Het dodebomenplan

Bomen planten helpt tegen verwoestijning, is de theorie. Maar in Afrika heb je meer aan de bescherming van oude bomen. Gerbert van der Aa

De weg naar Widou Thiengolly, een dorp in het noorden van Senegal, bestaat uit niet meer dan een karrenspoor. Het grootste deel van het jaar slingert de route door een stoffig en spaarzaam begroeide vlakte, maar nu is het landschap groen en drassig. De overvloedige regens van dit jaar – er viel al drie keer zo veel als normaal – heeft de weg vrijwel onbegaanbaar gemaakt. Diepe plassen versperren de doorgang. Zelfs fourwheeldrives blijven steken in de modder.

“De regen is een godsgeschenk voor de nieuwe bomen die we hebben geplant”, zegt Papa Sarr, adjunct-directeur van het Great Green Wall-agentschap. De Great Green Wall is een project van elf Afrikaanse landen om dwars door de Sahel, van Senegal tot Djibouti, een muur van bomen te planten. “Op die manier willen we de oprukkende Sahara tegenhouden”, legt Sarr uit. “Verwoestijning is hier een van de belangrijkste oorzaken van armoede. Bomen stoppen de erosie, waardoor landbouwgewassen beter groeien.”

In Senegal wordt het werk aan de Great Green Wall uitgevoerd vanaf een basis in Widou Thiengolly. Naast een aantal eenvoudige stenen gebouwen, waar het agentschap kantoor houdt, is een kwekerij voor jonge bomen. Onder een afdak staan twee tractoren om de jonge boompjes, voor het grootste deel acacia’s, te transporteren. Elk jaar in de zomer komen honderden Senegalese studenten naar Widou Thiengolly om te helpen met bomen planten. Al ruim vijftienduizend hectare is zo sinds 2008 aangeplant.

De Great Green Wall is een van de vele boomplantprojecten in Afrika. Overal op het continent financieren ontwikkelingsorganisaties, zoals Unicef, dit soort initiatieven. De Keniaanse Wangari Maathai kreeg in 2004 zelfs de Nobelprijs voor de vele bomen die haar Green Belt Movement in Afrika plant. Maar over de vraag of bomen planten een effectief middel is in de strijd tegen verwoestijning bestaat groot verschil van mening. Van verschillende kanten klinkt kritiek.

ONTKIEMING

“Een van de belangrijkste oorzaken van verwoestijning is gebrek aan regen”, zegt de Zuid-Afrikaanse klimatoloog Richard Washington van de Universiteit van Oxford. Bomen planten om verwoestijning tegen te gaan is volgens Washington verspilde moeite. “Overal in de Sahel liggen zaden van bijvoorbeeld acacia’s vaak al tientallen jaren in het zand. Als er neerslag valt komen die vanzelf tot ontkieming.” Na regenbuien verschijnt op de zandduinen in de Sahara vaak een groen kleed van gras en jonge bomen.

Het goede nieuws is dat de regens in de Sahel de afgelopen tien jaar aanmerkelijk beter zijn dan voorheen. Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw regende het in de Sahel volgens onderzoek van de Universiteit van Oxford gemiddeld zo’n 30 procent minder dan in de decennia daarvoor, maar sinds 2000 trekt de hoeveelheid neerslag weer aan. Dit jaar is uitzonderlijk goed. Behalve in Senegal viel ook in bijna alle andere Sahellanden veel meer regen dan normaal. Op meerdere plaatsen, zoals in Niger en Benin, waren ernstige overstromingen.

NOMADEN

Maar regen is niet de enige factor die een rol speelt bij verwoestijning. Ook houtkap en grazend vee zijn belangrijke oorzaken. Overal in de Sahel wonen grote groepen nomaden die met kamelen, koeien, schapen en geiten de regen achterna reizen. Naast vers gras vreten de dieren jonge boompjes. Volwassen bomen sneuvelen in veel gevallen omdat de bevolking hout nodig heeft om eten te koken. Een fles gas is voor de vaak arme plattelandsbevolking te duur.

“Om verwoestijning tegen te gaan kun je het best bestaande bomen beschermen”, zegt econoom Korka Diallo, projectleider bij de African Development Bank in Tunesië. “Dat is veel goedkoper dan bomen planten.” Volgens Diallo, afkomstig uit een boerenfamilie in Burkina Faso, steunen ontwikkelingsorganisaties het planten van bomen alleen maar om goede sier te maken. “Het ziet er goed uit, maar levert in de praktijk weinig op. Van de honderd nieuwe bomen leven er na een jaar doorgaans nog maar een paar.”

Onderzoek gepubliceerd door het Amerikaanse IFPRI (International Food Policy Research Institute) bevestigt dat het beschermen van de al aanwezige wilde vegetatie veel effectiever en goedkoper is dan bomen planten. Vooral in Niger en Burkina Faso is succes geboekt met natuurlijke regeneratie, zoals wetenschappers deze methode om verwoestijning te bestrijden noemen. Alleen al in Niger zijn er zo volgens de onderzoekers de afgelopen twintig jaar naar schatting twee miljoen bomen bijgekomen.