Een wijkverbod à la Opstelten is waanzin

Volgens minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) moeten rechters personen (lees: ‘Marokkaanse’ straatjongens) die voor veel overlast zorgen in een wijk, een gebiedsgebod kunnen opleggen. Een onzinnig voorstel dat slechts effect heeft voor de bühne. Zo’n wijkverbod is niet te handhaven. Stel: Achmed heeft een wijkverbod en moet boodschappen doen. Loopt er dan een agent met hem de afgesproken route mee naar de supermarkt? Ziet die agent erop toe dat Achmed niet per ongeluk of expres een zijstraat inloopt waar hij niet mag komen? Daarnaast zal een wijkverbod een aantal averechtse effecten sorteren. De jongens van de straat zullen het opvatten als een brevet van stoerheid. Achmed is zo gevaarlijk dat hij een wijkverbod krijgt. Daarmee oogst hij aanzien onder zijn straatvriendjes. Ten tweede zullen de ‘Marokkaanse’ straatjongens de nieuwe maatregel opvatten als speciaal gericht tegen hun: de kut-Marokkanen. Zij vormen die vermeende discriminatie om tot een extra excuus om zich te kunnen misdragen. Binnen de criminologie noemen wij dat het ontstaan van ‘secundaire deviantie’, oftewel extra rottigheid die voorkomen had kunnen worden. De bovengenoemde negatieve effecten van het wetsvoorstel zijn al jarenlang bekend uit onderzoek.

Jan Dirk de Jong

Universitair docent bij de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit in Amsterdam