'Black box' Lucassen

Hoe controleren andere partijen de achtergrond van hun kandidaat-Kamerleden?

„Dat is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de partij en de kandidaat.”

Het besluit van PVV-leider Geert Wilders hing afgelopen weekend boven politiek Den Haag. Het besluit over Eric Lucassen, het PVV-Kamerlid over wie ophef was ontstaan omdat hij in 2002 werd veroordeeld wegens ontucht.

Blijft Lucassen, zet Wilders hem uit de PVV, of zou hij zelf opstappen? Wilders voerde enkele „indringende gesprekken” met Lucassen, maar toen deze krant gisteravond naar de drukker moest, was nog niets bekend over een eventueel besluit. Lucassen is de zevende PVV’er die in opspraak komt. Terwijl Wilders zelf toch „intensief betrokken” was bij de selectie van zijn kandidatenlijst voor de verkiezingen van afgelopen juni.

Wat doen andere politieke partijen om incidenten als deze te voorkomen?

De meeste partijen hanteren een vast traject voor kandidaat-Kamerleden. Neem de D66’ers die nu in de Kamer zitten; zij stapten twee jaar geleden een maandenlang durend rekruteringstraject in. „Met sessies in de bossen enzo”, vertelt de woordvoerder van de D66-fractie. Van de ruim twee–, misschien wel driehonderd, kandidaten bleven er uiteindelijk vijftig over, die op de lijst van afgelopen 9 juni stonden. „Het voordeel is voor ons dat we de meeste kandidaten al jarenlang kennen”, zegt de woordvoerder ook.

„Kandidaten zijn voor ons geen black box”, zegt ook hoofd CDA-voorlichting Michael Sijbom. Het CDA rekruteert uit de eigen gelederen, bijvoorbeeld uit gemeenteraden en bij de provincies. En er gaan flink wat pittige gesprekken aan zo’n kandidaatsvoorstelling vooraf, zegt hij: „Het is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van kandidaat en partij dat er geen zaken zijn die goed functioneren in de Kamer in de weg staan.”

De problemen beginnen vaak pas als er zaken uit het verleden opduiken waar het partijbestuur niet van wist, zegt Sijbom. Vooraf heeft het partijbestuur zelf de mogelijkheid om een afweging te maken of incidenten uit het verleden ertoe doen, maar achteraf zal vooral „het onderlinge vertrouwen beschadigd raken”.

Wilders kende vooraf de meeste kandidaten van zijn lijst amper. Hij hád eenvoudigweg geen lokale afdelingen om kandidaten uit te werven. Een andere mogelijkheid die hij had, is een ‘verklaring omtrent gedrag’ (vog) van de kandidaatsleden aan te vragen bij het ministerie van Justitie. D66, de PvdA en het CDA maken daar geen gebruik van, maar bijvoorbeeld GroenLinks vraagt wél standaard zo’n verklaring aan.

GroenLinks vraagt de verklaring aan als onderdeel van een dossieronderzoek, en spreekt ook standaard de voormalig werkgevers van de kandidaat. Aanleiding om zo’n verklaring te gaan eisen was een aanvaring tussen de fractie en voormalig GroenLinks-senator Sam Pormes. Het partijbestuur royeerde hem in 2006 als lid, omdat hij de partij onvoldoende zou hebben geïnformeerd over zijn verleden als activist in de jaren ’70.

Zo’n verklaring omtrent gedrag kost 30,05 euro – kosten die niet te vergelijken zijn met die van „dure screeningbureaus”, waarover Wilders zei dat zijn partij daar geen geld voor had. Maar of de veroordeling wegens ontucht van Lucassen überhaupt naar boven was gekomen als PVV-leider Geert Wilders zo’n verklaring omtrent het gedrag over hem had aangevraagd, is niet zeker. De woordvoerder van het ministerie van Justitie legt uit dat bij elk verzoek een bepaald zoekprofiel wordt aangemaakt, omdat niet alle soorten veroordelingen altijd relevant zijn voor de baan die iemand wil krijgen.

„Als iemand een keer is aangehouden met te veel alcohol op achter het stuur, wil dat nog niet zeggen dat hij niet voor de klas kan staan”, geeft de woordvoerder als voorbeeld. In dat geval zou die onderwijzer zijn verklaring omtrent gedrag (meestal ‘verklaring van goed gedrag’ genoemd) gewoon kunnen krijgen; zijn veroordeling voor rijden onder invloed staat dan nergens vermeld. In het geval van Lucassen zou dat betekenen dat hij weliswaar ooit is veroordeeld, maar dat zijn misdrijf zijn werk als Kamerlid niet in de weg zou hoeven staan.