Eindeloze dag op de schaatsbaan

Het publiek laat Thialf links liggen bij de seizoensopening.

Het schaatsen als kijksport is hard aan revisie toe als het internationale tv-zenders en kijkers wil blijven trekken.

13-11-2010, Heerenveen. Lege tribunes in het Thialf stadion tijdens de World Cup schaatsen. Foto Bas Czerwinski

Zelfs de omroeper van Thialf baalt. „Dames en heren, ik vind dat het wat stil is geworden in het stadion”, roept hij halverwege de tweede dag van de wereldbekerwedstrijden, als de tribunes vooral opvallen door lege plekken. De NOS zendt maar een deel van de races live uit, de Noorse omroep NRK is er nog wel, maar dreigt het schaatsen helemaal niet meer live uit te zenden. Is de schaatskoe te veel gemolken?

Wie het de directeur van Thialf vraagt, krijgt een deel van het antwoord. „Ik zou zelf ook geen 37,50 euro betalen voor een middagje schaatsen”, zegt Jarko Nieweg onomwonden, terwijl een oma van 74 zich met haar kleinzoon van 8 bij de kassa meldt. Ze kunnen zo doorlopen, want rijen zijn er niet. Wel moet ze 75 euro afrekenen. Trouwens, mevrouw: de scoreborden zijn kapot vandaag.

Natuurlijk, het is een post-olympisch seizoen. En natuurlijk ontbreken magneten als Sven Kramer, Erben Wennemars, Renate Groenewold en Annette Gerritsen. „Mijn marktwaarde is in elk geval weer gestegen”, grapt Kramer ’s ochtends tegen Nieweg, knipogend naar de lege tribunes. Op het affiche prijken altijd nog de namen van olympische grootheden als Mark Tuitert, Ireen Wüst en Shani Davis. Toch staan vrijdag op de Noordtribune welgeteld 74 kijkers. Schaatsbond KNSB, die de prijzen bepaalt, vindt niet dat het schaatsen te duur is. „Het is niet zo dat de KNSB zegt: kassa”, zegt voorzitter Doekle Terpstra. „De kosten zijn hoog.”

Maar de sport is hard aan revisie toe, denken critici als de Noorse olympisch kampioen Ådne Søndrål, NRK-commentator. „Het moet drastisch anders. Als tv-sport is schaatsen niet meer goed genoeg. De toeschouwers worden ouder en ouder. Als het niet vernieuwt wordt het een soort boogschieten. De NRK stopt over drie jaar als er niets verandert.”

De Noren klagen over langdradige uitzendingen die door de eindeloze dweilpauzes nauwelijks te plannen zijn tussen andere live-sporten als biathlon en langlaufen. „Dweilpauzes binnen de 5 of 10 kilometer moeten stoppen, dat scheelt al enorm”, zegt Søndrål. „Je moet terug naar kortere wedstrijden, geen uitzendingen van vier of vijf uur. Het schaatsen is te veel verwaterd. Het EK allround zal het niet overleven. Dat lijkt te veel op het WK allround.”

Ook de NOS doet het schaatsen in een post-olympisch jaar „een tandje lager”, zegt Maarten Nooter, hoofdredacteur Sport. De presentatie wordt nu gedaan vanuit Hilversum, en de kijkers krijgen minder live te zien op televisie. „Het is wat minder belangrijk dan vorig seizoen.” Enerzijds wil de omroep voorkomen dat het publiek al „schaatsmoe is voordat het seizoen echt begint”, anderzijds is het een kostenafweging, erkent Nooter. „Vanaf het NK allround doen we de presentatie weer ter plaatse.”

TV-commentator en oud-schaatser Martin Hersman denkt dat rigoureuze veranderingen onontkoombaar zijn om meer mensen op de ijsbaan te krijgen. „Je moet barrières weghalen. Het moet meer onder de mensen worden gebracht. Een nieuw Thialf zou in de Randstad moeten worden gebouwd. Je moet nu te veel moeite doen om schaatsen te zien. Vroeger waren de wedstrijden in Amsterdam en Oslo. De Noren hebben met Hamar hetzelfde probleem.”

Ook organisatoren en sponsors beseffen dat er iets moet veranderen. „Er zijn campagnes gevoerd om meer mensen te trekken”, zegt sportmarketeer Ron Mulder, zaakwaarnemer van Kramer en Wüst, en al 25 jaar betrokken bij het ‘vermarkten’ van het schaatsen. „We hebben geconcludeerd dat er te weinig uit is gekomen. Bij de NK afstanden vorige week was er ook te weinig publiek.”

Desondanks heeft Essent, hoofdsponsor van de internationale schaatsunie ISU, bijgetekend voor vier jaar World Cup. Maar woordvoerder Paul Boehlé erkent dat de trend hem zorgen baart. „Natuurlijk wil je als sponsor zoveel mogelijk exposure.” Maar volgens hem valt de belangstelling in de eerste weken altijd tegen. „Als je een wereldbeker hebt na Berlijn en Hamar, scheelt dat al een paar duizend toeschouwers. Er is nog weinig over geschreven.”

De theorie dat het publiek de laatste jaren overvoerd is met de sport, gaat er niet in. „Nederland consumeert schaatsen zoals de jeugd hotdogs”, zegt Mulder. „Maar misschien is het meer een televisiesport geworden dan een bezoeksport.’’ Hij wil snel met sponsors, bond en NOS gaan praten om volgend seizoen beter beslagen ten ijs te komen. En hij wil meer spektakel. „Ik zou graag een 3.000 meter voor mannen zien, een heel aantrekkelijke afstand. Die kan worden wat vroeger de 1.500 meter was. Ik zeg niet dat de 10 kilometer moet verdwijnen, maar bewaar die voor allroundtoernooien en de WK afstanden.” Arie Koops, directeur sport bij de KNSB, wil nog dit seizoen experimenteren met de teamsprint, naar analogie met het baanwielrennen. „Over drie ronden, met drie man aan de start – en één man die finisht. Prachtig voor het publiek.”

Ook Hersman denkt dat dergelijke initiatieven de sport nieuw leven kunnen inblazen. Want hij is er wel van overtuigd dat het schaatsen ook internationaal toekomst heeft. „Bij de WK junioren had je vorig jaar tien landen bij de eerste tien op de 1.000 meter mannen. Het schaatsen heeft genoeg potentie. Maar als het over een jaar of drie aantrekkelijker moet zijn, moet je echt nu beginnen.”

En, wil Søndrål nog even kwijt, als schaatsbestuurders hun sport flitsender willen maken, is een oeverloos gezever over de dr. Bibberregel zonde van de tijd. „Dan kijk je echt met verkeerde ogen naar deze sport”, zegt de Noor hoofdschuddend.