Briljante kliekjes van Francis Alÿs

Francis Alÿs. T/m 27 maart in het Bonnefantenmuseum, Avenue Ceramique 250, Maastricht. Di t/m zo 11-17u. Inl: bonnefanten.nl ***

Hoeveel pech kun je hebben als museum? Francis Alÿs is zonder twijfel een van de belangrijkste kunstenaars van het moment. Dat komt niet alleen door zijn prikkelende oeuvre, maar vooral doordat er nu een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk over de wereld reist. A story of deception was deze zomer te zien in Tate Modern, nu in Wiels in Brussel en reist nog door naar het Museum of Modern Art in New York. Dit overzicht bevat bijna alle sleutelwerken van Alÿs, van het vroege Paradox of Praxis I (waarin de kunstenaar een enorm blok ijs door de straten van Mexico-Stad duwt) tot een recent project als Tornado, waarvoor Alÿs over een periode van tien jaar ‘loslopende tornado’s’ achterna reisde om die met draaiende camera binnen te rennen – een prachtige, zuigende film over kracht, onmacht en overgave.

In dat licht is het niet zo vreemd dat Alÿs vorig jaar de BACA kreeg toegekend, een Europese kunstprijs die wordt beheerd door het Maastrichtse Bonnefantenmuseum. Alleen zat daaraan een wat wrang randje. Die BACA (vorige winnaar: John Baldessari) is er namelijk niet alleen om kunstenaars te eren, de prijs wordt ook omgeven door de geur dat-ie vooral in het leven is geroepen zodat het Bonnefantenmuseum eens in de twee jaar een internationale topkunstenaar kan binnenhalen. En dus had het museum pech met Alÿs, want die had wel wat anders aan zijn hoofd dan deze vreemde prijs en vermoedelijk had hij ook niet veel zin om dezelfde werken te tonen in twee musea op nauwelijks meer dan honderd kilometer van elkaar. En dus werd het Bonnefanten voor deze ‘feest-expositie’ opgescheept met de kliekjes, de werken die het grote overzicht niet haalden – al zijn die bij Alÿs soms nog steeds superieur.

Het beste aan deze expositie is dat hij ingaat op een specifiek aspect van Alÿs’ oeuvre: zijn fascinatie voor verplaatsing. De getoonde werken gaan bijna allemaal over lopen en bewegen en de moeilijkheid die het oplevert dan nog grip op de wereld te krijgen. Dat begint er mee dat de werken door het museum verspreid staan, zodat je moet zoeken om de hele expositie te kunnen zien. Het wordt nog eens benadrukt door Déjà vu: een serie kleine Alÿs-schilderijen die bestaan uit verschillende paren die sterk op elkaar lijken. Deze doeken zijn afzonderlijk tussen de ‘normale’ opstelling door gehangen, waardoor je als bezoeker belandt in een soort museum-Memory voor gevorderden – aangenaam en prikkelend.

Ook de installatie Choques (2005) is goed: hiervoor filmde Alÿs een kleine gebeurtenis (kunstenaar loopt over straat en struikelt over een passerende hond) vanuit negen verschillende standpunten. De kracht van dit werk zit ’m vooral in de vraag in hoeverre de gebeurtenis is geënsceneerd: dat het niet spontaan is, is wel duidelijk (ook de hond heeft een camera op z’n kop), maar hoe vaak doet Alÿs hem over? En heeft hij die hond wel kunnen beheersen?

Het pièce de résistance van de expositie is echter Guards, een film waarvoor Alÿs een groep typisch Londense Coldstream Guards (inclusief zwarte bontmuts) door Londen liet lopen. Aanvankelijk slenteren ze in hun eentje, maar als ze elkaar tegenkomen, worden ze geacht samen in marstempo verder te lopen, net zolang tot ze meer collega’s treffen, enzovoort – tot ze met z’n 64-en zijn.

Dit zwaan-kleef-aan voor militairen, begeleid door het gestamp van hun laarzen, werkt geweldig, en als ze na een half uur uit het gelid stappen, is het of je ontwaakt uit een stevige hypnose. Alleen: laat Guards nu net het werk zijn dat het Bonnefanten al drie jaar in zijn collectie heeft.

Het versterkt het gevoel dat ‘Maastricht’ een voetnoot is bij de echte Alÿs-exposities van dit jaar – een aardig extraatje, maar niet onmisbaar.