Knoopkanteling

Een interessant artikel in het politievakblad ‘Blauw’ van 9 oktober. Twee sporendeskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) worden geïnterviewd over een nieuw specialisme: het analyseren van knopen op de ‘plaats delict’. De ‘plaats delict’, door misdaadjournalisten vertrouwelijk de pd genoemd, is de plaats waar vermoedelijk een criminele handeling heeft plaatsgevonden. Er is iemand neergeslagen, neergestoken, wederrechtelijk omgebracht of in een opgerold vloerkleed achtergelaten. De pd kan eigenlijk overal zijn. Gemakshalve wordt ook de plaats waar men zichzelf heeft vermoord als een pd afgedaan.

Waar ’t om gaat is dat op veel van die plaatsen touwen of koorden zijn gebruikt waarin knopen zijn gelegd. Er wordt een afgetuigde drugsdealer gevonden die aan een stoel zit vastgebonden. Er is de ogenschijnlijke zelfdoding door verhanging die ook een goed gemaskeerde executie kan zijn. En er zijn de bondage/SM-situaties in erotische sfeer waarbij iets misging. De recherche treft vaak veel koord en heel vreemde knopen aan. Meestal een rommeltje aan schiemanswerk, om het zo eens te zeggen. Ondeskundig, onvakkundig. Het artikel in Blauw, op de NFI-site in te zien, geeft er goede voorbeelden van.

De NFI-deskundigen willen dat de Nederlandse rechercheurs begrijpen dat er toch vaak systeem zit in de aangetroffen rommeltjes en dat het zin heeft de gevonden knopen intact te laten of op zijn minst secuur te beschrijven. Dat komt het recherchewerk ten goede. Wie goed oplet ziet zó aan een dichtgeknoopt vloerkleed of er één of twee knopenleggers actief waren, want iedereen legt zijn knopen altijd op dezelfde manier, ook als hij rommelige knopen maakt. Denk aan het strikken van de schoenveters.

Je herkent soms linkshandigen tussen de rechtshandigen. Zeilers, binnenschippers, vissers, alpinisten en padvinders komen nogal eens specialistisch voor de dag met paalsteken, mastworpen en hoe al die knopen heten. Engelsen leggen de paalsteek (de bowline) altijd net anders dan Nederlanders. Enzovoort.

Ook bevat de knoop, schrijft Blauw, hoe rommelig ook, belangrijke aanwijzingen over de intentie waarmee hij is aangelegd. Is er geïmproviseerd en werd er gebonden met een stofzuigersnoer of panty, of was vooraf een betrouwbaar koord aangeschaft? Was het doel verstikken of alleen maar vastbinden? Er zijn nogal wat mensen die hopen aan een kortdurende verhanging een erotisch hoogtepunt te beleven maar die na het hoogtepunt hun lus niet meer los krijgen. Of al eerder onwel waren geraakt omdat de lus tegen de bedoeling in dicht schoof. In beide gevallen wordt men door de recherche afgeboekt in de categorie ‘auto-erotisch overlijden’.

Wat dat laatste betreft geven de NFI-deskundigen het voorbeeld van het verkeerd gebruik van de platte knoop, in het Engels de ‘square knot’ of ‘reef knot’ genoemd. De platte knoop, hier links op de foto, geldt als heel betrouwbaar als hij op de juiste wijze wordt gebruikt en belast. Hij is ideaal om er twee stukken touw of koord van gelijke dikte mee aan elkaar te knopen al kan hij onder aanhoudende zware belasting erg vast gaan zitten. Maar de platte knoop is per se niet geschikt om er een lus mee te maken. Du moment dat men de lus belast kantelt de knoop en gaat hij schuiven. Dat kan iemand in een bondage-situatie vervelend opbreken. De tweede foto toont de platte knoop na het kantelen.

Het kantelen van de verkeerd belaste knoop, in het Engels ‘capsizing’ of ‘spilling’ genoemd, was de grote eye-opener van het artikel. Iedereen kent het onverwachte kapseizen uit ervaring maar meestal ondergaat men het onbewust. Er is een vaag gevoel dat er kennelijk iets mis was aan de knoop. Ondertussen blijkt het kantelen van de platte knoop in vakkringen overbekend te zijn. Zie de Wikipedia ‘Knot’: “For an example of a knot that capsizes dangerously, see the discussion of the reef knot used as a bend.” Je zou de kwade kans op kantelen graag bij elke knoop vermeld zien.

De NFI-deskundigen klagen dat er nog weinig orde zit in de Nederlandse knopennaamgeving, wat de een een oudwijf noemt (twee identieke halve knopen over elkaar, dus tweemaal rechts-over-links) dat noemt de ander een boerenknoop, zeggen ze. Of dat waar is, valt te bezien. De aanduiding oudwijf lijkt tamelijk algemeen. Wat de knoop, die in het Engels een granny heet, met een oude vrouw te maken heeft is een raadsel.

De tweede eye-opener van de week was dat er nog meer variaties op de platte knoop bestaan dan alleen dat oudwijf. De dievenknoop (Engels: thief knot) is qua structuur volkomen identiek aan de platte knoop maar wordt anders gelegd en heeft daardoor de losse einden op een andere plek zitten. Van de weeromstuit is de belasting en vervorming anders. De Engelsen onderscheiden ook nog de ‘grief knot’ (samentrekking van granny en thief) die nergens goed voor is.

Waarom een platte knoop onder de normale belasting zoveel beter blijft zitten dan een oudwijf, dat is een raadsel waar een mens niet zomaar achter is. Knopen ‘hangen’ op hun inwendige wrijving. In de loop van de tijd is wel literatuur verschenen waarin de houdkracht van knopen en steken wordt voorspeld op grond van de berekende inwendige wrijving (op internet is Jearl Walker’s stuk over knopen uit Scientific American van augustus 1983 te vinden) maar die literatuur is niet erg toegankelijk. Soms ronduit verwarrend.

Waar men op eigen kracht nog wel uit kan komen is de vraag hoe het komt dat de strik in de schoenveters die ’s ochtends, als je zou willen, zo moeiteloos uit elkaar kan worden getrokken (door aan een van de losse veteruiteinden te trekken) aan het eind van de dag zo makkelijk vastloopt in een onontwarbare knoop. Goed kijken en opeens zie je het.