Een beetje frivoolen exclusief

Parijzenaars staan in de rij om bij Hermé of Ladurée een doosje macarons te kopen.

Ook in Nederland zijn de koekjes als kleurige edelstenen populair.

Twee eiwitschuimpjes met een kloddertje vulling ertussen. Niks bijzonders zou je zeggen. Toch is er geen koekje dat zo tot de verbeelding spreekt als de macaron.

Parijzenaars, niet de makkelijkste klanten als het gaat om lekker eten, staan er voor in de rij. Ik ken Nederlanders die Thalystickets boeken enkel en alleen om in Parijs op macaron-excursie te gaan. Exclusieve patissiers leven zich uit op het verzinnen van steeds nieuwe creaties (ganzenlever-vulling en bladgouddecoratie, leuk voor de Kerst), maar inmiddels zijn er in het buitenland ook cheap versies verkrijgbaar bij McDonalds en Starbucks.

Sofia Coppola liet zich voor het kleurenpalet en de art direction van haar suikerzoete film Marie Antoinette inspireren door de pastelkleurige baksels, Nike ontwierp een serie gympen in macaronkleurtjes. In limited edition natuurlijk. Van New York tot Tokio valt iedereen als een blok voor dit verleidelijke snoepgoed. Hoe werd zo’n simpel koekje zo succesvol?

Koekjes van eiwit en amandelpoeder bestaan al eeuwen (en ons eigen bitterkoekje is daarop ook een variatie), maar de Parijse banketbakker Ladurée was de eerste die rond 1830 op het idee kwam om twee van die koekjes met een laagje botercrème aan elkaar te sandwichen. Een behoorlijk geniaal en lucratief moment van inspiratie, als je bedenkt dat de firma Ladurée (volgens geruchten) nu zo’n 15.000 macarons per dag verkoopt. Aan Parijse liefhebbers, maar ook in toenemende mate aan toeristen voor wie een macaron de ultieme Franse lekkernij is – luchtig, een beetje frivool, elegant en exclusief.

Het plezier begint al in de winkel. Bij Parijse topmacaronbakkers als Ladurée, Pierre Hermé of Sadaharu Aoki voel je je alsof je een juwelier bezoekt. In strak gedesignde showrooms liggen de onberispelijke macarons als kleurige edelstenen te glanzen in de toonbank. Je kijkt, wikt en weegt, en wijst: een caramel met zoute boter, een rozenmacaron met lychee en framboos, en vooruit, nog één met kastanje en groene matcha thee. Of toch die met olijfolie en vanille? Winkelmeisjes als topmodellen vleien met uiterste zorg de macarons tussen vloeipapier in kleine schatkistjes.

Gelukkig is het niet alleen maar uiterlijk en glamoureus vertoon, de macaron. Een goede macaron is namelijk zo’n beetje het allerlekkerste zoete hapje dat je je kunt voorstellen. Daarbij ligt het natuurlijk wel voor de hand dat er een kwaliteitsverschil is tussen de macaron die je bij de Aldi uit de diepvries vist, en de handgemaakte macaron van een getalenteerde bakker.

Wat bepaalt dan of een macaron een goede macaron is?

Om te beginnen moet je verleid worden door het uiterlijk – de perfect gladde, mooi gekleurde bovenkant, met onderaan het koekje een ruche-achtig randje, de zogenaamde ‘voetjes’. Dan zet je je tanden erin: eerst voel je de brosse, knapperige korst, dan de zachtere, licht taaie meringue. Die meringue smelt op je tong samen met een zachte vulling, die niet te zoet mag zijn, niet te veel en niet te weinig, en waarvan de smaak je verrast zonder dat je denkt ‘wat eet ik nu voor raars’. Een mini-gebakje waar je heel erg gelukkig van wordt.