Mensen zijn niet zo egoïstisch, vooral als anderen meewerken

Oromo farmers picture-alliance / Godong

Veldonderzoek onder het Oromo-volk in Ethiopië wijst uit dat in een natuurlijke omgeving samenwerking kan ontstaan tussen in wezen egoïstische individuen. Een belangrijke factor daarbij is het aantal individuen dat bereid is samen te werken als ze zien dat anderen dat ook doen (Science, 12 november). Zo kan de ‘tragedie van de meent’ worden voorkomen, een gedachte-experiment dat in 1968 werd beschreven door Garrett Hardin. Hij stelde zich een stuk land voor dat precies groot genoeg is om honderd schapen van tien boeren te weiden. In dat geval wordt het voor elke boer afzonderlijk erg verleidelijk om er een schaap bij te nemen. Daar heeft hij zelf alle voordelen van, terwijl de nadelen met iedereen gedeeld worden. Als elke boer zo zijn eigenbelang volgt, gaat het stukje land te gronde.

Om de dynamiek van dit soort problemen te onderzoeken wordt vaak gebruikgemaakt van de computer. Proefpersonen krijgen in een spelsituatie de gelegenheid geld te verdienen al naar gelang zij bereid zijn samen met anderen te investeren in een gemeenschappelijk goed of juist besluiten te profiteren van de investeringen van anderen. De uitkomst van dit soort spellen is dat mensen helemaal niet zo egoïstisch zijn, zeker niet als ze zien dat anderen ook meewerken. Maar is dat ook de praktijk? Devesh Rustagi en zijn collega’s van de ETH in Zürich hebben daartoe onderzoek gedaan onder verschillende groepen van het Oromo-volk in Ethiopië. Die weiden hun vee in bossen, hetgeen een potentiële dreiging inhoudt, omdat het vee de jonge scheuten opeet. Te veel vee gaat ten koste van het bos. De onderzoekers bepaalden de conditie van het bos waarin elke groep zijn dieren weidde en testten de Oromo’s vervolgens in spelsituaties om te bepalen in welke mate een specifieke groep bestond uit profiteurs of uit individuen die wilden samenwerken. Uit een statistische analyse bleek dat bij groepen waarin de bereidheid samen te werken groter was en waarin significant meer tijd werd besteed aan het in de gaten houden van mogelijke profiteurs, het bos in een veel betere conditie verkeerde. Andere factoren die de onderlinge samenwerking beïnvloedden, zijn de groepsgrootte, de grootte van het bosperceel en de macht van de leiders.

Rob van den Berg