Shani Davis is kapitein op zijn eigen schip

Shani Davis heeft het perfecte lichaam voor een schaatser: dunne benen met een paar grote spierkabels. Toch brengt het niet altijd wat hij ervan verwacht.

12-11-2010, Heerenveen. Shani Davis. Foto Bas Czerwinski

Voor de spiegel in de krachttrainingsruimte van ijsstadion Thialf toont Shani Davis waarom hij zo’n uitzonderlijk goede schaatser is. „Kijk, zo”, zegt hij tegen twee Zweedse ploeggenoten die ademloos toekijken. Met zijn middel aan een touw helt zijn lichaam ver over naar links, alsof hij een schaatsbocht rijdt. Zie zijn extreem dunne en pezige linkerenkel, die zover doorbuigt dat zijn knie tot vlak boven de grond komt. Als een panter brengt de Amerikaan ook het rechterbeen een paar centimeter boven de grond gestrekt in de juiste schaatshouding. Zo blijft hij seconden lang volmaakt stil staan. Een normaal mens zou alle spieren afscheuren, Davis glimlacht slechts. „Zo’n sterke en atletische schaatser heb ik nog nooit gezien”, fluistert zijn nieuwe coach Peter Mueller bewonderend.

„Al mijn spieren zijn sterk”, zegt Davis (28) een half uur later op de tribune langs de ijsbaan, waar hij de concurrentie bespiedt bij de training voor de eerste wereldbekerwedstrijden van het nieuwe schaatsseizoen in Heerenveen. Hij wijst op zijn benen, verpakt in het fonkelnieuwe paars-zwarte pak van zijn ploeg, die door het Noorse bedrijf CBA wordt gesponsord. Zie hier het geheim achter zijn twee wereldtitels allround (2005 en 2006), twee keer olympisch goud, een oneindige rij wereldbekerzeges op 1.000 en 1.500 meter en twee futuristische wereldrecords (1.06,42 en 1.41,04). Dunne benen, met hier en daar een imposante spierkabel. „Precies de spieren die ik nodig heb om de juiste techniek uit te voeren. Als shorttracker heb ik er lang over gedaan om mijn lichaam zo op te bouwen. Anderen gaan me dat niet gauw nadoen.”

En toch. Twee keer achter elkaar bracht zijn perfecte schaatslichaam hem geen goud in de belangrijkste race van de olympische cyclus, de 1.500 meter. De afstand waar sprinters en allrounders elkaar treffen, en waar de allerbeste schaatser wint. In 2006 was de Italiaan Enrico Fabris hem voor, vier jaar later Mark Tuitert. Voor Davis restte zilver. „Natuurlijk doet dat pijn. Het voelt alsof het mijn gouden medaille was. Ik ben al jaren de beste op die afstand, ik verdiende het om te winnen. Maar ik werkte het afgelopen jaar veel met Bart Veldkamp als trainer op de achtergrond. ‘Het gaat in het leven niet om wat je verdient’, zei hij. ‘Mensen in Haïti verdienen ook geen aardbeving.’ Bart heeft gelijk. Het leven gaat zoals het gaat.”

Heeft hij zich nooit geërgerd over de tweede gemiste kans? „Ik ben niet boos, ik accepteer. Tuitert had in zes jaar nooit van me gewonnen. Maar Olympische Spelen zijn a different ballgame. Mark was de koning van de heuvel die dag, die race, de zwaarste race van allemaal. Ik ga niets afdoen aan zijn succes. Ik ga niet zeggen dat ik zelf eigenlijk had moeten winnen. Als dit, dan dat. Onzin! Het was zijn moment, hij was toen de sterkste. Hij deed het, ik kon het niet. Zo is het leven. En zowel in 2006 als nu had ik al het goud van de 1.000 meter. Dan sta je niet met lege handen.”

Na de Spelen volgde een hoogtepunt in zijn leven, toen Davis met de olympische ploeg op audiëntie ging in het Witte Huis. „Ik heb president Barack Obama kort gesproken. Er waren zoveel mensen, iedereen wilde iets van hem. Dan vond ik het niet gepast om te veel van zijn tijd te nemen. Weet je wat hij zei? ‘Schaatsen is de enige sport op de Winterspelen waar je aan de sporter kunt zien of hij er hard voor moet werken.’ Hij maakte een perfecte analyse van mijn 1.500 meter. Ik moest te hard werken vanaf de start, dat kon hij zien. En zo was het ook. Ik was al uitgeput voordat ik aan de 1.500 meter begon. Verder vertelde de president dat hij erg trots op me was. Dat motiveert enorm.”

In 2002 en 2006 sloeg hij een na-olympisch bezoek aan toenmalig president George Bush nog af. „Ik heb niets met Bush, integendeel. Dus heb ik acht jaar moeten wachten op het juiste moment. Ik vind het echt belachelijk hoe negatief een groot deel van Amerika momenteel oordeelt over Obama. De mensen zijn slecht geïnformeerd. De situatie waarin we nu zitten, is het resultaat van jarenlange verwaarlozing en afbraak. Obama moet nu blackjack spelen met slechte kaarten. Ook hij heeft in deze crisis geen azen in zijn zak, hooguit tweeën en drieën.”

De presidentiële ontvangst gaf extra motivatie voor de na-olympische zomer. „Ik heb er een geweldige zomer van gemaakt”, zegt Davis trots. „Ik nam twee maanden vakantie in plaats van één en begon slechter dan ooit. Ik had spiermassa verloren, was flinterdun. Het schaatspak slobberde om mijn benen en ik had alleen zachte spieren. Mijn coach bleef me de eerste dagen steeds dollen. ‘Je lichaam lijkt wel op dat van Miss America’, zei hij. Een betere motivatie kon ik niet krijgen.”

Toen hij op de krappe binnenbanen met de shorttracktraining begon, ging het snel. „Die twee maanden rust heb ik omgezet in vier maanden winst. Mijn shorttrack is zelden beter geweest. Soms gaan dingen ineens goed, dat kun je niet uitleggen. De magische klik. Plotseling schaatste ik veel harder, mijn techniek werd beter. Heerlijk gevoel.”

Glimlachend hoort hij aan hoe TVM en de Noorse nationale ploeg de afgelopen zomer experimenteerden met shorttrack. „Prima, misschien levert het hun best voordeel op. Een verfrissend gevoel, een andere benadering. Maar die jongens zullen er nooit uithalen wat ik eruit haal. Ik doe de combinatie van shorttrack en langebaan al vanaf mijn zesde. Al voel ik me tegenwoordig een pure langebaanschaatser en geen shorttracker meer.”

Davis zocht de vernieuwing in zijn omgeving. Sinds augustus traint hij in de CBA-ploeg met coach Mueller en de Zweedse schaatsers Joël Ericsson en Daniël Friberg. „Ik voel dat het goed is een team en structuur achter me te hebben. Peter is een slimme vent, hij heeft als schaatser en coach de absolute top gehaald. Je hoeft bij hem nooit een tweede vraag te stellen, je doet gewoon wat hij zegt. Volgens mij lijken we op elkaar. Hij is een eerlijk sportman. Kan goed omgaan met buitenbeentjes.”

Met Mueller deelt hij een achtergrond op de ijsbaan in Milwaukee, waar de ploeg zich in oktober voorbereidde op het nieuwe seizoen. „We kennen daar iedereen langs de baan.” Davis, opgevoed door zijn moeder, koestert zijn verleden. Een paar weken geleden schonk hij zijn oude club Evanston tientallen nieuwe schaatsen. „De kinderen daar vonden het geweldig. Sommigen hadden nog schaatsen waar ik zelf 22 jaar geleden op reed. Ik zal mijn achtergrond nooit vergeten. Die heeft me gemaakt tot wat ik nu ben. Alle mensen die me geholpen hebben, ben ik voor altijd dankbaar.”

In Milwaukee ziet hij een sterke lichting jonge allrounders opkomen, met Trevor Marsicano, Jonathan Kuck en Brian Hansen. „Leuk, maar ik train niet met ze. Waarom zou ik? Ik ben een individuele schaatser, ik ben de kapitein op mijn eigen schip. Het kan me niet schelen wat er met andere schepen gebeurt. We zitten met z’n allen op de grote oceaan en het gaat erom wie het eerste aan wal is. Dan moet je niet naar anderen kijken, alleen naar jezelf. Dat houdt je blik helder. Ik heb geen invloed op wat anderen doen. Ik heb alleen controle over mezelf.”

Was hij niet verbaasd toen hij hoorde dat Kramer de eerste seizoenshelft overslaat? „Ik geloof niet dat we hem niet meer gaan zien dit jaar. We hebben nooit echt een gesprek gehad, ik lees ook zijn interviews niet. Sven is een vechter, ik ook. We zitten al jaren op de top van onze mogelijkheden. Soms heb je wat verandering nodig. Misschien is hij daarnaar op zoek, voor later dit jaar of de jaren hierna.”

Davis zelf mikt dit jaar nadrukkelijk op het allrounden. Met Mueller kiest hij voor meer duurtraining. „Ik ken mijn lichaam, heb eerder duurtraining gedaan. Peter heeft een timmermansoog, zet je met één of twee kleine opmerkingen op het juiste spoor. En het is gewoon leuk om met hem te werken. Dat moet je niet onderschatten. Schaatsen is mijn baan. Het vult mijn maag en geeft me een dak boven mijn hoofd. Er komt een dag dat ik binnen ben voor de rest van mijn leven. Dat kost tijd en hard werken. Maar het moet wel leuk blijven.”

Mueller sprak al over de mogelijkheid om dit seizoen wereldkampioen sprint en allround te worden, een combinatie die tot nu toe alleen Eric Heiden realiseerde in één jaar. „Eerst rijden, dan het resultaat. Maar het is iets dat ik graag wil bereiken. Ik heb die titels allebei al gewonnen, maar nog nooit in hetzelfde jaar.”

En dan in Sotsji goud op de 1.500 meter? „Je kunt niet al je training en wedstrijden richten op één race. Ik deed dat na Turijn. Ik heb de jaren tot Vancouver hard gewerkt om sterker te worden. En op het moment van de waarheid was ik juist uitgeput. Ik heb nog geluk gehad dat ik de 1.000 meter won. Ik leef om te leren. Het is gebeurd, ik maak nu een nieuwe start. Fris. Om er weer plezier in te hebben, ga ik mezelf geen druk meer opleggen met het uitspreken van doelen. Als ik win, mooi. Als ik verlies, nou en? Ik heb alles al gewonnen wat ik kan. Ik ben hoe dan ook een kampioen en blijf dat de rest van mijn leven.”

Ter vergelijking noemt hij een van zijn favoriete sporters, tennisser Roger Federer. „Eigenlijk maakt het niet meer uit hoeveel grandslams hij nog wint. Hij heeft alles al gewonnen, wat er bij komt is bonus. Dat geldt voor mij ook.” Dan barst Davis in lachen uit. „Als ik Roger Federer ben, is Kramer Rafael Nadal. Dat lijkt me wel een mooie vergelijking. Nadal is de beste op gravel, met hard werken. Federer is de pure speler, die op alle soorten ondergrond uit de voeten kan. Ja, haha, ik ben Roger.”