'Mijn moeder en ik hoorden bij elkaar'

Caryn ’t Hart (1979) is de dochter van een bommoeder. ‘Nelly hielp zeker mee bij mijn opvoeding, maar ze was niet mijn tweede moeder’

‘Mijn moeder wist al vroeg dat ze op vrouwen viel, maar ze wist ook dat ze dat maar beter voor zich kon houden. Ze groeide op in Brielle, met drie oudere broers en een strenge, hard werkende vader. De moeder was overleden; waarschijnlijk aan darmkanker, maar daar werd de kinderen niets over verteld.

„Na drie jaar HBS wist mijn moeder aanvankelijk niet goed wat ze wilde. Ze was zoekende. Ze hield van acteren, maar durfde haar vader niet eens te vragen of ze naar de toneelschool mocht. Ze koos voor een opleiding huishoud- en gezondheidskunde in Rotterdam, en ging daarna lesgeven op huishoudscholen. Ze bleek er een groot talent voor te hebben. Ze zag het als een vorm van acteren, ze speelde een rol, en wist als juf ook de moeilijkste leerlingen te overtuigen.

„Na haar studie ging mijn moeder werken in Krooswijk en werd ze vrijwilligster bij de Dierenbescherming. Daar ontmoette ze Nelly: twaalf jaar ouder, en net als mijn moeder gek op dieren. Nelly’s droom was om een eigen dierenpension te beginnen, en mijn moeder volgde haar. Ze verhuisden naar een oude boerderij in Zeeland en openden een pension aan huis. Een jeugdvriendin van Nelly trok bij ze in om mee te helpen. Mijn moeder bleef lesgeven.

„Met haar familie bevond mijn moeder zich in een schemergebied. Officieel wisten haar vader en haar broers niet dat zij en Nelly een stel waren, maar ze kwamen wel gewoon bij ze op bezoek in Zeeland. Eén broer had er moeite mee, maar verder was het ‘Don’t ask, don’t tell’.

„Toen de boerderij te klein werd, ontwierp Nelly zelf een nieuw huis. Dat werd iets ongelooflijks: een pand met twee vleugels om een binnenplaats, met een grote tuin erbij. Er kwamen veel mensen logeren, en aan de centrale eettafel was het de zoete inval. Mijn moeder kookte graag. In het dorp was het uitzonderlijk, zo’n vrouwenhuishouden, maar het werd wel geaccepteerd.

„Toen ze de dertig gepasseerd was, kreeg mijn moeder een kinderwens. Voor een ongetrouwde vrouw was een one night stand in die tijd de gangbare manier om zwanger te raken; sommige vriendinnen van mijn moeder gingen speciaal met dat doel naar Spanje. Maar mijn moeder vond dat niet eerlijk tegenover zo’n man, ze wilde het anders aanpakken. Een kliniek in Leiden was net begonnen met inseminaties van anonieme donors buiten het huwelijk. Daar is mijn moeder naartoe gegaan. Negen maanden later werd ik geboren.

„Mijn opa Piet was woedend toen hij hoorde dat mijn moeder bommoeder zou worden, maar toen ik er eenmaal was, ging zijn hart open. We scheelden 79 jaar. Als vader moet hij hard geweest zijn, maar als opa was hij lief. De foto is gemaakt bij hem thuis in Brielle. Hij had inmiddels een tweede vrouw.

„Nelly hielp zeker mee bij mijn opvoeding, maar ze was niet mijn tweede moeder. Dat was voor ons alle drie volkomen duidelijk. Nelly had het druk met het pension, ze was veel aan het werk. En mijn moeder en ik hoorden bij elkaar. We waren close zonder dat het verstikkend werd. Ik kon met alles bij haar aankomen, maar als ik niet wilde praten, hoefde het niet.

„Anderhalf jaar geleden is mijn moeder overleden. Het ging heel snel: tussen de diagnose en de begrafenis zaten precies drie weken. Ze had lever- en longvlieskanker. Ze is even ontzettend kwaad geweest, maar heeft zich er daarna bij neergelegd. Toen duidelijk werd hoe erg het was, ben ik teruggekeerd van een vakantie in New York en naar Zeeland gegaan. Ze is in mijn armen gestorven. Ik heb ook haar spullen uitgezocht.

„Sinds mijn moeders dood voel ik me een wees. Mijn band met Nelly is veel afstandelijker, en ik heb geen behoefte om alsnog contact te zoeken met mijn biologische vader. Dan zit ik daar straks tegenover een man van in de zestig. Wat zou ik tegen hem moeten zeggen?

„Mijn moeder was meer dan een moeder; ze was een zielsverwant. Ze zeggen dat een overleden ouder in je neerdaalt, en zo voelt het soms echt. Ik zie mezelf dingen doen, fouten maken, en dan denk ik: zo ging het bij haar ook. Uiterlijk lijk ik ook op haar. Ik was laatst op een verjaardag met mensen die mijn moeder voor het laatst hadden gezien toen ze zo oud was als ik nu. Ze schrokken helemaal toen ik de kamer binnenkwam. Ze dachten even dat zij het was.”

Gisteren heeft ze trouwjurken gepast – van die traditionele, meer voor de grap. De bruiloft is in januari. Ze troost zich met de gedachte dat haar moeder Allard nog gekend heeft.

Heeft u ook een interessante familiefoto?Mail naar weekblad@nrc.nl