Boskalis: honderd jaar baggeren en boven blijven

Het bedrijf dat Pieter Bos en Kornelis Kalis stichtten, groeide in honderd jaar uit tot de grootste ‘natte aannemer’ ter wereld.

AMSTERDAM - Vandaag presenteerde Royal Boskalis Westminster haar halfjaarcijfers over 2010 , CEO Peter Berdowski gaf de toelichting.

De belangrijkste multinationals van het land? Vraag een willekeurige Nederlander op straat ernaar en hij zal vermoedelijk Philips, Heineken, Shell of Unilever noemen. Andere kanshebbers zijn AkzoNobel en DSM. Maar Boskalis? Toch is het bedrijf uit Papendrecht de grootste baggeraar ter wereld.

De laatste jaren ging het Boskalis voor de wind. Door hoge prijzen voor petroleum en gas investeerden oliemaatschappijen vóór de crisis fors in nieuwe havens en productielocaties. Terreinen die Boskalis kon uitbaggeren en aanleggen met zijn vloot van sleephoppers, snijkopzuigers en steenstorters.

Boskalis pocht weinig met zijn prestaties. Bestuursvoorzitter Peter Berdowski (52) is geen Hans Wijers (AkzoNobel) of Gerard Kleisterlee (Philips) die de status van Bekende Nederlander bezitten. Maar dit jaar bestaat Boskalis 100 jaar. En dat viert het bedrijf met een bedrijfsbiografie (*) die beschrijft hoe de familiebedrijven van Pieter Bos en Kornelis Kalis uit Sliedrecht uitgroeiden tot een ‘natte aannemer’ met 2,5 miljard euro omzet en 14.000 werknemers, verspreid over 65 landen.

De islamitische wereld is een belangrijke opdrachtgever voor Boskalis. Ondervindt u hinder van de rol van Geert Wilders in de Nederlandse politiek?

Berdowski: „Absoluut een non-issue. Nederland denkt dat het buitenland veel belang hecht aan wat er zich binnen onze dijken afspeelt. Dat is lariekoek. Nu laait de discussie weer op over het belang van een zetel bij het Internationaal Monetair Fonds of deelname aan de G20. Allemaal prima, maar ik hoop niet dat politici denken dat meepraten op dat soort fora belangrijk is voor het bedrijfsleven. Boskalis merkt er in ieder geval weinig van. Wat ik wel merk is dat andere landen politiek en handel gehaaider combineren.”

Hoe bedoelt u?

„Een Chinees baggerbedrijf zegt tegen een Afrikaans land: ‘Wij willen best voor u een nieuwe haven aanleggen’. De Chinese staat zegt: ‘Wij doneren wel een spoorverbinding’. En laat die spoorverbinding nu net naar die ene kopermijn gaan. ‘Weet u wat’, zeggen de Chinezen dan, ‘betaalt u ons maar in grondstoffen’. Om het land over de streep te trekken bieden ze nog een zak leningen en ruilhandel aan. Ik weet wel wie die bagger-klus voor de haven dan krijgt. Niet Boskalis. Het combineren van ontwikkelingshulp met het aanleggen van infrastructuur is een gouden greep. Maar in Nederland is dat vies. Dit is overigens geen litanie, maar slechts een suggestie. En nu houd ik op met lamenteren.”

De bedrijfsbiografie telt 455 pagina’s. Berdowski, die sinds 1997 in de raad van bestuur zit, komt voor het eerst op pagina 361 aan bod, als hij in 2005 benoemd wordt tot nieuwe topman van het concern.

Is dat niet een beetje laat?

Berdowski: „De bedoeling was de bedrijfsgeschiedenis van Boskalis te schetsen, niet een hagiografie van Peter Berdowski te maken. ”

Toch lijkt 2005 op een kentering. Daarvoor gingen de prestaties op en neer, maar sinds uw aantreden zijn winst en omzet omhoog geschoten.

„Dat klopt. 2004 was een heel slecht jaar. Er is toen nog een reorganisatie doorgevoerd, die ik vanuit de raad van bestuur geleid heb. Wij zagen de hausse toen al komen op de markt voor landaanwinning en hebben daar zo veel mogelijk op ingezet. Tegelijkertijd heb ik er bewust voor gekozen de orderportefeuille niet vol te stoppen met allemaal klussen van een paar oliesjeiks uit het Midden-Oosten.”

Zoals Van Oord wel heeft gedaan?

„Iedereen heeft het nu over hoe Van Oord en Jan De Nul [een belangrijke Belgische concurrent, red.] de Palmeilanden in Dubai hebben aangelegd. Maar Boskalis is ooit als eerste begonnen daar, we waren marktleider. Als 10 of 15 procent van mijn omzet uit Dubai komt is dat prima, maar niet de helft. Dan wordt het bedrijf te kwetsbaar. De geopolitieke en economische risico’s in het Midden-Oosten zijn niet gering. Dat is ook gebleken. Ik wil niet al mijn eieren in één mandje in één landje bij één klantje. Boskalis heeft een goede geografische spreiding en daarom zullen wij, zoals ik eerder al zei bij de presentatie van onze halfjaarcijfers, in 2010 de hoogste winst in honderd jaar boeken.”

Boskalis kende ook slechte tijden.

„Ik ben in 1997 bij Boskalis binnengekomen. Toen had het bedrijf net een serieuze comeback achter de rug. In de jaren tachtig was de teloorgang heel nabij. Er zijn toen heel wat bedrijfsonderdelen verkocht en baggeren werd weer het belangrijkste. Zo is Boskalis er bovenop gekomen. Het bedrijf werd met sterke hand geleid door mannen als Leen Verstoep. Dat waren de mannen van de wederopstanding, type ‘niet lullen, maar poetsen’. Het gevolg was wel dat Boskalis een soort apenrots was.”

Dat heeft u anders aangepakt?

„Na Verstoep, die het bedrijf weer aan het baggeren kreeg, kwam Rob van Gelder. Hij heeft het bedrijf financieel gezond gemaakt. Ik veranderde de bedrijfsvoering. Er heerste hier een monomane machosfeer. Een helm dragen op het dek van een schip was voor watjes. Je was een zijden sok als je vertelde dat veiligheid belangrijk was. Maar er werden ook geen wisselkoersrisico’s afgedekt. Er waren geen leiderschapsprogramma’s voor het personeel. Het bedrijf was zó bezig geweest met overleven en herstellen, dat het geen moderne organisatie meer was. Daar heb ik aan gewerkt.”

Hoe belangrijk is de aanleg van de Tweede Maasvlakte voor Boskalis?

„Heel erg belangrijk. Het is de afgelopen twee jaar goed geweest om onze vloot te benutten, terwijl er minder projecten elders in de wereld waren door de crisis. En om dezelfde reden is het ook belangrijk geweest voor de omzet. Het was een stootkussen om de klap van de recessie op te vangen.”

De aanbesteding voor de Tweede Maasvlakte omschreef u ooit als een ‘ouderwetse pot Nederland-België’, waarin Boskalis en Van Oord tegen Deme en De Nul uitkwamen. Was het niet op voorhand duidelijk dat Nederland zou winnen?

„Zeker niet. Als we in België speelden, had dat anders gelegen. Boskalis heeft in België meegedongen naar klussen, waarvan ik door de gestelde eisen al wist dat wij weinig kans maakten en onze Belgische concurrenten wel. In Nederland zijn marktwerking en vrije concurrentie heilig.”

Het belangrijkste wapenfeit van Berdowski bij Boskalis is de overname vorig najaar van Smit Internationale, het bedrijf dat naam maakte met spectaculaire acties zoals de berging van de Russische onderzeeër Koersk in 2000.

Boskalis aasde vooral op de maritieme diensten die sleepboten van Smit verlenen aan olie- en gasmaatschappijen. Eerst een haven aanleggen en daarna helpen met het afmeren van de gigantische tankers, dat is het model dat Boskalis al jaren nastreeft.

Berdowski: „We spraken al in 2004 met Smit en we stonden toen op het punt structurele samenwerking aan te gaan, maar mijn raad van commissarissen was er niet voor te vinden.” Maar hij duwde door en lijfde Smit Internationale uiteindelijk eind vorig jaar in voor circa 1,35 miljard euro.

Als u zich iets in het hoofd heeft gehaald, moet het gebeuren, lijkt het.

„Ik kan doortastend en eigenzinnig zijn, maar ik ben niet eigengereid. In de adviesbranche, waar ik uit kom, heb ik zo veel bedrijven aan de rand van de afgrond zien staan. Een duidelijke strategie en daar aan vasthouden, is erg belangrijk.”

Als er zo’n teamgevoel is, waarom verlaat de topman van Smit, Ben Vree, dan eind dit jaar het bestuur van Boskalis?

„Hij heeft er voor gekozen niet te blijven. Boskalis is een circus en Smit een kermis. Bij Boskalis leven we van het duidelijk op elkaar afstemmen van de afzonderlijke bedrijfsonderdelen. We zijn artiesten onder elkaar en veroordeeld tot samenwerking. Smit was veel meer een verzameling van afzonderlijke winkeltjes en werd decentraal geleid. Ben heeft zich de vraag gesteld: ben ik een circusklant of een kermisklant?”

Waarom wil Boskalis het financieel tekort dat bij het pensioenfonds Smit is gerezen, niet aanzuiveren?

„In de media wordt nu het beeld opgehangen dat we de koele calculators zijn van Papendrecht. Maar zo is het helemaal niet gegaan. Tijdens de overnamegesprekken zijn de problemen van het pensioenfonds in volle omvang boven water gekomen. Smit heeft ons toen duidelijk gemaakt, dat er een herstelplan was en dat ze ruim boven de doelstellingen van dat plan zaten. Er was geen sprake van een korting op de pensioenrechten toen. En mocht blijken dat het plan niet voldoende zou zijn, dan was er geen juridische verplichting om bij te storten, zo bleek. We zijn daar steeds van uit gegaan.

„In het voorjaar van 2010 is toen de vraag van Smit gekomen om iets extra te doen voor de aandeelhouders. De vraag was of we bovenop de overnameprijs van 60 euro per aandeel ook het dividend – 2,75 euro – wilden betalen. Voor ons kwam dit neer op een netto verhoging van de overnameprijs met circa 25 miljoen euro. We hebben tot driemaal toe het tegenvoorstel gedaan om met dat bedrag de financiële tekorten van het fonds aan te zuiveren. Maar dat is telkens van tafel geveegd. Uiteindelijk is het geld naar de aandeelhouders gegaan. We wisten dat er een probleem was en dat de klok tikte.”

Wat nu?

„Er wordt een aanvullend onderzoek door de advocaten uitgevoerd, in opdracht van het pensioenfonds. Het ziet ernaar uit dat er geen juridische verplichting is tot bijstorten. Maar zelfs dan hebben wij als werkgever een verantwoordelijkheid tegenover het personeel. Boskalis was een familiebedrijf en die sfeer koesteren.”

Het pensioenfonds van Smit is het eerste dat moet afstempelen, een netelige zaak. Voelt u die druk?

„Met dit dossier betreden we terra incognita, onbekend terrein. We zijn de eerste in een rij. Iedereen, ook De Nederlandsche Bank, kijkt met argusogen toe wat er zal gebeuren. Het afsplitsen van de actieve en passieve deelnemers, in combinatie met het onderbrengen bij een verzekeraar, zou een stap in de goede richting kunnen zijn. Maar dit zal ook een precedent scheppen voor andere pensioenfondsen. We zitten nu in het publieke domein. Het is echter niet zo, dat wij de boeman zijn. We hebben zelf tot driemaal toe een oplossing voorgesteld.”

(*) Bram Bouwens, Keetie Sluyterman: Verdiept Verleden. Een eeuw Koninklijke Boskalis Westminister en de Nederlandse baggerindustrie. Uitgeverij Boom.