Zet door, duw ze toch de gracht in!

Na vijf jaar is er weer een nieuwe Ronald Giphart.

Heel even meen je getuige te zijn van een schrijver die z’n clownspak aan de wilgen hangt.

‘Op een schaal van decibellen viel het mee, maar nimmer ben ik in een leeskring zo hysterisch toegejuicht’, merkt schrijver Giph op over een geslaagde voorleesavond in een bibliotheek in Bilthoven. En dat terwijl de betreffende avond zo stroef begon: ‘De zaal luisterde zoals bibliotheekpubliek luistert. Een vrouw keek in devotie naar me op. Een man zat psychopatisch voor zich uit te staren. Een oudere dame maakte aantekeningen. Drie mensen lagen in coma. Een oudere heer werd gereanimeerd in het gangpad.’

Ietwat gechargeerd kan worden gesteld dat de kern van IJsland, Ronald Gipharts terugkeer als romanschrijver na een afwezigheid van vijf jaar, zich ergens tussen bovenstaande uitersten bevindt. In een tafereel dat nog geen pagina in beslag neemt, sterft de schrijver Giph een (voorlopige) dood, terwijl gelijktijdig de performer Giph wordt geboren.

De twee vrienden uit de cabaretwereld die Giph naar Bilthoven heeft meegenomen, generen zich zozeer voor het duffe optreden van hun vriend, dat ze hem nog tijdens de lezing ten overstaan van het publiek luidkeels van advies voorzien. Hier reageren de toehoorders zo positief op (‘Lachen in een bibliotheek, dat hadden ze nog nooit meegemaakt!’), dat Giph en de twee grappenmakers daarna besluiten als trio de theaters van Nederland aan te doen. Giph, die in deze roman de indruk wekt niet goed te weten wat hij wil, is van baan veranderd toen hij even niet oplette. Hij zal in de luwte van zijn vrienden Ludo en Egon, ware podiumbeesten overigens, uitgroeien tot een geliefde gast in de Nederlandse theaters. Hij wordt een van de ‘handelaren in humor’. Over het schrijven zelf rept hij niet meer, of het moeten de taalgrapjes zijn die hij voor de toernee bedenkt.

Met dit gegeven – de schrijver wiens werkplek bewust of onbewust eerder het podium dan de schrijftafel is – heeft Giphart een interessant thema te pakken. Zijn Giph krijgt er na verloop van tijd moeite mee om altijd maar de paljas te moeten uithangen met die geflipte Ludo en Egon. Hij wil, zo merkt hij ergens op, wel weer eens een roman schrijven. Daar kun je Giph eigenlijk alleen maar gelijk in geven, want de mensen met wie hij on the road zit opgezadeld, zijn zo nu en dan vermakelijke, maar toch vooral erg kinderachtige types.

Giphart hangt hier Giphs bezwaren echter niet volledig aan op. Wat heet. Door de roman heen is een tweede verhaallijn gevlochten, waarin wordt verteld hoe Giph na een afgebroken relatie bij de Friese Teaske belandt. Deze Teaske, die na een ‘wilde periode’ is bezwangerd door een man die in het boek lange tijd identiteitloos blijft, zorgt er onbedoeld voor dat Giph in z’n hoofd steeds verder van zijn theatergroepje af komt te staan. Wanneer Teaske van een kindje bevalt dat ernstig ziek blijkt te zijn, slaat Giphs ‘normale’ toestand van lichtheid definitief om in ernst.

Giphart past er zijn taalgebruik doeltreffend op aan. Terwijl hij eerst de ene studentikoze taalvondst aan de andere rijgt, snijdt Giphart alle krullen en tierelantijnen van de taal af wanneer zijn held naast het bedje van het zieke kind zit. Giph ziet zich geconfronteerd met een situatie waar met de beste wil geen enkele grap uit valt te halen voor een theaterprogramma. Dat hij niet eens de vader van het zieke jongetje is, zou hij bijna vergeten.

Dit is het geslaagdste deel van IJsland. De prikkelbare, zelfs hatelijke stemming van Giph overtuigt, vooral omdat je er na alle voorgaande stilistische opsmuk zo door overvallen wordt. Heel even rijst het vermoeden dat het niet alleen het personage Giph is dat hier tot inkeer komt, maar dat je ook getuige bent van een schrijver die z’n clownspak aan de wilgen hangt. Op dat punt begin je hem aan te moedigen. Zet dóór, duw die Ludo en Egon toch de gracht in!

Maar het lijkt wel alsof Giphart is geschrokken van wat hij zag ontstaan. Wanneer Giph en z’n vrienden in het land uit de titel zijn aanbeland, boet IJsland aan kracht in en neemt het opnieuw het anekdotische karakter van het eerste deel aan. Uiteindelijk moet er een gevalletje verdwenen spaargeld (IJsland!) aan te pas komen om de vrienden te laten botsen, terwijl de clash van karakters waar je op hoopt er bij in schiet.

Arme Giph strompelt beduusd over de laatste pagina’s van IJsland. ‘Ik denk niet dat ik me ooit een vollediger mens voelde dan toen ik als ouder in het ziekenhuis zat, van de wereld verlaten, vechtend voor mijn jongen.’

Bezoek ook de auteurssite: www.ronaldgiphart.nl

Ronald Giphart: IJsland. Podium, 240 blz. € 17,50