Niets dan tweedracht

Wetenschapsbijlage, 06-11-10

Als je maar diep genoeg graaft in de geschiedenis van een land, dan vind je altijd wel een paar episodes waarin sprake was van een zekere tweedracht. Of die dan als representatief moeten worden beschouwd kan echter alleen worden beoordeeld aan de hand van statistiek. Periodes van tweedracht dienen te worden afgezet tegen de periodes waarin een betrekkelijke vorm van eensgezindheid bestond. Ook lijkt het zinnig zich af te vragen hoe oud een koe mag zijn om überhaupt nog te mogen worden meegewogen. Is dat tien, honderd of duizend jaar? Hoe recenter, hoe relevanter zegt het gezond verstand. Om over de mate van tweedracht een wetenschappelijk verantwoorde uitspraak te doen lijkt het dus ook noodzakelijk duidelijk aan te geven over welke periode van de geschiedenis we het hebben. Nemen we bijvoorbeeld de laatste honderd jaar, dan lijkt Nederland redelijk te voldoen aan het stereotiepe ideaalbeeld.

M.N. Roegholt

Leiden

    • M.N. Roegholt Leiden