Kolonist krijgt leuke voordeeltjes

Deze week kondigde Israël weer bouwprojecten voor joodse kolonisten aan in bezet Oost-Jeruzalem. Doel is een ‘een strategische keten van joods bezit’.

Rekeningen bepalen grotendeels het leven van Tareq Aisawi, een Palestijnse bouwvakker die na een hartoperatie niet meer kan werken. Ze liggen op een stapel in de keuken. Gas, water, gemeentebelasting, en boetes. Aisawi opent ze liever niet, de meeste rekeningen kan hij toch niet betalen. Aisawi: „Zoals ik hier leef, tussen hoop en vrees, zo leven mijn buurtgenoten ook allemaal. Vandaag woon ik hier, morgen ben ik misschien weg.”

Het fraaie, met planten en bomen omgeven huis van Tareq en Layla Aisawi valt meteen op in de door zwerfafval en open riolen stinkende wijk Isawiya, een Palestijnse wijk in bezet Oost-Jeruzalem. Tareq heeft het zelf gebouwd. illegaal, zoals vele huizen in Oost-Jeruzalem, waar bouwvergunningen aan Palestijnen vrijwel nooit worden verleend.

Hij betaalt elke maand zijn boete van duizend shekel (tweehonderd euro), maar een bevel om het huis te laten slopen kan elk moment gegeven worden. Omdat de prestigieuze Hebreeuwse Universiteit op loopafstand ligt, heeft de gemeente zijn grond gepromoveerd tot A-locatie, en moet hij ook nog eens duizend shekel aan gemeentebelasting betalen. „We worden weggepest, tot de dag dat we Oost-Jeruzalem verlaten”, zegt Tareq Aisawi. Hij weet: terugkeer is dan bijna niet meer mogelijk. Palestijnen in Oost-Jeruzalem lopen na een vertrek een groot risico dat ze hun rechten verliezen.

Rondom de Palestijnse wijken in Oost-Jeruzalem wordt druk gebouwd. Blinkend witte appartementen schieten uit de grond in wijken als Har Homa, Ramot en Ramat Shlomo. Het zijn door de regering gesteunde bouwprojecten voor joodse kolonisten. Regelmatig maakt de regering nieuwe bouwprojecten bekend; deze week de bouw van bijna 1.300 appartementen.

Israël beschouwt Jeruzalem als eeuwige en ondeelbare hoofdstad, de Palestijnen willen van Oost-Jeruzalem de hoofdstad van hun toekomstige staat maken. Volgens het internationaal recht zijn alle nederzettingen in het in 1967 bezette gebied illegaal.

De regering stimuleert joodse families in Oost-Jeruzalem te gaan wonen, zegt Dror Etkes, medeweker van de Israëlische mensenrechtenorganisatie Yesh Din (letterlijk: Er is een wet). „Ze krijgen speciale subsidies, kunnen op alle hulp rekenen bij het zoeken naar een huis. Het is een strak geregisseerd spel van ontmoediging van Palestijnen aan de ene kant en anderzijds joodse families lokken met leuke voordeeltjes.”

De prijzen van de appartementen in nederzettingen in Oost-Jeruzalem zijn opvallend laag, veel lager dan in West-Jeruzalem, waar de markt door aanwas van kopers uit de Verenigde Staten en Frankrijk geëxplodeerd is. In bezet gebied bepaalt niet de markt, maar het ministerie van Volkshuisvesting hoe hoog de prijzen zijn, meestal ongeveer de helft van de gemiddelde prijs in West-Jeruzalem. Etkes: „Zodra ze zich er gaan vestigen, wordt het leven voor kolonisten aangenaam gemaakt. Er komen scholen en bedrijven in de buurt, en goede toegangswegen. Dit is beleid van acht regeringen op een rij in Oost-Jeruzalem: het marginaliseren van Palestijnen en hun bezit, en het ruim baan geven aan kolonisten.”

Een relatief klein aantal kolonisten gaat niet wonen in de door Israël gebouwde wijken, maar neemt zijn intrek in huizen in Palestijnse wijken. Dit is het fanatiekste deel van de kolonistenbeweging. In de wijk Silwan bijvoorbeeld heeft de kolonistenorganisatie Elad de laatste jaren 62 joodse families gehuisvest. Volgens Elad is Silwan de wijk waar het paleis van koning David stond. Ook op andere plekken zijn kolonisten gaan wonen, zoals in de wijk Sheikh Jarrah en op de Olijfberg. Hun huizen zijn meestal herkenbaar aan een grote Israëlische vlag op het dak, beveiligers voor de deur en camera’s.

„We bouwen een strategische keten van joods bezit in Oost-Jeruzalem”, zegt Arieh King, leider van het Israel Land Fund, een organisatie die de vestiging van kolonisten in Palestijnse wijken coördineert. „Ons doel is om joodse soevereiniteit te brengen in Jeruzalem”, zegt King, die zelf met zijn gezin en tientallen andere families in een complex dichtbij de Olijfberg woont, in de Palestijnse wijk Ras al-Amud.

Soevereiniteit? Dat betekent een verenigd Jeruzalem zonder Palestijnen, verklaart King. Afgemeten: „Joden hebben het recht te wonen in Oost-Jeruzalem. Het gebouw waar ik woon, was in de negentiende eeuw joods bezit. Arabieren kunnen ook in Canada of Europa gaan wonen.”

King betwist dat de kolonisten door de overheid worden bevoordeeld. „Wij worden juist gediscrimineerd. We krijgen niet de politiebeveiliging die we willen. We mogen niet in alle Arabische wijken lopen. Het is voor ons helemaal niet goedkoop of gemakkelijk om in Oost-Jeruzalem te wonen.”

Maar Dror Etkes gaf deze week overheidsdocumenten vrij waaruit blijkt dat zeker elf appartementen in Palestijnse wijken via onderhandse deals in handen van kolonistenorganisaties vielen. Deze kregen onder meer huizen in Silwan en de Oude Stad voor stuntprijzen. Etkes: „Er zijn maar enkele documenten vrijgegeven, dus verreweg de meeste deals blijven geheim. Het is een patroon.”