De Russen blijven voormalige aartsvijand NAVO wantrouwen

Twintig jaar na de Koude Oorlog is de NAVO voor Rusland zowel vriend als vijand. Rusland houdt vast aan haar cordon sanitaire van zwakke buurlanden, maar beseft tegelijkertijd dat modernisering en militaire samenwerking nodig zijn.

Het toegangshek met de ster van het Rode Leger verraadt nog niets. Maar zodra je voorbij de portier van Speciaal Object ZKP Taganskij in Moskou bent en een militair paspoort als entreebiljet hebt gekregen, beland je in de Koude Oorlog. „U valt vanaf nu onder de krijgstucht”, zegt gids Sergej dreigend. „Iedere overtreding wordt zwaar bestraft.”

Hij gaat voorop de trap af, zeventig meter de diepte in, waar zich een enorm onderaards commandocentrum bevindt, dat nu een museum is. Telefooncentrales, seinapparatuur, stafkaarten, kalasjnikovs, antistralingspakken, uniformen. Van hieruit moest de NAVO worden verslagen.

In een filmzaal wordt een Sovjetdocumentaire getoond, waarin het Westen als het Grote Gevaar wordt afgeschilderd. „Wij waren vroeger thuis nooit bang voor de NAVO, maar wel voor de KGB”, zegt de 43-jarige raketingenieur Anna als ze opgewonden door de onderaardse gangen doolt. „Mijn ouders luisterden ’s avonds altijd naar de BBC en de Voice of America om te weten wat er echt in de wereld gebeurde. We mochten er met niemand over praten, terwijl iedereen precies hetzelfde deed.”

Als een andere bezoeker bekent een inwoner van een NAVO-lidstaat te zijn, roept een jonge Rus wantrouwend: „Een westerse spion.” Maar terwijl hij dat zegt moet hij lachen. Toch is zijn reactie niet zo vreemd. Want ondanks president Medvedevs recente coöperatieve opstelling jegens de NAVO, de uitlatingen van gepensioneerde Russische topmilitairen dat de NAVO geen dreiging meer vormt voor Rusland en de succesvolle samenwerking van het Kremlin met het bondgenootschap in Kosovo, Bosnië-Herzegovina, Afghanistan en Centraal-Azië (waarover de staatsmedia grotendeels zwijgen), is het Russische wantrouwen jegens de voormalige aartsvijand nog altijd groot. Niet alleen onder de oudere generaties, maar ook binnen de Russische politieke elite.

De vooraanstaande politicologe Lilia Sjevtsova ziet dat wantrouwen als een logisch uitvloeisel van de wijze waarop Rusland wordt bestuurd. In haar recent verschenen boek Lonely Power beweert ze dat er geen stabiele samenwerking, laat staan partnerschap, valt te verwachten, zolang Rusland wordt geregeerd door een systeem van verpersoonlijkte macht, dat zichzelf consolideert door middel van anti-westerse sentimenten, of die nu openlijk worden uitgedrukt, zoals vroeger, of in het geheim, zoals nu.

„Belangrijk is te weten dat zowel in de buitenlands politieke als in de militaire doctrine van Rusland de NAVO tegenwoordig niet meer een ‘dreiging’ wordt genoemd, maar een ‘gevaar’ en dat wil wel eens tot verwarring leiden”, zegt ze in haar Moskouse werkkamer. „Want de NAVO is ineens vriend en vijand tegelijk, terwijl het bondgenootschap in de staatsmedia nog altijd wordt afgeschilderd als een organisatie die Rusland wil omringen en daarom moet worden geneutraliseerd.”

Die opstelling heeft volgens Sjevtsova te maken met de oostwaartse uitbreiding van de NAVO. „Rusland beseft heel goed dat de NAVO behalve een militair instituut ook een politieke organisatie is, die democratie bevordert. Als een land als Oekraïne zich bij de NAVO zou aansluiten, begint daar een proces van democratisering dat tot een beschavingsbreuk met Rusland leidt. Uit angst daarvoor geeft Rusland de voorkeur aan een ‘cordon sanitaire’ van mislukte of zwakke buurstaten.”

Samenwerking tussen het huidige Rusland en het Westen zal volgens Sjevtsova nooit boven het pragmatische en tijdelijke uitstijgen. Spanningen zullen van tijd tot tijd, zonder directe aanleiding, opflikkeren. Maar vanwaar dan die bereidheid tot samenwerking? „President Medvedev zegt dat Rusland zich van zijn vriendelijkste en beste kant moet laten zien aan het Westen, omdat het een door datzelfde Westen gesponsorde modernisering nodig heeft”, zegt Sjevtsova.

Volgens Vladimir Jevsejev, directeur van het Centrum voor Maatschappelijk Politiek Onderzoek, speelt samenwerking op het gebied van een schild tegen inkomende vijandige raketten een sleutelrol in de recente Russische toenadering tot de NAVO. „Een antiraketsysteem zonder Russische deelname is een halve maatregel, die binnen Rusland als een bedreiging zal worden gezien. Iedere raket uit Iran die op Europa wordt afgeschoten, vliegt tenslotte over Rusland en kan daar ook neerkomen. We moeten dus wel samenwerken op dat terrein, bijvoorbeeld door informatie uit te wisselen en gezamenlijke trainingen te houden in Astrachan, waar we kunnen oefenen in het onderscheppen van Iraanse raketten.”

Voor het Russische verzet tegen oostwaartse uitbreiding heeft Jevsejev begrip. „Het Westen gebruikt Oekraïne als tegenwicht tegen Rusland. We hebben een marinebasis in Sevastopol en onze schepen daar kunnen nergens anders heen. Als Oekraïne lid van de NAVO wordt, leidt dat tot destabilisatie. Omdat we geen afgebakende grenzen hebben kan die ook naar Rusland overslaan.”

En voor een echt NAVO-lidmaatschap acht Jevsejev het nog te vroeg. „Het wantrouwen onder de politieke elite en de bevolking is nog steeds erg groot”, zegt hij. „Maar een meerderheid van de hen begrijpt dat samenwerking goed is. Zie het succes daarvan in Afghanistan.”