Snijden? Het ziekenhuis mist een plan

De ziekenhuizen moeten fors bezuinigen van de minister. Maar de meeste instellingen weten nog nauwelijks hoe ze dat gaan aanpakken.

De 94 Nederlandse ziekenhuizen weten sinds juni dat ze volgend jaar een gigabedrag moeten bezuinigen: 549 miljoen euro op een totaalomzet van 12,5 miljard. Maar ze hebben nauwelijks plannen hoe ze dat gaan doen, blijkt uit een rondgang van deze krant.

Het Beatrixziekenhuis in Gorinchem kan er „weinig zinnigs over zeggen”. Ook het Erasmus MC in Rotterdam is nog bezig „te bepalen wat de gevolgen zijn van de korting”. Het UMC Groningen zegt dat „eigenlijk alleen de hoogte” van het bezuinigingsbedrag vaststaat.

De korting is opgelegd door ex-minister Klink (Volksgezondheid, CDA). Hij vond dat de kosten van de zorg te hoog opliepen. Dat komt doordat steeds meer mensen voor zorg aankloppen.

Onderzoeksbureau Zindata heeft in het rapport Zorgen voor het ziekenhuis, dat binnenkort uitkomt, berekend wat de gevolgen zijn van de korting. „Volgend jaar komen veel ziekenhuizen in de rode cijfers”, zegt directeur Adri Steenhoek van Zindata.

Hoe kan het dan dat veel ziekenhuizen nog geen plan hebben om de korting op te vangen? Het ziekenhuis in Gorinchem deed niets, zegt een woordvoerder, omdat het verwachtte dat de belangenorganisatie van ziekenhuizen, de NVZ, een rechtszaak over de korting zou winnen. Maar de rechtbank gaf de minister deze week gelijk.

Zowel Ziekenhuis Bernhoven in Veghel als het Zaans Medisch Centrum in Zaandam hebben na bijna een half jaar studeren nog maar de helft gevonden van het bedrag dat ze moeten bezuinigen. Dat is voor een gemiddeld ziekenhuis 4 procent van zijn inkomsten. Anders uitgedrukt: ziekenhuizen moeten opeens vijfmaal hun jaarwinst bezuinigen, want ze maken nu eenmaal weinig winst.

„Het is echt heel veel geld”, zegt Rob Dillmann, bestuursvoorzitter van het Zaans Medisch Centrum. Op een begroting van 121 miljoen euro moet zijn ziekenhuis volgend jaar 4 tot 5 miljoen euro minder uitgeven. „Dat is onze totale winst van de afgelopen vijf jaar, als het er geen zes zijn. Dit is voor ons een majeur probleem.”

Als ziekenhuizen geld overhouden), bestemmen ze dat vooral voor modernisering van apparatuur, verbouwingen of verbetering van hun financiële reserve.

Om te besparen gaat voorzitter Dillmann van het Zaans Medisch Centrum snijden in zijn laboratoriumonderzoek: minder röntgenfoto’s maken, minder bloed prikken. Ook wil hij patiënten sneller naar huis sturen: „Dan zal er eerder een beroep worden gedaan op thuiszorg.” Als patiënten korter in een ziekenhuis zijn, kan het meer zieken behandelen. Dus meer geld verdienen.

Bestuursvoorzitter Johan van der Heide van Ziekenhuis Bernhoven in Veghel heeft het bezuinigingsplan half klaar. „Het is ook zo veel”, zegt hij. Maar hij weet al wel wat hij wil: besparen door vanaf volgend jaar te stoppen met enkele verliesgevende behandelingen. Ook wil hij „harder” onderhandelen met leveranciers over de prijs van ziekenhuisvoeding, medicijnen en apparatuur.

Van der Heide is twintig jaar manager in de zorg en zegt dat hij in al die tijd niet zo’n „draconische” korting heeft gezien. Dus ja, er zal efficiënter moeten worden gewerkt, bijvoorbeeld door de patiënten beter in te plannen, waardoor hun behandeling sneller verloopt. Minder tijdverlies betekent ook voor Van der Heide meer patiënten. Zijn ziekenhuis heeft een redelijke financiële reserve. „Maar ik denk dat veel ziekenhuizen interen op hun vermogen. En er vallen ontslagen.”

Dat komt ook doordat ziekenhuizen eerder dit jaar al een korting werd opgelegd, toen van 150 miljoen euro. Steenhoek, van Onderzoeksbureau Zindata: „Als er moet worden bezuinigd op uitgaven, is er eigenlijk maar één optie: personeel ontslaan.” Wordt de 549 miljoen euro helemaal bespaard op personeel, dan betekent dit een verlies van 9.500 fulltime banen, rekent hij voor. Met de eerdere 150 miljoen euro erbij, komt hij op een banenverlies van 11.600.

Steenhoek stelt vast dat de bezuiniging de financiële gezondheid van veel ziekenhuizen fors aantast. Als maatstaf hanteert hij een solvabiliteit (verhouding tussen bezit en schuld) van 10 procent. Het aantal ziekenhuizen op of onder die grens, zo becijferde Steenhoek, neemt volgend jaar toe van 17 naar 49.

Daarmee komt de helft van de ziekenhuizen onder de norm van het Waarborgfonds voor de Zorg. Dat geeft een bank de garantie dat een lening van een zorginstelling (voor bijvoorbeeld verbouwingen en automatisering) wordt terugbetaald. Het Waarborgfonds geeft ziekenhuizen met een solvabiliteit onder de 10 procent vrijwel nooit een garantie. Deze ziekenhuizen zijn dus nauwelijks in staat geld te lenen bij banken.

Ziekenhuizen ontslaan werknemers en stellen investeringen uit, voorspelt Steenhoek. Het Zaans Medisch Centrum ziet zijn nieuwbouwplannen „in gevaar komen”. Steenhoek: „De schulden stijgen, de kwaliteit van de zorg vermindert en er ontstaan wellicht wachtlijsten. De laconieke houding van de minister baart me grote zorgen. Ons onderzoek toont aan dat deze korting voor een aantal ziekenhuizen echt heel ernstig is.”