Oudgedienden

Schaatsers op de barricaden, machtsstrijd bij Ajax, guerrilla tussen bondscoach Bert van Marwijk en autonome buitenlandse voetbalclubs, Alberto Contador, en met hem een heel dorp, getroffen door napalm van de internationale wielrenunie UCI en het wereldantidopingbureau WADA…

Wat een leed! En dan was er ook nog Louis van Gaal die voor het oog van de mensheid toch weer probeerde van razernij kunst te maken.

Sport: hoezo liefde voor het leven?

Pikant is dat het vaak oudgedienden zijn die verteerd worden door ruïnezucht.

Johan Cruijff en Louis van Gaal, bijvoorbeeld. Het lijkt wel of ze met elkaar concurreren in de afbladdering van Ajax. In ketelmuziek scheelt het weinig. In gewond prestige evenmin. Open ruggetjes.

Voor Johan is rancune inmiddels een slepende ziekte geworden. Onder het kruisvaardermotto: niemand deugt, leve het volk! Bij Louis is brandend maagzuur meer persoonlijk: hoogmoed in belediging. Eerder frustratie van de personeelschef die een gemankeerde promotie uitbraakt. Niet iets historisch. Klein zeer.

Oudgedienden.

Ik zou graag eens een naslagwerk lezen over het psychologische DNA van oudgedienden.

Wat is nou precies hun eeuwigheidprobleem? Komen ze er ooit nog vanaf? Is het prostaattumult of zin voor verantwoordelijkheid? Vaak hoor je van oudgedienden dat ze graag iets willen teruggeven aan de sport die welstand en emancipatie heeft nagelaten. Het goededoelensyndroom, zeg maar. Ik houd altijd mijn hart vast bij deze poëtische volksverlakkerij. Net iets te religieus voor een wereld die van klatergoud aan elkaar hangt.

Mediagedrag.

Rinus Israel hoor je er niet over, terwijl zijn Feyenoord wel een zinkend schip is.

Marco van Basten is al helemaal niet coach van Ajax geworden uit barmhartigheid. Marco heeft in zijn hele voetballeven genade noch goedertierenheid gekend voor superieuren en instituten. Altijd ging het hem om: hoeveel kerel ben je?

Ik bescheur het tot in de ingewanden als ik Ruud Gullit, in pastorale charme, weer eens zie leuren met het HollandBelgium Bidbook. Nuntius van de lage landen? Forget it: Gullit is alleen uit op omhelzing van de groten der aarde. Gezien worden. Al even opdrachtloos als Van Basten, zij het iets geraffineerder voor de camera.

Donjuannerie van het goede doel, hooguit.

Het probleem van Johan Cruijff is dat hij het gevoel van oudgediende niet van zich af kan slaan. Hij kan gewoon niet leven met de gedachte dat Ajax ná hem ook nog bestaat. En dus wil hij er nog manifest bij horen, desnoods als geest.

Nou ja, geest? Johan kent zijn gelijke niet als populist. Wilders kan bij hem de was doen in misprijzen voor een zittende klasse van boekhouders die zo graag aangesproken wordt als bestuur.

Dwazen van het ereterras, wie weet barbaren.

Alweer jaren geleden heeft Johan Cruijff zich teruggetrokken in het monopolie van intelligentie. Een woord dat hij als speler en als trainer routineus gebruikte, intelligentie.

Toch: Johan was ook altijd een dichter die je hardop moest lezen. Met zijn stukjes in De Telegraaf lukt dat niet. In anderhalve zin verkruimelen zijn caleidoscoopachtige poëtische dribbels tot gehakt stro van de ghostwriter. Scheut bleekwater overheen. Wel altijd: full contact, zoals je dat in vechtsporten ziet.

Vroeger kon het mij ontroeren, de oude bokser met verlatingsangst. Die nog even alles in contrapunt zet, behalve één krant, één vrouw, één leven. Gebonden door een grijns van zilverdraden die zijn mond jonger maakt. Maar eens houdt het op. Ook de mond gaat hangen, evenals de gedachten. Eens wordt misbaar meer rochel dan muziekje.

Ook zo verdrietig: Johan Cruijff neemt het nooit op voor de eenling. Hem is het altijd om structuur en cultuur te doen. De heilige nummer 14 die lijdt aan depersonalisatie: wat een verschrikking. Alsof hij bang is voor de hitte van de mens. Niet dat Ajax-voorzitter Uri Coronel een mens is, maar hij komt er soms dichtbij. In geraaktheid dan. Dat hebben meer notabelen. Ook in de politiek.

Waarom schrijft het sacrale monstrum Johan Cruijff niet eens een column over Alberto Contador? Die nu als frêle dorpeling van Pinto autoritair vernederd wordt door structuur en cultuur. Door de door hem zo gehate bobo’s.

Streel over je hart, Johan. Word eens oudgediende van een ander. En waarom ook niet, van een eenling zoals jij.