Een politiek imago creëren met botox

De eerste klap een daalder waard. Aanpakken dus. Het verse kabinet-Rutte werkt aan een imago van daadkracht. En de afdeling communicatie helpt om dat beeld uit te dragen. „Alles wordt politieker in Den Haag. Een goede voorlichter gaat daarin mee.”

Politieke botox. Met indrukwekkend resultaat. Het publiciteitsoffensief van het nieuwe kabinet-Rutte is een schoolvoorbeeld van hoe je snel een ideaal imago kan fabriceren, zegt de Leidse hoogleraar politieke psychologie Henk Dekker. „Het kabinet oogt strak, dynamisch, energiek, heeft oog voor de belangen van de gewone man. Of dat achter die façade allemaal waar is, weten we natuurlijk niet.”

Hier is sprake van een goed geregisseerde strategie, denkt de Nijmeegse hoogleraar politieke geschiedenis Remieg Aerts. Om te beginnen feel good-maatregelen als een nieuwe maximumsnelheid van 130 kilometer per uur en de gedeeltelijke opheffing van het rookverbod. Daadkracht toont het kabinet bijvoorbeeld met de terugvordering van het salaris van een universiteitsbestuurder. Bezuinigen op het Rijk geeft het signaal dat „ambtenaren nu eens flink worden aangepakt, zodat ze burgers minder kunnen lastigvallen”, zegt Aerts. Met de stortvloed van maatregelen probeert het kabinet de oppositie te overdonderen. Aerts: „Dat lijkt me ook bewust.”

De persberichten en zorgvuldig bij kranten geplaatste ‘primeurs’ zijn nauwelijks bij te houden. Soms met plannen die al in het regeerakkoord stonden, soms met ideeën die nog maanden uitwerking vergen, soms met maatregelen die morgen kunnen worden uitgevoerd. Geen enkel departement laat zich onbetuigd, maar minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) is de productiefste publicist – terwijl juist hij de Tweede Kamer beloofde minder beleidsbrieven te sturen.

Het afschaffen van bonnenquota voor agenten. Lastigvallen en vervolgen van voetbalhooligans; ze vastleggen in een database. Een straatverbod voor overlastgevers, of nachtdetentie, of een strafdienstplicht. De laatste belofte: Opstelten „opent de aanval op de bureaucratie” van de politie, want agenten worden „hoorndol” van „registratiedrift” – alsof straatverbod, nachtdetentie en database geen registratie vergen.

VVD-leider Mark Rutte ging in de oppositie graag tekeer tegen het besluit van CDA-premier Jan Peter Balkenende om de eerste honderd dagen van zijn vierde kabinet luisterend naar burgers door te brengen. Als premier kan hij nu moeilijk met minder genoegen nemen dan een vliegende start. Ook zal hij willen bewijzen dat zijn belofte van daadkracht meer dan ijdel opscheppen was. Wie hoge verwachtingen wekt, moet hard werken om niet teleur te stellen.

Dat lijkt gelukt. De eerste weken van het kabinet zijn „bijzonder geslaagd”, zegt Dekker. „Mensen dachten: ‘Zo’n instabiel groepje kan nooit daadkrachtig zijn’. Ze hebben op de verwachte daadloosheid geanticipeerd, bijna overdreven, en het tegendeel bewezen.”

Het kabinet was verstandig genoeg, zegt Dekker, om zich voorlopig tot „miniprobleempjes” te beperken. „Het zijn leuke dingen voor de mensen. Niemand geniet van een parkeerbon.”

Aerts: „Het is natuurlijk ook goed om regie te nemen en te laten zien dat je dingen wilt. Ook controversiële.” Werken aan complexe zaken als aanpassing van de pensioenleeftijd of bevriezing van ambtenarensalarissen gebeurt achter de schermen.

Soms is het makkelijk besluitvaardig te lijken. Neem staatssecretaris Ben Knapen (Ontwikkelingssamenwerking, CDA). Zijn aankondiging 450 miljoen subsidie voor ontwikkelingsorganisaties te schrappen volgde uit een besluit van voorganger Bert Koenders – nota bene van aartsvijand PvdA. Zelfs de datum van de bekendmaking lag al maanden vast. En de lintjes die minister Melanie Schultz van Haegen nu doorknipt, horen bij infrastructurele projecten die uiteraard niet door haar zijn bedacht.

Soms gaat het mis. Dat merkte minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel, CDA). Zijn ferme voornemen 500 Iraakse asielzoekers uit te zetten, leidde tot drie Kamerdebatten in evenveel dagen, spanning in zijn CDA-fractie, en tot het terugtrekken van zijn voornemen omdat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens het niet toestond. Iets wat de minister had kunnen voorzien.

Hier ligt het risico van doortastendheid. Plannen moeten uiteindelijk geloofwaardig zijn, en effectief. Want, zegt Dekker, de belangrijkste eigenschappen waar kiezers een politicus op afrekenen zijn competentie en integriteit. „Leers kan één keer zo’n fout maken. Een tweede keer is het gevaarlijk, een derde keer bijna dodelijk.” Neem de Franse president Sarkozy, zegt Aerts. Die begon ook als Macher maar verzandt nu in „onmachtig gemaai”.

Leers was ook het eerste slachtoffer van de „enorme spanning” die inherent is aan de gedoogsteun van Geert Wilders en zijn PVV voor het minderheidskabinet VVD en CDA. Deze week stemde Leers in Brussel vóór het EU-besluit visumverplichtingen voor Albanezen en Bosniërs te schrappen. Nederland was politiek geïsoleerd, tegenstemmen had geen zin. Wilders noemde het „een uitermate zwak optreden”.

De minister handelde verstandig, zegt Aerts. Het hielp hem niet: „Leers moest eerst bij Wilders langs om zijn ring te kussen, en wordt nu door diezelfde Wilders te grazen genomen.”

Voor VVD en CDA is toekomstig succes onherroepelijk verbonden met het imago van dit kabinet. Maar Wilders kan ook nog kiezers trekken door te doen wat hem altijd succes bracht: ageren tegen de macht. En er komen alweer cruciale verkiezingen aan. Voor de Provinciale Staten, en daarmee de Eerste Kamer. Daar heeft het kabinet geen meerderheid. Blijft dat zo, dan is daadkracht onmogelijk, en is het opgebouwde imago weinig meer waard.