Prins Flater

De Belgische monarchie wankelt. Koning Albert is oud en moe, troonopvolger Filip lijkt ongeschikt. Hij is een trage denker, zijn Nederlands is beroerd en zijn optreden stijfjes. ‘Hij kan het niet, hè. Een droevig geval.’

20100928 - BRUSSELS, BELGIUM: Archbishop Andre Joseph Leonard (R) shakes hands with Belgian Prince Philippe (C) during a mass dedicated to the Belgian Presidency of the European Union, Tuesday 28 September 2010 at the Church of Our Lady of Sablon in Brussels. On the left-hand side Belgian Princess Mathilde is visible. BELGA PHOTO JULIEN WARNAND BELGA/AFP

Bij elke nieuwe politieke crisis in België, die steeds weer erger is dan de vorige, staat koning Albert op het bordes van zijn paleis. Hij ontvangt de partijvoorzitters, hij benoemt bemiddelaars, onderzoekers of verzoeners – om de Vlaamse en Franstalige politici bij elkaar te brengen die nu al bijna een half jaar lang proberen om een nieuwe regering te vormen. Je zou kunnen denken: dat de koning daar altijd maar weer staat, geeft zekerheid aan het diepverscheurde land.

Maar is dat wel zo? Hoe zal het zijn ná Albert?

De politici in België onderhandelden de afgelopen maanden niet alleen over een andere inrichting van de staat, met meer bevoegdheden voor Vlaanderen en Wallonië. Het ging ook over de monarchie – vooral toen de leider van de Vlaams-nationalistische N-VA, Bart De Wever, door de koning was aangewezen om een oplossing te bedenken voor de vastgelopen formatie. In zijn gesprekken met partijvoorzitters, zeggen betrokkenen, had hij steeds gevraagd: wat vind je van prins Filip?

Filip is de oudste zoon van koning Albert. Hij is nu 50 en hij wil, heeft hij al eens gezegd, heel graag koning worden.

In zijn eindverslag schreef Bart De Wever dat de monarchie „gemoderniseerd” zou gaan worden door herziening van „een aantal grondwetsartikelen”. Iedereen wist wat hij bedoelde: het zou afgelopen zijn met de politieke macht en invloed die het Belgische staatshoofd nu nog heeft door zijn rol bij de regeringsvorming en bij het ondertekenen van wetten. Niet alleen omdat de N-VA, de grote winnaar van de verkiezingen in juni, zelf niks moet hebben van een familie die het symbool zou zijn van de eenheid van België – de partij wil dat Vlaanderen onafhankelijk wordt. Ook niet omdat de N-VA of andere politieke partijen koning Albert niet vertrouwen. Maar hij is 76, hij maakt soms een vermoeide indruk en er zijn ernstige twijfels over zijn opvolger: kan die het wel?

Filip zelf vond zeventien jaar geleden al dat hij klaar was om koning te worden. Toen overleed zijn oom koning Boudewijn die zelf geen kinderen had. In die tijd waren er nog geen royaltywatchers die Filip ‘Guust Flater met een kroontje’ noemden. De uitspraken of vergissingen van de prins waar in België boos of verbaasd op werd gereageerd – hij zette een keer zijn handtekening onder een actiepamflet van het Verbond van Belgische Ondernemingen – kwamen pas later.

Er werd al wel gezegd dat hij geen snelle denker was. Hij had moeite gehad met zijn studies. Een oud-hofmaarschalk had in een interview gezegd: „Hij kan het niet, he? Een droevig geval. Waarom? Hij loopt als een hondje mee, handjes schudden. Het is dat niet, he? Dat kan iedereen.”

Gebrekkig Nederlands

Maar het zijn niet Filips fouten of zijn onhandigheid waar politici zich nu vooral zorgen over maken. Aan Vlaamse kant is er forse kritiek op zijn gebrekkige Nederlands. Een radioprogramma had wekenlang parodieën uitgezonden op een gesprek dat hij via een satellietverbinding had gehad met een Belgische astronaut. Die noemde Filip, zoals gebruikelijk, ‘monseigneur’. „Zeg maar Filip. In de ruimte, er is geen protocol”, zei de kroonprins in gebrekkig Nederlands. „Het is problematisch dat iemand de taal van de meerderheid van het land niet goed spreekt”, zegt N-VA-Kamerlid Siegfried Bracke. Bracke vindt: als je niet wilt dat de Vlamingen jou zien als onderdeel van de vroegere Franstalige elite die niks moest hebben van Vlaanderen, dan leer je snel héél goed Nederlands. „Zoals Albert. Die kan grapjes maken in het Nederlands.”

Maar veel belangrijker, vindt Siegfried Bracke, is de opvatting die Filip lijkt te hebben over het koningschap. „Hij ziet die taak in een goddelijke gloed, net als zijn oom Boudewijn. In politieke kringen weet men dat.”

Op een handelsmissie in China die Filip leidde, in 2004, zei hij dat er „mensen en partijen” waren, zoals het Vlaams Belang, die België „kapot” wilden maken. „Ik kan je verzekeren dat ze dan met mij te maken krijgen. En vergis je niet, ik ben een taaie als het moet. Ik laat niet over me heen wandelen.”

In het Franstalige deel van België viel dat minder verkeerd dan in Vlaanderen, al ging het de meeste Vlamingen er niet om dat ze het Vlaams Belang wilden verdedigen. Het was, vonden ze, niet aan Filip om daar iets over te zeggen. Filip, zegt de Franstalige politicoloog Jean Faniel, wordt door de Vlamingen gezien als „te Franstalig”. „Hij zei het ook verkeerd. Te streng.”

Jean Faniel zegt dat ook Franstalige politici zich zorgen maken over Filip. „Als hij een te prominente rol zou willen hebben in de regeringsonderhandelingen, als hij te weinig discreet zou zijn, dan zou dat zo slecht kunnen vallen bij de Vlamingen dat er een eind komt aan de rol van de monarchie.” Die monarchie, als symbool voor België en een soort van waarborg voor de eenheid van het land, willen de Franstaligen wél graag behouden. Filip mag dat niet verpesten.

En zo zijn ze het al bijna eens: het koningschap moet ceremonieel worden. Een politicus die nauw betrokken is bij de regeringsonderhandelingen zegt dat er nauwelijks nog over gesproken zal hoeven worden: als de nieuwe regering er komt, zal die de grondwetsartikelen over het koningschap willen aanpassen. „Alleen CD&V (de Vlaamse christendemocraten, red.) is nog niet helemaal mee.”

Op dinsdag 9 november praat prins Filip in de Brusselse gemeente Schaarbeek met straathoekwerkers. Ze komen voor hem naar het gemeentehuis, Filip hoeft niet zelf de straat op. Eerst vergadert hij met de projectleiders. Journalisten mogen er even bij zijn. Filip zegt met zachte stem dat hij graag wil horen over het werk en de problemen op straat.

Na die bijeenkomst bekijkt de prins foto’s van projecten. Als hij de straathoekwerkers die bij de foto’s staan een hand geeft, glimlacht hij een beetje, maar hij zegt niks. Hij laat zich – met zijn handen op zijn rug, vuisten samengeknepen – uitleggen wat er op de foto’s staat: voetbalteams, een make-upklasje, een uitstapje naar Sea Life in Blankenberge. Bij elke foto kijkt hij of de straathoekwerker er zelf ook op staat. „Dat bent u”, zegt hij dan. Hij kucht soms, hij likt aan zijn lippen en slikt vaak.

De Nederlandse kroonprins Willem-Alexander was, voordat hij Máxima naast zich had, ook vaak krampachtig en niet altijd even handig – al maakte hij bij lange na niet zo’n gespannen indruk als Filip. „Onze prins”, zegt de Vlaamse royaltywatcher Jan Van den Berghe, „zou eens goed moeten kijken naar Willem-Alexander. Die was ‘prins pils’, hij zou het IQ hebben van een krop sla. Maar hij heeft de juiste vrouw getrouwd en haar op de voorgrond geplaatst. Daar profiteert hij van.”

Filips huwelijk met Mathilde, in 1999, maakte de prins ook even héél populair in België. In het boek Kroonprins Filip uit 2007, van de journalisten Barend Leyts en Brigitte Balfoort en de emeritus hoogleraar nieuwste geschiedenis Mark Van den Wijngaert, worden bronnen geciteerd die zeggen dat Filip moeite had met de aandacht die Mathilde kreeg. Hij voelde zich door haar overschaduwd.

„Mathilde”, zegt royaltyspecialist Van den Berghe, „is na haar huwelijk stijver en stroever geworden. Alsof ze bij haar dezelfde chip hebben ingeplant. Ik zou zeggen: ruk dat plastic af en doe gewoon. Maar dat gaat niet aan het Belgische hof.”

Het was koning Boudewijn die zich het meest heeft bemoeid met de opvoeding van Filip. Filips eigen ouders waren te druk met zichzelf en hun buitenechtelijke relaties, zegt Van den Berghe.

Kerstavond

In het boek Kroonprins Filip vertelt een oud-leraar van Filips broer Laurent over het gezinsleven van Albert, Fabiola en hun drie kinderen. Hij herinnert zich minstens drie Kerstavonden waarop Filip alleen thuis was met Laurent en hun zusje Astrid. De laatste bediende die op het paleis was, nam de kinderen dan mee naar huis.

Boudewijn koos de vakken die Filip later volgde op de Koninklijke Militaire School. Hij lette op de cijfers van Filip, ook toen de prins in de VS ging studeren. Hij liet adviseurs van Filip aan hém verslag doen over Filip. En hij had lange gesprekken met zijn neef. „Met mijn oom”, zou Filip later zeggen, „praatte ik er vaak over hoe we een goed imago van ons land kunnen uitdragen.”

Filip was diep gelovig, net zoals zijn oom. Hij las veel, dronk geen alcohol. Zelfs kardinaal Danneels vond de prins te serieus. Hij zou hem hebben aangemoedigd om eens van het leven te genieten.

Koning Boudewijn weigerde in 1990 de abortuswet te ondertekenen. Daar beginnen politici over als ze uitleggen waarom ze bang zijn dat Filip zich misschien zal gedragen zoals zijn oom. Hij moet niet denken dat hij zelf kan beslissen welke wetten hij goed vindt en welke niet.

Emeritus hoogleraar Mark Van den Wijngaert vindt die twijfel raar. „De weigering van Boudewijn was absoluut geen teken van autoritair handelen. Hij was gewoon zó katholiek dat hij geen onderscheid kon maken tussen zichzelf als gelovige en als staatshoofd.” Hoe Filip het koningschap ziet, noemt Van den Wijngaert „volstrekt irrelevant”. „Zijn functie staat omschreven in de grondwet. De mening van de koning mag niet naar buiten komen.”

Van den Wijngaert had een keer een lang gesprek met Filip. „Als de camera’s er niet zijn, is hij een totaal andere prins. Ontspannen. Hij is ook geen leeg vat. Men oordeelt zo vlug op uiterlijkheden. Als er meer moeite was gedaan voor een goede begeleiding, had hij al die fouten niet hoeven maken.” Maar er zijn mensen, denkt Van den Wijngaert, die het wel „plezierig” vinden dat er met Filip zoveel mis gaat. „Dat zie je niet enkel in Vlaams-nationalistische kringen. Ook bij mensen die België niet echt in hun hart dragen.”

De Vlaamse schrijver en dichter Jozef Deleu, oprichter van het tijdschrift Ons Erfdeel, was bestuurslid van het Prins Filipsfonds, dat probeert de drie taalgemeenschappen in België dichter bij elkaar te brengen. Hij zag Filip jarenlang op de vergaderingen van het fonds. Hij noemt de prins „een beetje bedeesd”. „In het openbaar zal hij nooit een vlotte omgang hebben, maar privé is hij gemoedelijk, gezellig en warmhartig.”

Hoe zijn Nederlands is? „Zoals zijn Frans. Het is geen vlotte prater. Hij spreekt afgemeten en onzeker.”

Deleu is geen aanhanger van de monarchie zoals die nu bestaat in België. Hij ziet wel iets in een ceremonieel koningschap. „Maar nu is het nog wel goed om op het vreselijk ingewikkelde schaakbord van de Belgische politiek iemand te hebben die boven de partijen staat.”

Al zijn daar bij koning Albert ook wel eens twijfels over. De Vlaams-nationalisten van de N-VA vinden dat hij te goed luistert naar de Franstaligen. Maar verder: Als het over Albert en Filip gaat, noemt de ene na de andere gesprekspartner de verschillen op. Eigenlijk is Albert alles wat zijn zoon níet is. Albert wordt slim genoemd, flexibel, grappig. Hij is een levensgenieter, een Franstalige die goed Nederlands spreekt en hij kent zijn plaats als koning – zijn eigen opvattingen doen er niet toe.

Pol Van Den Driessche, oud-senator voor de Vlaamse christen-democraten en oud-hoofdredacteur van televisiezender VTM, vertelt over een receptie waar Filip was en ook Frieda Brepoels, europarlementariër voor de N-VA. „Frieda Brepoels en de prins stonden allebei te hoesten. Frieda had van die borstbolletjes tegen de hoest. Ik zei tegen de prins: ‘Deze vrouw heeft borstbollen’ en ik maakte een gebaar ter hoogte van mijn borst. Hij keek me aan, draaide zich om en is vertrokken. Albert zou hebben gezegd: ‘Geef mij er dan maar twee’.”

Woedeaanval

In 2007 maakte Van Den Driessche, die toen nog bij VTM werkte, een woedeaanval mee van de prins. Filip had net een handelsmissie geleid naar Zuid-Afrika waar veel kritiek op was gekomen. Hij zei in toespraken steeds hetzelfde: „Belgium is a diamond. Small but beautiful”. Hij had zakenlieden met wie hij al vaak op reis was geweest, niet herkend en was bijna boos geworden op een Zuid-Afrikaans kind dat hij op een computer www.belgium.be wilde laten zien – maar Filip vergat steeds .be en het kind wees hem erop.

Op de nieuwjaarsreceptie in het paleis liet Filip Van Den Driessche bij zich komen. Hij was boos over de uitzendingen over de handelsmissie. „‘Als u zo doorgaat’, zei hij, ‘bent u hier niet meer welkom.’ Ik wees hem erop dat dit niet zijn paleis was, maar van de gemeenschap. Ik probeerde hem de persvrijheid uit te leggen. Mathilde stond aan zijn mouw te trekken en begon over iets anders, maar hij was niet tegen te houden.”

Filip was op de receptie ook kwaad geworden op een andere hoofdredacteur. Premier Guy Verhofstadt hoorde erover en wees de prins publiekelijk terecht. Van Den Driessche: „Hij had wel eerst gebeld met de kabinetschef van Albert. De boodschap was: ‘Geef hem er maar eens flink van langs’.”

Na dat incident vroegen medewerkers van Filip hulp aan de Nederlandse communicatieadviseur en mediatrainer Cees Wijburg. Die kwam een paar keer langs in het paleis. Hij praatte met Filip en met zijn adviseurs, hij bracht hen in contact met de chef nieuwsdienst van de VRT, waardoor die omroep Filip in 2008 een half jaar kon volgen voor een een documentaire.

Wijburg hielp bij het bedenken van de vragen. Het televisieportret dat van Willem-Alexander was gemaakt omdat hij veertig werd, was het voorbeeld. „Eén vraag ging over de relatie met zijn vader, bij zijn voorbereiding op het koningschap. Willem-Alexander had gezegd dat zijn moeder een grote inspiratiebron voor hem was. Dat hij veel van haar leerde. Filip zei alleen: ‘De contacten met mijn vader zijn privé.’ Dat was dus heel vervelend.”

Cees Wijburg stelde voor dat de prins zich zou ‘profileren’ met zijn vader, voor zijn opleiding tot staatshoofd. „Hij zou dan ook bij de regeringsbesprekingen moeten zijn.” De prins zei: „Maar nee, dat gaat niet.” Hij wilde daar verder niets over zeggen, zegt Wijburg. „Maar het zat duidelijk niet goed tussen de prins en zijn vader. Ik heb eens voorgesteld dat hij het nieuwe gebouw van de VRT zou bezoeken. Albert ging toen zelf met Paola.”

Wijburg noemt Filip „heel aardig” en „leergierig”. Maar ook „wereldvreemd” en „iemand waar weinig power van uit gaat”. Hij vond dat de prins dringend mediatraining nodig had en dat het koningshuis een eigen dienst van woordvoerders moest hebben, zoals de RVD in Nederland. „Daar was allemaal geen geld voor. De politiek heeft het er kennelijk niet voor over.”

Abdicatie

Wijburg had een plan bedacht voor de vijftigste verjaardag van de prins, eerder dit jaar. Er moest, vond hij, een boek komen waar Filip aan meewerkte, met een mooie presentatie. Maar het volk merkte niets van een feest. Op zijn verjaardag opende Filip een bloemententoonstelling en ’s avonds ging hij uit eten met Mathilde. Wijburg twijfelt er nu soms aan of Filip het zelf nog wel wil, koning worden. „Hij is teruggetrokken, heeft geen initiatief. Misschien wordt hij er gewoon niet gelukkig van.”

Maar misschien komt het er binnenkort toch van. Mark Van den Wijngaert, mede-auteur van De Kroonprins uit 2007, denkt na over een nieuwe versie van het boek. „Ik hoor van betrouwbare bronnen dat aan het hof het woord ‘abdicatie’ voor het eerst is gevallen. Tot voor enkele weken mocht daar niet over gepraat worden. Nu blijkbaar wel.”