Jonge schilder moet keuzes durven maken

Bestaat er zoiets als een ‘wil tot schilderen’? Een diep doorvoelde, bijna instinctmatige artistieke dwang – niet alleen tot het maken van kunst, maar ook tot het gebruik van verf, kwast en doek? Je zou het bijna zeggen: schilderen mag op dit moment niet buitengewoon hip zijn, toch rollen de jonge schilders met trossen van de kunstacademies. Allemaal kunstenaars die het gevoel hebben niet anders te kunnen. Niet anders te willen. Alsof ze worden gedwongen, door hun instinct, door de kunstgeschiedenis.

Maar daarmee heb je nog geen interessante schilderijen, laat staan dat je er aandacht mee krijgt. En dus grijpen sommige van die schilders terug op een andere historische truc: die van het manifest. Zo richtte schilder Aquil Copier vorig jaar PRESENTeert op, ‘een pamflet over schilderkunst’, waarin schilders zelf schrijven over hun vak.

In het laatste nummer interviewt hij ‘Verfhond’, of beter: de woordvoerder van een schildercollectief dat werkt onder die naam. In diens woorden zie je meteen het probleem van veel hedendaagse schilders verbeeld: ze willen graag en veel, maar hebben eigenlijk weinig te vertellen. Verfhond kondigt aan dat hij een manifest gaat publiceren. Alleen: „Het is nog steeds niet verder dan de titel. Want ik probeer het open te houden.”

Die laatste zin („Ik probeer het open te houden”) is meteen een goede samenvatting van de expositie die PRESENTeert nu heeft samengesteld bij Outline. Daar hangt werk van maar liefst twintig (relatief) jonge schilders en toch valt het geheel tegen. De reden daarvoor is exact dat ‘openhouden’. Of, om preciezer te zijn: al deze schilders lijken zich zo goed bewust te zijn van de hoeveelheid wereld om zich heen dat hun eigenheid, hun persoonlijkheid al in een vroege fase is vermorzelt. Het is ‘tsjee-wat-is-er-veel-wereld’-kunst.

Precies twee kunstenaars springen er uit: Aukje Koks, wier foto’s (!) weliswaar zowel doen denken aan de vroege Jan Dibbets als aan Katja Mater, maar die in ieder geval een oprechte drang tot ontdekken toont. En Gijs Frieling, die juist het omgekeerde doet: hij baseert zijn werk op zaken als ambachtelijkheid en volksschilderkunst. Dat lijkt tuttig, maar in deze constellatie valt meteen op hoe belangrijk het is dat Frieling een echte, scherpe, inhoudelijke keuze heeft durven maken.

Dat zouden meer schilders moeten doen.

Hans den Hartog Jager

Challenging the myth of the painter. In Outline, Oetewalerstraat 73, Amsterdam. T/m 5/12, Do-za 13-17u. Inl: outlineamsterdam.nl