President Eradus houdt zich stil

Het rommelt onder magistraten na de wraking in het proces-Wilders. De baas van de Amsterdamse rechters, Carla Eradus, neemt echter geen stelling.

Nederland, Amsterdam, 2 mei 2005 Mw mr Carla Eradus, president Rechtbank Amsterdam, justitie. Foto: Marie Cecile Thijs / HH Marie Cecile Thijs/Hollandse H>

Geen kwaad woord over Carla Eradus, sinds zeven jaar president van de rechtbank van Amsterdam. Weinig goede woorden ook. Een rondgang langs juristen in de hoofdstad levert vaak hetzelfde antwoord op. „Ik zie haar vrijwel nooit.”

De 60-jarige baas van het grootste gerecht van het land (220 rechters) zat vorige week dinsdag een rumoerige bijeenkomst voor. Zeventig rechters bespraken er de nasleep van de zaak-Wilders. Ze vinden dat hun baas in deze tijden, met aanhoudende verdachtmakingen aan het adres van rechters, nadrukkelijk op de bres moet springen voor de eigen rechtbank. Weerwoord is nodig in het publieke debat dat losbarstte nadat ‘haar’ rechters door andere Amsterdamse magistraten wegens de schijn van vooringenomenheid werden gewraakt in het proces tegen Geert Wilders.

De president zal evenwel geen stelling nemen. Eradus is vorige week op vakantie gegaan en geeft geen interviews. „Publiciteit is niet opportuun. We willen rust”, zegt haar woordvoerder.

Mannetjesputters gingen Eradus voor als president in Amsterdam. Winand Borgerhoff Mulder (1973-1983), Ben Asscher (1983-1993) en – in iets mindere mate – Reurt Gisolf, die zij opvolgde, waren bekende Nederlanders. Grote rechtszaken deden ze zelf, ze mengden zich in het debat en waren ook anderszins aanwezig in de hoofdstad. Asscher was bijvoorbeeld vermaard om de behandeling van kort gedingen die hij naar eigen zeggen voorzat „als een soort dorpoudste.” Eradus doet in Amsterdam nooit een rechtszaak en laat zich aan het eind van de werkdag door haar chauffeur terugbrengen naar haar boerderij op het Friese platteland, die ze mede zelf restaureerde.

De beste president van een rechtbank durft zijn nek uit te steken en is in doen en laten binnen en buiten de rechtspraak een voorbeeld, zei Eradus vorige maand tijdens de zogeheten Rechtspraaklezing 2010. „De bestuurder van het ideale gerecht is iemand die verbonden is met de samenleving.”

De rechter worstelt nogal met haar taakopvattingen als president. Aanvankelijk wilde Eradus wel spoedeisende zaken behandelen. „Dat ben ik zeker van plan, ik wil me in elke uithoek en op alle niveaus van de organisatie begeven. Om voeling met de problemen te houden, is het buitengewoon verstandig dergelijke zittingen te doen”, zei ze in januari 2003 in Het Parool.

Twee jaar later moest ze constateren dat ze door organisatorische beslommeringen nog niet was toegekomen aan rechtspreken. Eradus verzekerde de Amsterdamse krant opnieuw dat ze weldra aan maatschappelijke discussies zou gaan deelnemen. „Het komt nog.”

In datzelfde jaar werd Eradus zelf onderwerp van debat. Ook toen had ze zich uitgelaten over leiderschap. Bij topmanagers die zich alleen met jaknikkers omringen, slaat de hoogmoed toe, vertelde ze op een lezing, ze verliezen het contact met de werkelijkheid. Dat was volgens haar gebeurd bij de bestuurders van Ahold. Het was een onhandige opmerking, waar haar collega Frans Bauduin hardop zijn ongenoegen over uitsprak. Hij berechtte op dat moment de van fraude verdachte Ahold-top.

In Eradus’ carrière deed zich nog een opvallend incident voor. De Hoge Raad oordeelde in 1991 dat toenmalig kinderrechter Eradus in een voogdijkwestie „onzorgvuldig” was opgetreden tegenover pleegouders.

Collega’s omschrijven Carla Eradus als „verdomd aardig”. Ze houdt van diepzeeduiken en timmeren. Soms overnacht ze in Amsterdam. Ze heeft er een woonruimte in het huis van een gepensioneerde vrouwelijke collega.

Germ Kemper, deken van de orde van advocaten in Amsterdam, overlegt regelmatig met Eradus. Hij zegt „zeer onder de indruk te zijn van haar kennis van zaken”. Zij kent volgens hem alle details over de meest uiteenlopende juridische kwesties. Kemper betreurt het alleen dat Eradus „een pure manager” is geworden. „Een rechtbank moet een gezicht hebben, zeker in gewichtige zaken.”

Twee jaar geleden, voordat Eradus werd herbenoemd, heeft ze de ondernemingsraad beloofd zich „meer op de werkvloer en naar buiten toe” te manifesteren. Een Amsterdamse rechter merkt daar weinig van: „Ze is toch te terughoudend van aard om de rechtbank echt te representeren.”

Een andere collega, die Eradus al vele jaren kent, noemt haar sociaal onhandig. „Ik vlucht in mijn werk, zegt ze wel eens.”

De neiging om zich in haar werkkamer te verschansen, is versterkt toen haar echtgenoot, een ruim twintig jaar oudere psychiater, twee jaar geleden overleed. „Dat gaf haar een mentale dreun”, aldus de collega. Eradus heeft geen kinderen.

Collega’s tonen wel veel bewondering voor Eradus’ managementkwaliteiten. In een organisatie die allengs complexer is geworden, vol onafhankelijke rechters bovendien, slaagde ze erin flinke bezuinigingen door te voeren en de achterstand in de afwikkeling van dossiers drastisch terug te brengen.

„Maar”, zegt een ervaren magistraat, „goed besturen wil ook zeggen dat je het managen deels kunt overlaten aan anderen. Je moet zelf toch minstens met een paar tenen in de rechtspraak blijven staan om een rechtbank vaardig te kunnen leiden.”