Het zware leven en de stille dood van de Europa-pagina

NRC Handelsblad had sinds 2004 een vaste pagina over Europese zaken. Maar waar is die opeens gebleven?

Kranten zijn gewoontedieren. Ze verdelen de wereld elke dag netjes in ‘binnenland’, ‘buitenland’, ‘kunst’, ‘economie’ en ‘sport’ . Met hier en daar wat ‘wetenschap’, of ‘media’.

De wereld is per slot van rekening een chaotisch en veranderlijk oord, en het helpt als de krant die chaos elke dag een beetje weet te bezweren. Zodat je als lezer weet waar je dicht bij huis (‘binnenland’) bezorgd om moet zijn, in de verte opgewonden over moet raken (‘buitenland’), of je woede als belegger en consument op moet richten (‘economie’).

Al die indelingen hebben natuurlijk iets kunstmatigs. Ze kunnen – en zullen – veranderen. Ook bij deze krant. De wereld waar de krant over schrijft is immers ook veranderd. De chaos van 2010 is niet die van 1980, 1953 of 1939. Vergelijk de indeling van een krant met het maken van ijsblokjes: in welke vorm de klontjes uit de koelkast komen hangt natuurlijk af van het bakje waar je het water ingiet. En er is niet maar één eeuwige, onveranderlijke Bak.

Zo had deze krant een wekelijkse ‘Europa-pagina’. Daar stonden stukken op over de Europese Unie, reportages over Europese regels en wetgeving, en politiek nieuws uit Brussel en Straatsburg. Het voordeel van zo’n vaste pagina is dat het de redactie dwingt om een onderwerp geconcentreerd te volgen. Het nadeel is weer, dat het een bureaucratische oplossing is voor een journalistiek probleem. Als Europa echt zo belangrijk is, moet je dat kunnen terugzien in de hele krant – en stukken erover juist niet bij elkaar drijven in het reservaat van een vaste pagina.

Na de zomer is die pagina, na ruim zes jaar dienstplicht, geruisloos verdwenen. Niet veel lezers klommen daarop in de pen – en dat lijkt er op te duiden dat de krant best zonder die pagina kan. Maar enkele oplettende lezers schreven: waar is die pagina opeens gebleven? Politicoloog Sander Luitwieler bijvoorbeeld, gepromoveerd op het Europese Verdrag van Nice uit 2000. Hij vond de pagina waardevol: er kwamen grensoverschrijdende onderwerpen aan bod én het was een platform voor specifiek nieuws over De Europese Unie.

De hoofdredacteur erkent die voordelen, maar zegt dat hij af wilde van het rigide ritme van een vaste pagina. Hij ziet meer in een integratie van Europees nieuws in de overige rubrieken: zo neem je het meer mee in de stroom van het dagelijkse nieuws.

Op de redactie is het verdwijnen van de pagina gelaten geaccepteerd. Niet zo gek, want de pagina had een moeizame historie en kwam volgens de redacteuren niet echt uit de verf. Hij werd in 2004 gelanceerd door hoofdredacteur Folkert Jensma, oud-correspondent in Brussel, die meer aandacht voor Europa in de krant wilde. Zijn slagzin was: ‘Europa is ook binnenland.’ De pagina verscheen tweewekelijks en na een jaar wekelijks. Er kwam een ‘Europa-redactie’, die nauw contact hield met de drie correspondenten in Brussel.

Maar de pagina bleek een zorgenkind, organisatorisch en inhoudelijk. De verantwoordelijkheid ervoor verschoof van de hoofdredactie eerst naar de rubriek Binnenland, toen naar Den Haag (of ‘Politiek en Bestuur’, zoals die redactie intern heet) en ten slotte naar Buitenland. Ook de invulling bleek niet simpel: moest het een achtergrondpagina worden of juist een pagina met nieuws?

Een redacteur die er vanaf het eerste uur bij betrokken was, zegt: „We moesten telkens constateren dat van de beoogde kruisbestuiving met andere redacties minder terechtkwam dan verwacht en gehoopt. De inspanningen leverden wel geconcentreerde aandacht voor Europa op en ze bleven ook niet onopgemerkt onder geïnteresseerden, maar spraakmakend waren ze zelden en een indrukwekkende stroom nieuws leverden ze evenmin op. Wel een boel nieuwtjes.”

Daar kwam dan nog het hartgrondige Nederlandse ‘nee’ tegen Europa bij. Krantenpagina’s zijn ook een afspiegeling van maatschappelijke verhoudingen, en die waren nu eenmaal niet erg pro-Europa. Het gaf de pagina een verloren imago, ook intern.

Dat is jammer, maar een feit. De redacteur van het eerste uur vindt het stoppen met de pagina dan ook ‘een goede beslissing’. Wel maakt hij zich zorgen dat nu de aandacht voor Europa inzakt, zeker omdat de krant het aantal correspondenten in Brussel van drie naar twee heeft verminderd. De hoofdredacteur wil daarvoor waken, zegt hij. En hij sluit niet uit dat de pagina zo nu en dan weer opduikt. Als het nieuws er om vraagt.

Ik voorspel hem: dat zal gebeuren. Zie het proces-Wilders, de kraakwet en, onder het nieuwe kabinet, het vraagstuk van asiel en immigratie.

Nog even terug naar het Engels in de krant (mijn column van 30 oktober). Dank aan de vele lezers die mij daarover schreven. Ik heb uw tips, ik bedoel, suggesties, doorgegeven aan de eindredactie. Die heeft nu een flinke woordenlijst ‘onnodig Engels’ bij de hand.

De beste vertaling van ambient awareness vind ik overigens ‘omgevingsbesef’, aangedragen door Jan Quist. Hoewel ook de uitleg van Juanita Soeteman me aanspreekt dat het ‘een opschepperige uitdrukking’ voor ‘veelzijdig geïnformeerd zijn’ is. Andere suggesties waren: ‘milieubewustzijn’, ‘omgevingsbewustzijn’ en ‘waakzaamheid’.

De auteur van het stuk, de schrijver Atte Jongstra, laat weten dat hij heus niet wilde opscheppen (‘Ik doe liever duur met oorspronkelijk Nederlandse woorden’). ‘Omgevingsbesef’ doet hem echter teveel denken aan een bosrijke omgeving. Terwijl het stuk over het sociale netwerk Facebook ging. Hij stelt voor: ‘sociaal-landschappelijk bewustzijn’. Hij bedoelt daarmee ‘een zeer goed op de hoogte zijn, een omgevingsbesef of -bewustzijn hebben van, en het veelzijdig geïnformeerd zijn over, het ons omringende sociale landschap’.

Ik hou het toch maar op de bosrijke omgeving.