'Lange reistijd is slecht voor productiviteit'

Nederlanders zijn gemiddeld 50 minuten per dag kwijt aan woon-werkverkeer. Veel te veel, vindt Aart Jan de Geus, plaatsvervangend secretaris generaal van de Oeso.

14 June 2010. Portrait: Aart Jan de Geus, Deputy Secretary-General OECD Paris, France

Nederland is het land met de kortste afstanden. Maar de Nederlander is van alle Europeanen wel de meeste tijd kwijt aan het woon-werkverkeer: gemiddeld minstens 50 minuten. Ter vergelijking, het gemiddelde voor de Europese Unie is 40 minuten, zo blijkt uit onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso).

Het zijn dure minuten voor Nederland, zegt Aart Jan de Geus, plaatsvervangend secretaris generaal van Oeso. Volgens De Geus, oud minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, is de langere reistijd een uitvloeisel van de onmacht om de ontslagbescherming aan te pakken, het uitblijven van verbeteringen in het spoor- en wegennet en de vastzittende huizenmarkt. „Als Nederland deze problemen niet aanpakt, zal het achterblijven in economische ontwikkeling vergeleken met andere Europese landen.”

Waarom is het zo erg dat Nederlanders relatief lang doen over hun woon-werkverkeer?

„Tijd is geld. Als je die 50 minuten ziet als werktijd dan zijn het hele dure minuten. Het gaat bovendien om een gemiddelde. Veel mensen doen er meer dan een uur over om op hun werk te komen. De productiviteit is minder, het sociale leven heeft eronder te lijden en het levert ook nog eens irritaties op.”

U legt een verband tussen reistijd en onderwerpen als ontslagbescherming, de huizenmarkt en het transportnetwerk.

„Er is een sterke samenhang tussen immobiliteit en deze drie zaken. De ontslagbescherming maakt dat mensen minder snel van baan veranderen, zelfs als ze veel moeten reizen voor hun werk. Maar de reisafstand blijft niet alleen nodeloos lang omdat men geen baan dichter bij huis zoekt. Ook de vastzittende huizenmarkt maakt dat mensen minder makkelijk kunnen verhuizen, onder meer omdat het scheefwonen niet wordt aangepakt. En wat betreft het vervoer is Nederland echt toe aan een soort van kilometerheffing om mensen te prikkelen om op andere tijden te reizen.”

Dat klinkt mooi. Maar het zijn zaken die al jaren op de agenda staan en waarvoor telkens geen oplossing wordt gevonden.

„De politieke realiteit is dat er op dit moment weinig tot geen ruimte is voor deze hervormingen. Maar er zou wel een discussie kunnen komen, bijvoorbeeld tussen werknemers en werkgevers, over hoe het ontslagrecht in de toekomst geregeld moet worden. Bespreek nu hoe je een transitieperiode wilt vormgeven die een volgend kabinet kan uitvoeren.

Er moet meer flexibiliteit komen. Kijk naar de jongeren van nu: zij zijn al veel minder gewend aan vaste contracten. Bovendien blijkt uit onderzoek van de Oeso dat er meestal meerdere pogingen nodig zijn voordat structurele hervormingen worden doorgevoerd. Nieuwe pogingen bouwen weer verder op mislukkingen.

Het is net als stoppen met roken. Als dat de eerste keer niet lukt, wil het niet zeggen dat het de volgende keer ook niet zal lukken.”

De huidige regering heeft wel gezegd het scheefwonen aan te willen pakken.

„Het voornemen is goed. Maar de uitwerking vraagt om politieke moed. Eigenlijk moet je mensen in sociale woningen gaan vragen om te verhuizen als ze meer gaan verdienen. Maar wat doen woningcorporaties als blijkt dat het gaat om een gezin waarvan de kinderen in de buurt op school zitten? Die laten ze daar zitten.

Wellicht is het een oplossing om de huur te verhogen. De arbeidsmarkt is sterk verweven met de woningmarkt. Beiden zijn in Nederland niet flexibel.”

Wat zijn de consequenties voor Nederland als deze zaken niet worden aangepakt?

„Dan zal Nederland achterblijven wat betreft de economische ontwikkeling bij andere Europese landen. De ons omringende landen zullen het dan structureel beter gaan doen.”

    • Heleen de Graaf