Zorg dat de nieuwe middenstand blijft

Ewald Engelen rekent af met de mythe van falende integratie (Opinie & Debat, 6 november). Etnische ondernemers zijn vaak succesvol en innovatief, stelt hij, en hun kinderen gaan in steeds groteren getale naar het hoger onderwijs. Maar opwaartse mobiliteit zou niet de enige maatstaf moeten zijn voor geslaagde integratie. Het gaat ook om kwalitatieve meerwaarde. Kijk naar de winkelpanden waar vroeger de Hollandse groenteboer zat of de kantoorboekhandel. Ze moesten noodgedwongen sluiten omdat hun kinderen liever advocaat, juf of directeur werden van een ‘echt’ bedrijf. Nu oefenen er immigranten het vak uit dat ze in hun geboorteland hebben geleerd. Toegewijde schoenmakers, kleermakers, vishandelaren en slagers, ruimgesorteerde groentewinkels en bakkers die de hele dag door bakken. We hebben er een hardwerkende middenstand bij gekregen. Vrijwel verdwenen ambachten zijn terug. De intieme, kleinschalige winkelnering is blijven bestaan en is pluriformer dan hij ooit was.

Dit genoegen zou wel eens van tijdelijke aard kunnen zijn. Nu helpen kinderen van immigranten vaak nog mee in de winkel. Maar ook zij willen straks, geïntegreerd als ze zijn, waarschijnlijk advocaat, juf of directeur worden. En áls ze al in de voetsporen van hun ouders willen treden, waar moeten ze dat vak dan leren?

Misschien dat Ewald Engelen ook dit vraagstuk wil meenemen in zijn leeropdracht: hoe zorgen we dat die nieuwe middenstand blijft, met behoud van het unieke karakter dat hij nu heeft? Want áls die jongens en meisjes dan later de zaak overnemen, dan zou het doodzonde zijn als ze hem volzetten met potjes van Hak en snelklaarmaaltijden of de schoenmakerij upgraden tot hakkenbar.

Marianne Meijerink

Auteur van Dat koop je bij de Turk, wegwijs in de nieuwe buurtsuper