'Iedereen speelt altijd maar Mahler'

Componist Otto Ketting is somber over de toekomst van zijn vak. Jonge componisten zijn volgens hem te bedeesd. Ze moeten aandacht opeisen, vindt hij.

„Ik vind dat je muziek bij de eerste keer horen moet kunnen begrijpen”, zegt componist Otto Ketting (75). Hij komt net bij een repetitie van het Brabants orkest vandaan, dat hem dit weekend eert met een Ketting Driedaagse.

„Er zijn componisten die hun muziek beschouwen als een labyrint waarin je verdwaalt en bij elke beluistering weer iets nieuws ontdekt. Ook prima hoor.” Maar zelf doet hij het anders. Kettings muziek is helder en toegankelijk. Hij gooit de luisteraar niet in het diepe, maar geeft hem houvast, bijvoorbeeld door in de muziek basale regelmatigheden aan te brengen waardoor de gebeurtenissen eromheen beter te volgen zijn.

Zijn oeuvre omvat onder meer vijf symfonieën (een zesde is op komst) en drie opera’s. Een beetje tegen de gewoonte in staat bij het componistenportret van dit weekend geen enkele première op het programma. Wel klinken er composities die – zoals veel eigentijds werk – na de eerste en enige uitvoering in de vergetelheid zijn geraakt.

Een voorbeeld is het hoboconcert Architectural Cadences. Hoboïst Bart Schneemann speelde het in 2002 tijdens een hobofestival met nog veel meer nieuwe stukken. Nu krijgt het een ‘herpremière’, met dezelfde solist. „Niemand weet meer dat het ooit geschreven en gespeeld is”, zegt Ketting. „Ik kwam er vanochtend achter dat ik zélf het meeste alweer vergeten was!”

Dat veel nieuwe composities maar één keer worden uitgevoerd, wijt Ketting aan een algemeen heersende zucht naar premières. „Men denkt: ‘Dat hebben zíj al gedaan’. En er zijn maar weinig dirigenten en programmeurs die zich hard maken voor eigentijds Nederlands repertoire.”

De meeste orkesten spelen het liefst Mahler en Sjostakovitsj. „Daar zou werkelijk een verbod op moeten komen”, aldus Ketting. „Al die visies op Mahler, daar zitten we niet meer op te wachten. Niet dat de orkesten op zich overbodig zijn, maar ze kunnen wel eens ándere componisten gaan uitvoeren.”

Kettings pessimisme betreft ook de componisten zelf: „Ik denk dat ‘componist’ een uitstervend beroep is. De jongere generatie doet zijn mond niet meer open. Wij schréven allemaal. Peter Schat heeft zich rot geschreven, ik ook, in allerlei kranten en tijdschriften. Tegenwoordig durven componisten dat niet meer.”

Zijn jongere collega’s zijn volgens hem bang dat het een negatieve uitstraling heeft als ze zich in het publieke debat mengen. Toen hij met collega Klaas de Vries een bezorgde ingezonden brief schreef over het ontslag van programmeur Jan Zekveld bij de Zaterdagmatinee, een groot voorvechter van de nieuwste muziek, waren er jongere vakbroeders die vonden dat hij dat niet had moeten doen. Straks worden we helemáál niet meer gespeeld, zeiden ze. „Maar als dat al zo is, komt het juist doordat zíj niets van zich laten horen!”

Otto Ketting Driedaagse. 12/11 t/m 14/11 Eindhoven. Inl.: www.brabantsorkest.nl.