Elf november

Toen ik een jaar of acht was, namen mijn vader en moeder mij in de herfstvakantie mee naar Londen. Op 11 november gingen we ’s avonds naar Trafalgar Square om de Wapenstilstand te herdenken. Daar stonden duizenden mensen. Om acht uur was het zo ver. Plotseling een diepe stilte. En daar liet ergens in een huis een klok acht slagen horen. Nooit meer heb ik een klok zo helder horen slaan. De Eerste Wereldoorlog had voor mij relatief weinig geheimen. Thuis bewaarde mijn moeder vier ingebonden jaargangen van De Prins der Geillustreerde Bladen, van 1914 tot en met 1918. Daarmee werd ik zoet gehouden als ik een kinderziekte had, mazelen, rode hond of een griepje. Zo heb ik, tevreden in bed, die honderden zwart-wit foto’s bestudeerd, van de verwoesting van Belgische en Noord-Franse steden, het leven in de loopgraven, de fonteinen van aarde en puin die na de inslag van een granaat omhoog spoten, de gesneuvelden in het modderig niemandsland, de rijen soldaten die door een gasaanval blind waren geworden en met een hand op de schouder van een voorganger op weg waren naar het veldhospitaal. Was dat een goede opvoeding? Dat wordt altijd door anderen bepaald. Godzijdank keken mijn vader en moeder niet zo nauw.

In de zomervakantie gingen we naar Knokke Le Zoute. Meer Wereldoorlog. In de buurt van de badplaats hadden de Duitsers de Batterij Wilhelm II gebouwd. Daarvan was nog één stuk geschut over, een roestig kanon van enorme omvang. Het stond in een grote betonnen kom. Rails voor het karretje waarop de granaten werden aangevoerd. Voor mij een fascinerend relikwie uit een vervaarlijke, gruwelijke tijd.

We gingen met de tram naar Zeebrugge. Daar was een oorlogsmuseum. Niet kinderachtig aangepakt. In een betrekkelijk schemerige kelder was een loopgraaf nagebouwd, in de toestand na een stormaanval. Op een soort bankjes, kisten, kratten zaten de natuurgetrouwe poppen van de verdedigers. In het prikkeldraad voor de loopgraaf hingen een paar dode aanvallers, Duitsers natuurlijk, met gescheurd uniform en bebloed hoofd. Op de kermis, denk ik nu, was het een mooie gruwelkamer geweest. Maar dit was echt, het was geschiedenis. Thuis begon ik de boeken van Barbusse en Remarque te lezen. Barbusse leek me meer waarheidsgetrouw. Daar werd ongelofelijk gevloekt. Voor de Tweede Wereldoorlog waren er weinig schrijvers die hun personages zo tekeer lieten gaan. Maar in de oorlog moest je vloeken, dat leek me zo klaar als een klontje.

In de loop van de jaren dertig werden we steeds nader beslopen door de Tweede Wereldoorlog. De vliegtuigen hadden mijn grootste belangstelling. In de boekjes stonden de foto’s, van de Supermarine Spitfire, de Hawker Hurricane, de Messerschmidt ME 109, de Junkers 88, en ons eigen prachtstuk de Fokker G1, de onoverwinlijke jachtkruiser met vier machinegeweren in de neus. Eerst hadden we alleen een vrij gebrekkig boek, Moderne vliegtuigen van P.H. van Steenderen. En toen, nog vóór mei 1940, kwam het onbetwiste meesterwerk, Oorlogsvliegtuigen der belligerenten van kolonel Zeegers. Toen ik ze op 10 mei 1940 voor het eerst echt in de lucht zag, hoefde niemand me iets te vertellen. Vier dagen later verschenen de Heinkels 111, de bommenwerpers, laag en langzaam vliegend. Ze hadden niets meer van de vijand te vrezen. De eerste bom op Rotterdam is tachtig meter ten noorden van het huis gevallen waar mijn vader en moeder en ik in de kelder zaten.

Toen is na bijna honderd jaar vrede onze eigen echte oorlog begonnen. Daar hebben we het nu niet over. Op 11 november herdenken de Amerikanen de Eerste Wereldoorlog en alle oorlogen daarna. Armistice Day. Dat gebeurt elk jaar ook in België, Frankrijk, Engeland, ik denk alle landen die aan de grote slachting deelnamen. Wij doen het op 4 mei, omdat we er bij die eerste oorlog in zijn geslaagd neutraal te blijven. Maar we hebben in elk geval ook onze twee minuten.

In New York, niet ver van de East River, op Veteran Square, staat een van de mooiste oorlogsmonumenten die ik ken. Het is een groene muur van dof glas, waarop in reliëf fragmenten staan uit brieven die soldaten in Vietnam naar huis hebben geschreven. De werkelijkheid van de oorlog. Angst, heimwee, wanhoop, woede. En nu, een paar dagen geleden zijn ter gelegenheid van het verschijnen van de memoires van George Bush op CNN een paar filmfragmenten uit het begin van de oorlog in Irak vertoond. De hel van Shock and Awe, schrik en ontzag. In Irak en Afghanistan gaat de oorlog verder. Nog geen tijd voor twee minuten stilte.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

De illustratie bij de Overpeinzing Elf november van S. Montag (NRC Weekblad, 13 november, pagina 26) is gemaakt door Serge Stone.