Birma is veel meer dan de gevangen oppositieleider

Voor de buitenwereld staat Birma gelijk aan de oppositieleider Aung San Suu Kyi. Maar in de regio kan het strategische belang van Birma nauwelijks onderschat worden.

Birma is méér dan Aung San Suu Kyi, vinden ze bij het Burma Centrum Nederland. De oppositieleider is slechts één van de 2.200 politieke gevangenen in de militaire dictatuur. De onderdrukking van etnische minderheden verdient ook aandacht. Maar hoe maak je dat duidelijk aan de buitenwereld?

Samen met mensenrechtenorganisatie Amnesty International hebben ze daar wel eens over gebrainstormd, vertelt Hans Roel van het informatiecentrum. Misschien konden ze eens een campagne doen over Min Ko Naing? De studentenleider die de protesten in 1988 leidde en geldt als de nummer twee van de Birmese oppositiebeweging? „Maar die staat op zó’n enorme afstand van nummer 1”, zegt Roel. Voorlopig blijft gelden: als er al iets bekend is over Birma, dan is het Aung San Suu Kyi.

Vandaag wordt de Nobelprijswinnares naar verwachting vrijgelaten, na 7,5 jaar huisarrest. Een actie waarmee de militaire junta het buitenland gunstig hoopt te stemmen. Welke westerse leider heeft immers nog niet tot haar vrijlating opgeroepen?

Aung San Suu Kyi is er als geen ander in geslaagd om Birma internationaal op de kaart te zetten. Ook voordat zij in 1988 betrokken raakte bij de strijd voor democratie, was Birma een militaire dictatuur die bovendien werd verscheurd door burgeroorlog. Pas na haar optreden als protestleider en haar eerste veroordeling tot huisarrest in 1989, groeide de aandacht voor het land exponentieel. Zeker toen zij in 1991 de Nobelprijs voor de Vrede won. In vele landen werden steuncomités opgericht voor Birma en haar moedige oppositieleidster. Grotendeels dankzij haar heeft het land nu een vaste plaats op de agenda van internationale politici.

Toch zijn er genoeg andere redenen om Birma belangrijk te vinden. Het land heeft een strategische ligging tussen India en China in, waardoor het van oudsher een handelsroute is geweest. Met zijn lange kustlijn heeft het een belangrijke plaats bij de ingang van de Straat van Malakka, de drukste zeeroute tussen de Indische en de Stille Oceaan. Een kwart van de wereldhandel vaart door deze zeestraat en daarmee vlak langs Birma. Voor Birma’s buurlanden zijn dit de belangrijkste eigenschappen van het land; Aung San Suu Kyi en de strijd voor democratie komen ver daarna.

Dat geldt het meest voor China, Birma’s bondgenoot bij uitstek. Het land heeft flink geïnvesteerd in wegen, waardoor de kortste route tussen Zuid-China en de Indische Oceaan nu door Birma loopt. Vorig jaar is China begonnen met de bouw van een 1.100 kilometer lange oliepijpleiding van de Birmese havenstad Kyaukpyu tot Kunming in Zuid-China, om olie uit Afrika en Saoedi-Arabië naar China te transporteren. Zo wil China zijn afhankelijkheid van de Straat van Malakka verminderen. Nu vaart 80 procent van de olie die China nodig heeft door deze smalle zeestraat, die bovendien wordt geplaagd door piraterij.

Naast de oliepijpleiding komt ook een gasleiding te liggen. Gas is het belangrijkste exportproduct van Birma en China is een grote afnemer. Maar India wil ook haar deel. Aanvankelijk stond India vierkant achter de strijd voor democratie van Aung San Suu Kyi. Maar toen het land zag dat China er met alle waardevolle grondstoffen in het buurland vandoor dreigde te gaan, heeft het zijn toon gematigd. Inmiddels zijn er ook plannen voor een gaspijpleiding van India naar Birma, door Bangladesh.

Dan zijn er nog de vele plaatsen in Birma waar China investeert in waterkrachtcentrales. Terwijl Birmezen zelf hoogstens een paar uur per dag elektriciteit hebben, bouwt China enorme installaties voor stroom in eigen land. In augustus werd bekend dat China dit jaar ruim 8 miljard dollar in Birma heeft geïnvesteerd, het leeuwendeel in waterkrachtcentrales. De rest ging onder andere naar mijnbouw, want Birma heeft ook andere grondstoffen, zoals koper.

Intussen willen de meeste westerse landen geen zaken doen met Birma. Ten onrechte, volgens sommigen, die zeggen dat sancties niet helpen zolang Birma’s buurlanden niet meedoen. Zoals de Amerikaanse senator Jim Webb, die vorig jaar de hoogste Amerikaanse politicus sinds heugenis werd die juntaleider Than Shwe had ontmoet. „Als we ons niet op een constructieve manier met Birma gaan bezighouden, wordt het land eigenlijk gewoon een provincie van China”, zei hij in een interview. „Het is niet goed voor ons om daar buiten te staan.”

Naast de handelsbelangen heeft de situatie in Birma ook op andere manieren invloed op de buitenwereld. Zo was het land tot voor kort na Afghanistan de grootste producent van heroïne ter wereld en is het nog steeds een grote leverancier van methamfetamine. Zo’n 160.000 Birmese vluchtelingen bivakkeren nog in vluchtelingenkampen in Thailand. En alleen al in Thailand werken ruim 2 miljoen Birmese arbeidsmigranten.

Maar in het Westen blijft het imago van Birma bepaald worden door Aung San Suu Kyi. Roel van het Burma Centrum Nederland herinnert zich een gesprek tussen sociale organisaties uit Birma en ambassades van verschillende landen. De sociale organisaties vroegen zich af hoe het beeld van Birma minder negatief kon worden, want zij liepen daardoor hulp mis. Maar de Amerikaanse afgevaardigde zei: „Het beeld wordt bepaald door Aung San Suu Kyi, en zolang zij niet vrij is, blijft het beeld negatief.”

    • Elske Schouten