Japanse satelliet Hinode ontdekt dat kleinste gaatjes in de zon afvoerputjes zijn

De Japanse zonnesatelliet Hinode heeft het ontstaan en verdwijnen van de kleinste gaatjes in de zon bestudeerd (Astrophysical Journal, 1 november). Deze gaatjes, die poriën worden genoemd, zijn koeler dan hun omgeving en lijken daardoor donker. Dat geldt ook voor de zonnevlekken, maar die zijn veel groter en hebben een veel ingewikkelder structuur. Poriën zijn vlekjes van slechts rond de duizend kilometer groot, terwijl zonnevlekken tienduizenden kilometers groot kunnen worden. De nieuwe waarnemingen bevestigen de theoretische modellen van deze relatief kleine gaatjes.

Poriën zijn in feite compacte bundels van verticaal verlopende magnetische velden. Hun ontstaan en verdwijning hangt samen met de turbulente bewegingen van het plaatselijke, hete zonneplasma. Deze gebiedjes zijn nu bestudeerd met Hinode, de Japanse zonnesatelliet die sinds september 2006 in een baan om de aarde draait. Met zijn 50 centimeter-telescoop is hij de grootste zonnetelescoop in de ruimte. Hij onderscheidt nog details van slechts 150 kilometer groot: een tienduizendste van de diameter (1,4 miljoen kilometer) van de zon.

Hinode bestudeerde vooral poriën die kleiner zijn dan 1000 kilometer, dus kleiner dan de heldere bellen of ‘granulen’ van opstijgend heet gas die het gehele zonoppervlak bedekken. De waarnemingen laten zien dat het plasma in de poriën altijd omlaag beweegt, met snelheden tussen de 100 en 500 meter per seconde. Poriën zijn dus een soort afvoerputjes. Verder hangt de donkerte van een porie af van de sterkte van zijn inwendige magnetische veld. En ten slotte blijkt deze donkerte toe te nemen als het omringende zonneplasma er naar toe stroomt en af te nemen als het plasma er van af beweegt.

Dit alles wijst er volgens onderzoeker Kyung-Suk Cho op dat poriën ontstaan door het met elkaar versmelten van kleinere magnetische gebieden en verdwijnen door het afscheiden van zulke gebieden. Dat werd overigens al op grond van theoretische modellen vermoed. De in de poriën gemeten magnetische veldsterkte, 1.100 tot 1.900 Gauss, ligt een stuk lager dan die in de grotere zonnevlekken. Het zijn deze magnetische velden die hier de gewone convectie belemmeren, waardoor minder warmte uit het inwendige naar buiten komt en zulke gebieden donker lijken. De meeste poriën bestaan hooguit enkele uren, zonnevlekken soms vele maanden. George Beekman