Akkoord over strengere regels voor banken

Veiliger banken, dat is het doel van het Basel III-akkoord dat op de G20-top is getekend. Maar is dat voldoende? Hoeft de belastingbetaler nooit meer banken te hulp te schieten?

Dr. Arnout Henricus Elisabeth Maria ( Nout) WELLINK (1943) President van De Nederlandsche Bank ijn zijn werkkamer met aan de muur een schilderij van de Nederlandse beeldend kunstenaar Co Westerik. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Nederland. Amsterdam, 25 maart 2009

Er was ook nog een enkel succes te melden op de G20-top in Seoul. De regeringsleiders van de twintig grootste economische landen hebben gisteren hun handtekening gezet onder het Basel III-akkoord. Dat moet voorkomen dat banken door riskant gedrag nogmaals een crisis veroorzaken zoals in 2007. Zoals regeringsleiders het zelf schrijven in hun slotverklaring: „Dit nieuwe raamwerk zal een robuuster financieel systeem garanderen, door de vroegere excessen van de financiële sector in te dammen.”

President Nout Wellink van De Nederlandsche Bank is opgelucht. Hij is voorzitter van het Basels Comité van centrale bankiers dat het akkoord heeft opgesteld. „Het heeft ons een paar jaar gekost en dat is best lang na de crisis. Maar met Basel II zijn we veel langer bezig geweest”, zegt hij. „Het is nu veel onwaarschijnlijker dat overheden nog een keer de banken zullen moeten redden”, verwacht hij. „Banken zullen door deze maatregelen traditioneler gaan bankieren. Voor riskante activiteiten zullen ze soms wel vier of vijf keer meer kapitaal moeten aanhouden dan in het verleden.”

De kern van Basel III is dat banken hogere kapitaalbuffers en meer liquide middelen moeten aanhouden. Tot dusver hoefden zij maar 2 procent kapitaal aan te houden tegenover hun uitstaande beleggingen. Dat wordt verhoogd naar 7 procent.

Ook de kwaliteit van het kapitaal gaat omhoog: hoe riskanter de bezittingen, hoe hoger het kapitaal dat aangehouden moet worden. Het gevolg is dat banken hun winsten de komende jaren vaak niet als dividend zullen uitkeren, maar aan hun kapitaalbuffers zullen toevoegen. Ook zullen ze via aandelenemissies voor naar schatting honderden miljarden moeten aantrekken om aan de nieuwe eisen te voldoen.

Er zijn bankiers die de nieuwe regels te streng vinden. Topman Vikram Pandit van Citigroup waarschuwde dat de nieuwe eisen banken zullen dwingen om minder kredieten te verlenen, vooral aan bedrijven of consumenten die het financieel lastig hebben.

Een groep vooraanstaande internationale economen publiceerde deze week een brief in de Financial Times dat de kapitaalsvereisten van Basel III juist tekortschieten. Het blijft mogelijk om te bankieren met te veel vreemd en te weinig eigen vermogen, vinden zij. Een van de ondertekenaars is Arnoud Boot, hoogleraar ondernemingsfinanciering aan de Universiteit van Amsterdam. „Zo verander je de mentaliteit van bankiers niet”, zegt hij. „Bij hogere kapitaalniveaus verdwijnt het risico zoals we dat in de afgelopen jaren hebben gezien. Als banken dan veel risico nemen, spelen ze met hun eigen geld.”

Boot verwijt de bankiers dat ze kapitaal als kosten beschouwen. „Maatschappelijk gezien is dat al helemaal niet zo. Het is heel raar dat de schulden van banken fiscaal gesubsidieerd worden, terwijl – als het misgaat – de overheden ervoor kunnen opdraaien. Maar ook de redenering dat het voor banken een kostenpost is, klopt niet. Het is niet zo dat hun kosten hoger zijn als ze meer aandelenkapitaal aantrekken. Alleen het risico en rendement worden anders verdeeld.”

In Basel III is wel een zogeheten leverage ratio opgenomen, die aan zal geven welk deel van het balanstotaal eigen vermogen moet zijn. Maar het niveau daarvan is nog niet bepaald. „We hebben daar internationaal nog te weinig ervaring mee”, zegt Wellink.

Boot is pessimistisch: „Dat is een minimumniveau, als banken eronder komen zou ingegrepen moeten worden. Banken moeten leren inzien dat het voor henzelf beter is.”

Zwitserland nam in september een radicale stap door de twee grootste banken van het land, UBS en Credit Suisse, op te leggen veel meer kapitaal aan te houden dan Basel III voorschrijft. Een stap in de goede richting, vindt Boot. „Maar het heeft een andere reden. De Zwitserse economie is te klein voor zulke grote banken.”

Ook Wellink zegt de Zwitserse stap te begrijpen. Zou het voor Nederland ook verstandig zijn? Wellink: „Onder Basel II legden wij de grote banken ook al zwaardere eisen op, en daar klaagden ze over dat het geen gelijk speelveld was. Maar het zou best weer kunnen. Dat weet ik nog niet.”

Het veilig maken van het financiële stelsel is nog niet klaar. Er is nog niet vastgesteld wie de internationale systeembanken zijn en wie niet. Dat zijn de banken die door hun omvang of grote hoeveelheid internationale activiteiten bij hun ondergang het financiële systeem kunnen meesleuren.

De bedoeling is dat ook zij hogere kapitaalseisen opgelegd krijgen en dat zij vastleggen hoe voorkomen kan worden dat zij als ze omvallen het hele financiële systeem mee omver trekken.

„Daardoor ontbreekt nog een essentiële bouwsteen”, zegt Harald Benink, hoogleraar bankwezen en financiering aan de Universiteit van Tilburg. „Dat is zorgelijk. Vooral omdat de groep erg klein lijkt te worden. Sommige landen zijn succesvol met lobbyen dat hun bank alleen maar op de nationale markt belangrijk is. Maar ook zij kunnen het systeem meesleuren.”

De Financial Times citeerde deze week uit een lijstje met twintig banken. „Dat kunnen er best veel meer worden”, zegt Wellink. „maar het is lastig om te bepalen wie er wel en niet bij horen. Reken er maar op dat een aantal banken de komende tijd veel bescheidener zijn.” Pas eind volgend jaar zullen de systeembanken aangewezen worden.

Kritiek is er ook geweest op de lange invoeringstermijn van de nieuwe afspraken. Wellink zelf heeft eerder laten doorschemeren dat het wat hem betreft sneller zou mogen gaan. „Maar we moeten ervaring opdoen. We weten niet wat de onbedoelde gevolgen zijn en dat moeten we kunnen bijsturen. We willen ook niet op korte termijn de economie om zeep helpen met te strenge maatregelen.”