was: het gebeurt wel eens dat er zoveel regen valt, maar door eerdere regenbuien was de grond verzadigd geraakt.

Rudy Kips moppert als op televisie wordt gezegd dat ze voor de verzekering foto’s moeten maken van het water in hun huis, vooral als het op z’n ergst is. Hoe moet dat, als je niet terug mag?

Op zondag is er in Lot nog één straat waar 350 inwoners pas ’s avonds horen dat ze weg moeten. Maar in een basisschool waar al de hele dag geëvacueerden worden opgevangen, wachten hulpverleners voor niks. „Ze weigerden te vertrekken”, zegt korpschef Koeks. „Je kunt als politie dan moeilijk beginnen te vechten.”