Snoburbia

Amerikanen zijn goed in zelfspot. Daarom kan de elite hier nog om zichzelf lachen.

Als ‘de elite’ onder vuur ligt kun je daar beledigd over doen, maar waarom er niet eens om lachen? Of al lachend onderzoeken hoe dat komt?

Amerikanen zijn goed in zelfspot. Daarom zijn ze zo leuk. Twee jaar geleden werd het blog en boek Stuff White People Like van Christian Lander beroemd tot buiten Amerika. Ik schreef hier toen hoe Lander het progressieve snobisme uit mijn omgeving op de hak nam. Hetzelfde jaar begon Lydia Sullivan haar blog ‘Snoburbia’, even grappig en verhelderend, al heb je er iets meer voorkennis over het dagelijks leven van Amerikaanse high achievers voor nodig.

Sullivan beschrijft de wereld van de opvoedingscultus, de ‘concerted cultivation’, een term van de socioloog Annette Lareau. Ik vertaal het maar als ‘beraamde beschaving’. Het komt erop neer dat ouders uit de midden- en hoogste klasse hun kinderen uit alle macht een voorsprong in hun ontwikkeling willen geven, door hun vrije tijd vol te boeken met sport, muziekles, debatclubs en andere nuttige bezigheden. Lareau zet dit af tegen de lossere opvoedingsstijl van de arbeidersklasse, die zij ‘natuurlijke groei’ noemt en die wel leuke mensen oplevert, maar geen topfuncties.

Washington, stad van ambitieuze mensen, is natuurlijk een centrum van beraamde beschaving. Lydia Sullivan bracht twee kinderen groot in dit ‘Snoburbia’ en steekt daar op haar blog volop de draak mee.

Neem de in Amerika populaire bumperstickers met de tekst ‘My child is an honor roll student’. Je moet dan weten dat zo’n sticker betekent dat je kind altijd hoge cijfers haalt of in een speciaal schoolprogramma voor getalenteerde leerlingen zit. In Snoburbia, ziet Sullivan, plakt niemand zo’n sticker op zijn auto, want in Snoburbia zijn álle kinderen bovengemiddeld getalenteerd. Ja, die stickers zie ik hier inderdaad alleen op de auto’s van trotse nanny’s of tuinmannen. Die hebben, al vergeten we dat hier gemakshalve, namelijk ook kinderen.

In Snoburbia spelen kinderen voetbal, nooit basketball. Honden heten Sartre. Hoogopgeleide moeders dragen yogabroeken (boodschap: ik werk niet/nauwelijks meer, ik loods mijn kinderen via opleiding en activiteiten richting topuniversiteit). En de scholieren die in Snoburbia doorgaan voor babysitters, hebben eigenlijk nooit tijd: Ze zijn altijd net op Europese ‘studiereis’, of essays aan het schrijven om te worden toegelaten tot de beste universiteiten. (Ja echt: Mijn eigen babysitter vertrok deze zomer na veel „so sorry’s” en enkele Europese studiereizen naar het zeer gewilde Oberlin College in Ohio.)

De kloof tussen arm en rijk Amerika is enorm gegroeid, daaraan hebben we nu de Tea Party te danken. Maar daaraan alleen? Misschien kregen mensen pas echt een hekel aan ‘de elite’ dankzij het beraamde beschavingsoffensief van de nieuwe middenklasse. Socioloog Lareau stelde vast dat kinderen die zo zijn opgevoed, overmatig menen overal recht op te hebben. In het land waar iedereen gelijke kansen zou krijgen, wordt zo een kloof geschapen die nooit de bedoeling was.

Kijk alleen maar hoe anders de jeugd van Lydia Sullivan was. Ik zoek haar thuis op, in Kensington, even buiten de stad. Een huis van ruim 700 duizend dollar.

Sullivan (48) groeide op in een arme buurt van Huntington, West-Virginia. „Onze buren waren werkloos, of fabrieksarbeider.” Haar vader was professor Engels aan de plaatselijke universiteit en zou tegenwoordig dus bijna vanzelf ‘elitair’ heten. Maar destijds waren ze vrij gewoon, want bijna even arm als de rest van de straat. Haar vader onderhield met een bescheiden inkomen een gezin met zeven kinderen. Haar moeder werkte niet tot na de geboorte van Lydia, het zesde kind. En Lydia groeide in alle vrijheid op straat op, bevriend met arbeiderskinderen, iets wat hier tegenwoordig bijna ondenkbaar is. Later studeerde ze Engels, maar aan de doodgewone universiteit van West Virginia.

Ze trouwde een advocaat en kon het zich daarna achttien jaar lang veroorloven om zich vooral met de opvoeding van haar kinderen bezig te houden. In die tijd verdwenen de laatste gewone mensen uit Kensington. Lydia moest tot haar ongemak onder ogen zien dat ze bijna ongemerkt tot de ‘upper middle class’ was gaan behoren, en zich er inmiddels ook naar gedroeg.

En als ik bij haar ben, dan belt haar zoon, net begonnen op een college in Baltimore, een uur verderop: hij heeft tentamen, maar is zijn rekenmachine vergeten. Kan zijn moeder die even komen brengen?

Lydia Sullivan heft haar handen ten hemel: Dát is nou typisch een vraag uit Snoburbia.