Techno-jurk

Modeontwerpster Iris van Herpen heeft geen tijd voor poeha. De toekomst wacht op haar.

In de opgeklopte glamourwereld van de mode is Iris van Herpen een opvallende verschijning – omdat ze zo stilletjes is. Haar gezicht is onopgemaakt en haar blik is wat schuchter. Op modefeestjes dartelen opgedirkte fashionista’s om haar heen, maar van Herpen staat het liefst in de hoek van een kamer – alleen, als stil protest tegen de poeha.

Vorige week kreeg ze de Mercedes-Benz Dutch Fashion Award 2010, een prijs voor een modeontwerper met de meeste kans om internationaal door te breken. Boven de kartonnen cheque ter waarde van 25.000 euro stak een hoofd met rode konen, niet van de blush, maar vanwege oprechte bescheidenheid.

Van Herpen is pas 26, maar haar futuristische sculpturen zijn nu al vereeuwigd in de collecties van het Groninger Museum en het Centraal Museum. Faam verwierf ze dankzij Lady Gaga, die een jas van haar droeg, een interview op de pagina’s van de Italiaanse Vogue en een expositie in het Britse warenhuis Harrods.

Maar Van Herpen laat zich niet gek maken. Ze weigert „de hysterische snelheid van het modesysteem” haar ritme te laten bepalen. „Jezelf ontwikkelen kost tijd, en die tijd wil ik nemen.” Ze werkt rustig een maand aan een bewerkelijke jurk. Ook maakt ze steeds meer gebruik van geavanceerde computerprogramma’s. „Waarom maken we in de mode zo weinig gebruik van technologie?”, vraagt van Herpen zich af. Met behulp van technieken uit design en architectuur maakt ze driedimensionale tops.

In januari mag ze tijdens de Parijse coutureweek laten zien hoe de toekomst van het ambacht er volgens haar uit ziet. Ondertussen werkt ze vanuit haar atelier in het bosrijke Arnhem bijna meditatief door.