De stelling van David Van Reybrouck: Het publiek vraagt om standvastige schrijvers en media

De postmoderne generatie die nu politiek aan zet is, durft haar eigen idealen niet te verdedigen. Zo durft men geen hoge cultuur uit te dragen, uit angst om elitair te zijn. Daar ligt de kern van de huidige problemen, zegt schrijver David Van Reybrouck tegen Elsbeth Etty.

© Jorgen Krielen / Amsterdam, 09-11-2010 / David van Reybrouck

In uw dankwoord bij de uitreiking van de AKO-literatuurprijs deelde u mee een aanzienlijk deel van het prijzengeld aan Human Rights Watch te schenken. Beschouwt u zichzelf als een geëngageerd schrijver?

„Betrokkenheid bij de wereld zit er bij mij diep in. Maar ik heb moeite met het etiket geëngageerd schrijven omdat dat veronderstelt dat je morele standpunten uitdraagt en opdringt, en daar voel ik mij niet toe geroepen. Maar mijn inzet is wel moreel. Mijn engagement zit hem niet in mijn oordelen of in de aanbevelingen die ik doe, maar in het ontrafelen van morele dilemma’s.”

Dat klinkt nogal betuttelend.

„Houellebecq, Coetzee, Franzen,A.F. Th. Van der Heijden en Grunberg vind ik morele schrijvers. Niet omdat ze zelf moreel deugen, ik weet niets van hun morele beginselvastheid, maar omdat ze in hun romans morele kwesties aankaarten en serieus nemen. Sartre heeft gezegd: je moet de paradoxen van je eigen bestaan begrijpen als de paradoxen van je tijd.”

Als rechts populisme, xenofobie, en nationalisme, volgens ‘Le Monde’ de ziekte van de lage landen, kenmerkend zijn voor onze tijd, hoe moeten schrijvers en media zich daar dan mee verstaan?

„Ook dat is een vraag naar engagement. Mijn theaterstuk Missie, over een hedendaagse oude missionaris in Oost-Congo, is een onderzoek daarnaar. Het gaat niet over Oost-Congo, niet over het katholicisme en ook niet over een missionaris, maar over de voorwaarden van een levenslang engagement. Idealisme is makkelijker uit te dragen als er een mythe mee gemoeid is, in dit geval die van het katholieke geloof. Dat helpt om momenten van wanhoop te overwinnen. Maar voor iemand zoals ik, die geen religieus besef heeft, is idealisme vaak lastiger om te handhaven. Wij hebben niet de troost van het eeuwige en moeten op zoek naar andere maatstaven. Overigens maakt Nederland nu met Wilders mee wat wij tien jaar geleden met het Vlaams Belang doormaakten. Bij ons is het Vlaams Belang op dit moment uitgerangeerd.”

Vlaamse schrijvers, Hugo Claus en Tom Lanoye voorop, hebben zich verzet tegen de vreemdelingenhaat, meer dan kunstenaars en intellectuelen in Nederland. Heeft dat ertoe bijgedragen dat er in Vlaanderen met succes een cordon sanitaire om het xenofobe populisme is gelegd, terwijl het in Nederland min of meer mee regeert?

„De krimp van het Vlaams Belang is maar ten dele te danken aan het cordon sanitaire. Belangrijker is dat er een niet-xenofoob, democratisch-nationalistisch alternatief op rechts is gekomen. Bart De Weever, de charismatische leider van de NVA, heeft veel mensen ervan overtuigd de fuik van het Vlaams Belang uit te zwemmen, tegen de stroom in. Het is heel opmerkelijk dat op het moment dat overal in Europa rechts en extreem-rechts aan het winnen zijn op het thema xenofobie, in Vlaanderen de vreemdelingenhaat op een dood spoor is geraakt. Maar dat is tijdelijk hoor. De Walen zijn nu de Marokkanen van Vlaanderen, zij zijn de nieuwe zondebok.”

Uit uw boek ‘Congo’ spreekt een intense betrokkenheid met de ex-kolonie, die in Nederland ver te zoeken is. Heeft België zijn koloniale verleden beter verwerkt dan Nederland?

„Ik heb lang het gevoel gehad dat jullie daar juist verder mee waren, maar inmiddels heb ik de indruk dat er een heleboel onbesproken thema’s zijn, zoals de politionele acties tegen Indonesië. Er is nooit een omvattend boek over verschenen voor een breed publiek. Maar aan de vijftigjarige herdenking van de onafhankelijkheid van Congo zaten in België ook problematische kanten. Aanvankelijk was er voornamelijk aandacht voor koloniale nostalgie. Gelukkig is er ook ruimte gekomen voor een andere blik. Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren, dat tot voor kort nog een koloniaal bolwerk was, heeft belangrijke tentoonstellingen georganiseerd.

Er zijn twee brute episodes uit de koloniale geschiedenis die nu algemeen bekend zijn en in alle schoolboeken staan: de rubberpolitiek van Leopold II anno 1900 en de moord op Lumumba. Anderzijds heeft het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken geprobeerd de film ‘Lumumba’ van Raoul Peck van filmfestivals te weren. En op de Belgische ambassade in Congo hangt in de ontvangstkamer van de nieuwe ambassadeur een foto van Leopold II en Stanley opnieuw aan de muur, omdat zij de mensen zijn die Congo hebben ‘bedacht’. Ik vind dat niet kunnen.”

Maar het gebeurt wel. Hoe verklaart u die opstelling?

„België herdenkt dit jaar niet alleen Belgisch Congo, België herdenkt ook België. Dat zag je twee jaar geleden al bij de vijftigjarige herdenking van de Wereldtentoonstelling in Brussel, de Expo. We herdenken belangrijke momenten uit de tijd dat België nog een grappig, herkenbaar unitair land was. Tegenwoordig is België ons bijna even vreemd als het huidige Congo. De huidige institutionele crisis versterkt her en der nostalgie naar ‘La Belgique de papa’.

Tegelijkertijd is er ten aanzien van Congo een excessief schuldbesef, waar de Congolezen maar heel weinig aan hebben. Het is goed dat de tijd van de koloniale trots voorbij is, maar die moet niet enkel vervangen worden door postkoloniale schaamte als die niet gepaard gaat met nieuwe vormen van betrokkenheid.”

„Vertoont de Vlaamse literatuur meer betrokkenheid bij de wereld dan de Nederlandse?”

„Dat denk ik wel. Nederland mist een Verdriet van België, zoals Hugo Claus heeft geschreven, terwijl Nederland de laatste jaren toch genoeg verdriet kent. De politieke en historische gebeurtenissen in Nederland van de afgelopen decennia schreeuwen om duiding, om toelichting, om standpuntbepaling en zouden gefundenes Fressen moeten zijn voor elke auteur die zijn deur open heeft staan, maar ik zie daar maar heel weinig van terechtkomen. Ik sta achter Thomas Vaessens die in zijn boek De revanche van de roman pleitte voor een aansluiting van de literatuur op de wereld. Onbegrijpelijk dat hij in Nederland zoveel weerstanden opriep! Literatuur is toch meer dan bellettrie? Die vorm van engagement is in Vlaanderen met auteurs als Louis Paul Boon, Hugo Claus,Tom Lanoye, Walter Van den Broeck en Dimitri Verhulst beter vertegenwoordigd dan in Nederland.”

De generatie van Boon en Claus en in Nederland Mulisch, Hermans en Reve had de Tweede Wereldoorlog als referentiekader. Waarmee moeten huidige generaties in het reine komen?

„De generatie die de Tweede Oorlog heeft meegemaakt was politiek bevlogen, Mulisch was zelfs een linkse idealist. Zij zijn opgevolgd door de postmoderne generatie, die nu tussen de 45 en de 65 is. De postmodernen hebben een belangrijke intellectuele injectie gegeven aan het debat, ze hebben de problematische kanten getoond van uitspraken over Tweede Wereldoorlog en eigenlijk van alle uitspraken over wat dan ook. Ze hebben aangetoond dat er geen vorm van waardenvrij spreken bestaat, dat elke uitspraak politiek geladen is. Vervolgens werd men zich zo bewust van die politieke lading, dat men bang is geworden standpunten in te nemen. Het is een generatie met een summum aan analytisch vernuft, maar dat summum heeft zichzelf het zwijgen opgelegd.”

Zwijgen over nationalisme en vreemdelingenhaat kan makkelijk worden uitgelegd als instemming.

„En dat is nou precies een van de dilemma’s van deze tijd. De postmoderme generatie is bang om zich te branden aan een engagement dat fout kan uitpakken, bang voor politieke besmetting, bang voor het oordeel van later.

„Maar er is nu een nieuwe beweging gaande van mensen die echt geglobaliseerd zijn, de post-postmodernen, die wel stelling nemen. Ik beschouw mij zelf als een product van beide invloeden. Enerzijds kan ik het postmodernisme niet vergeten, maar anderzijds probeer ik vormen te vinden om mij wel nog steeds uit te spreken over de wereld. Ik weiger de smetvrees van het postmodernisme.”

In Nederland worden organisaties als Human Rights Watch waaraan u uw prijzengeld geeft verdacht gemaakt als speeltjes van de linkse elite. Hoe ligt dat in België?

„Ongeveer hetzelfde. Maar wie Human Rights Watch links noemt, vindt mensenrechten ook een linkse hobby. Ik denk dat ’t voorbijgaande kretologie is, waar je niet in moet trappen. Probleem is wel dat het discours over mensenrechten te veel een discours onder hoogopgeleiden is geworden. Om dat te veranderen is het nodig de morele lat zo hoog mogelijk te leggen, maar tegelijkertijd de drempel zo laag mogelijk te houden. Ik vind het belangrijk dat laagopgeleiden niet als verloren schapen worden beschouwd die gevangen zitten in de fuik van rechts. Die mensen zijn te mobiliseren voor een humanere samenleving.”

Daar is de laatste jaren anders niemand in geslaagd.

„Feit is dat in België de opmars van extreem-rechts tot stilstand is gekomen. Dat wil niet zeggen dat we in een sociaal-democratisch walhalla terecht zijn gekomen. In Vlaanderen stemt 70 procent van de mensen centrum-rechts tot extreem-rechts en dat is al dertig jaar zo. Dat kun je vervelend vinden en wat er nu in Nederland gebeurt is zelfs onverkwikkelijk, maar het is niet het einde van de geschiedenis. Een recept voor verandering kan ik niet geven, maar wat mij opvalt is dat er ter linkerzijde een angst bestaat om de eigen idealen te belijden en uit te dragen. Links heeft de kiezers te veel tot klanten gereduceerd.

Hetzelfde gebeurt bij de media. Net als politieke partijen zijn die bang geworden om een normerende functie te vervullen. Zelfs kwaliteitskranten doen er alles aan om hun lezers te behagen. Dat heeft geen enkele toekomst. Het publiek wil niet behaagd, maar serieus genomen worden. Een bepaalde vorm van morele standvastigheid lijkt mij van groot belang in deze turbulente tijden. Het is typerend voor de postmoderne generatie die nu politiek aan zet is en in de media de dienst uitmaakt dat men zeer overtuigd is van de eigen idealen maar tegelijkertijd bang is ze uit te dragen.

Men is bang dat solidariteit wordt uitgelegd als pamperen van minderbedeelden of als het koloniseren van lagere klassen, men durft de kring die als ‘wij’ wordt aangeduid niet uit te breiden en geen hoge cultuur uit te dragen uit angst elitair te zijn. Daar ligt de kern van onze huidige problemen.”