'Ik denk niet veel aan de gevangenis terug'

De zanger met de overdadige oogschaduw is terug. Afgekickt en vrij uit de gevangenis maakt Boy George zijn comeback. Meteen scoort hij een hit.

De val van Boy George is breed uitgemeten in de pers. De zanger en deejay moest de straten van New York vegen als taakstraf wegens drugsbezit, zat in de Britse gevangenis wegens vrijheidsberoving en mishandeling van een Noorse mannelijke escort en kampte met zijn cocaïneverslaving. De flamboyante, androgyne ster, ooit het gezicht van de band Culture Club die zonnige reggaepop bracht, ging keer op keer op trieste wijze onderuit.

Nu doet Boy George stemoefeningen in de sauna met zangeres Grace Jones ter voorbereiding op zijn optreden tijdens de Night of The Proms. Een elektronische enkelband belette hem een jaar eerder nog deel te nemen aan de Vlaams/Duits/Nederlandse concertenreeks waar pop en klassiek elkaar ontmoeten. Hij is „in alle opzichten” bevrijd. Afgekickt van de heroïne, geen gedoe meer met justitie en vooral weer serieus met muziek bezig.

Zijn naam prijkt in de wereldwijde top-100 van deejays op de 80ste plaats, hij heeft een hitsingle uitgebracht met de hipste producer van dit moment, Mark Ronson, hij brengt een eigen nieuw house-album uit, Ordinary Alien, én er is een reünie van de Culture Club in aantocht.

De zanger zit er losjes bij in zijn kleedkamer in de catacomben van het Antwerpse Sportpaleis. Een gulle lach op zijn nog onopgemaakte gezicht. De kale schedel opvallend rijk getatoeëerd met spirituele symboliek, precies wat Culture Club destijds uitdroeg.

Dit soort greatest hits-shows heeft hij lang niet meer gedaan. Maar hij zingt de nummers Karma Chameleon en Do You Really Want To Hurt Me nog steeds met groot plezier – al heeft hij nu een lage, grofkorrelige, wat onvaste stem. Gebleven zijn echter de campy uitdossingen: hoeden voorzien van glitterdoodshoofden en uitbundige make-up.

Wat is de reden dat u nu weer meer optreedt als zanger?

„Ik ben weer toegewijd. Mijn focus was de afgelopen vijf jaar niet zo duidelijk: ik had drugsproblemen, zat in de gevangenis. Ik voel nu weer passie voor hetgeen ik doe. Er zijn al heel wat donkere periodes geweest in mijn leven, maar het mooie is dat als ik wilde werken, dan was er altijd genoeg te doen. Zo is het altijd met mij gegaan. Ik heb al zoveel wedergeboortes beleefd.”

Wat voor rol speelt muziek nu in uw leven?

„Muziek is altijd een constante factor geweest, ik viel er op terug. Het deejayen gaf me een tweede carrière. Ik omarmde de explosie van acidhouse die begon in Groot-Brittannië. Het was erg opwindend om daarvan deel uit te maken. De afgelopen tijd realiseerde ik me dat ik toch eigenlijk een geweldige job heb. Toen besloot ik er maar weer eens van te genieten.”

Hoe kijkt u terug op uw gevangenistijd?

„Het is soms net alsof het niet gebeurd is. Ik denk er niet te veel aan terug. Ik deed toen gewoon wat ik moest doen. Ik heb vier maanden gezeten. Dat is niet lang, maar ik heb het wel zo ervaren, zonder vrienden en familie. Ik had in elk geval genoeg tijd om eens goed na te denken, te lezen en te schrijven.”

Hoe werd u daar behandeld?

„Hetzelfde als erbuiten. Het was er niet zo ruig als ik dacht. Meer schools, strikt en kinderachtig. Het leven ligt er onder een microscoop. Ik ken de films, dus ik had wel zo mijn zorgen. Als je je daar gaat gedragen als een beroemdheid die overal boven staat, dan gaat het mis. Wordt het knokken. Dus ik gaf me er maar aan over. En accepteerde mijn probleem.”

U schreef er ‘Pentonville Blues’, eufemistisch omschreven als een liedje over uw „geweldige vakantie”.

„De Pentonville Prison is een gevangenis uit het Victoriaanse tijdperk. Omgeven door kakkerlakken wacht je daar je transport naar de volgende gevangenis af. Dat kan dagen duren, of weken. Op de muren loopt een blauwe streep. De tekst van mijn lied luidt: ‘Als de muren zouden kunnen spreken, zouden ze dan fluisteren of gillen: volg de blauwe streep’.”

U zegt dat u zich bevrijd voelt. Kunt u omschrijven waarvan?

„Ik heb mijn hele leven gevreesd dat mensen me zouden gaan vergeten. Ondanks alle dips in mijn carrière, bleef men echter altijd goed voor me. Hoewel de pers me de grond in schreef, bleef het publiek me steunen. Dat geeft vertrouwen.”

U veroverde begin jaren tachtig in korte tijd de wereld en groeide publiekelijk op.

„Je denkt dat je nooit zult veranderen. Maar dat is onvermijdelijk. Men behandelt je anders vanaf het moment dat je succesvol bent. Een klap op je kop is daarbij het beste wat je kan overkomen. In mijn geval had ik een paar klappen op mijn kop nodig om het echt te snappen.”

U heeft intussen heel wat ontwenningskuren ondergaan.

„Drugs zorgen ervoor dat je de aan- en uitknop niet meer kunt vinden. Je ziet niets helder, er is geen reflectie. Al denk je dat je alles onder controle hebt, de realiteit is anders. Als je afgekickt bent zie je alles een stuk helderder.

„Ik woon in een mooi huis in Noord-Londen, naast een park. Op een ochtend werd ik emotioneel wakker. De bloemen, bomen, wat mooi. Ik zag de kleine dingen. Kun je nagaan, na vier jaar weet ik pas hoe mooi het er is.”

Hoe kijkt u nu tegen de muziekindustrie aan?

„Er is veel veranderd. Muziek maken en laten horen heb ik altijd leuk gevonden. De promotionele en verkoopkant vond ik altijd al moeilijk. Met optredens wordt de muziek tastbaar, virale marketing doet de rest.

„Een menigte die je nummer meezingt, dat blijft ongelofelijk. We waren destijds een raar hip bandje in Engeland, dat jongens met make-up, freaks en clubkids trok als publiek. Na een televisieoptreden kwamen daar opeens allemaal gillende meisjes bij. Ze zagen eruit zoals ik en stonden overal. Daar hadden we nooit op gerekend, zeker ik niet, toch een beetje een vreemde vogel met een grappige look. Nog steeds houd ik van verkleedpartijen, maar nooit meer zoals toen.”

Producer Mark Ronson heeft u onverwacht weer eens aan een hit geholpen, met het nummer ‘Somebody to Love’.

„Ja, het is mijn eerste hit in zeventien jaar. Mark omschreef het nummer als vervolg op Do You Really Want To Hurt Me. We hebben het op mijn verzoek in alle rust opgenomen. Ik ben geen technische zanger, maar een emotionele performer. Mijn stem is ook erg veranderd, veel lager en gruiziger dan het was. Ik zong destijds vooral door mijn neus. Ik deed maar wat.”

In de video die hoort bij ‘Somebody To Love Me’ bent u in uw jongere jaren te zien. Het zijn vrolijke beelden van een ongecompliceerd popster-leven die net echt lijken.

„Wat nog bijna niemand weet is dat actrice Diane Kruger mij speelt. Bijna iedereen tuint erin, het zijn goede ‘oude’ beelden en ik zag er toen echt heel vrouwelijk uit. Het vangt die tijd echt goed.”

Aan een eerdere reünie van de Culture Club wilde u niet meerwerken. Waarom nu wel?

,,Ik had er toen geen trek in, het was een slecht gekozen moment. Dat ze zonder mij verder gingen vond ik irritant en de halfzachte wijze waarop schaadde onze reputatie. Nu bestaan we 30 jaar. Nee, er is ons niet veel geld geboden door slimme promotors. Ik voel zélf dat er een album ligt dat we nog niet gemaakt hebben. Dat hoeft niet per se hitgevoelig zijn, maar wel heel creatief. En ik zie het als onze laatste kans, want eerlijk: ik ga dit niet nog eens op mijn zestigste doen.”

Night of The Proms, 13/11 Gelredome, Arnhem. 18,19,20/11 Ahoy, Rotterdam. www.boygeorgeuk.com