Voorspel van de 'Engel', voorafschaduwing van de 'Wind'

Carlos Ruiz Zafón: De nevelprins. Vert. Nelleke Geel. Signatuur, 192 blz., € 15,-

Voordat Carlos Ruiz Zafón met De schaduw van de wind in 2001 de zegetocht begon die dat boek tot een van de grootste bestsellers van het afgelopen decennium zou maken, had hij al een viertal romans voor jonge lezers geschreven. Ze zullen de komende twee jaar in het Nederlands worden vertaald. De nevelprins (El príncipe de la niebla, 1993), is de eerste daarvan.

De schaduw van de wind en het twee jaar geleden verschenen Spel van de engel waren allebei in Barcelona gesitueerd. Maar wie Zafón onlosmakelijk met deze stad verbonden acht, komt met De nevelprins voor een verrassing te staan. Het verhaal speelt zich af aan de Engelse kust waarheen het gezin Carver het oorlogsgeweld van het jaar 1943 is ontvlucht. Na een ongeluk van een van de drie kinderen blijven de 13-jarige Max en zijn oudere zusje Alicia alleen achter in het strandhuis dat de familie heeft gehuurd en waar zich al wat geheimzinnige gebeurtenissen hebben afgespeeld.

Dat doet denken aan het begin van de Narnia-cyclus van C.S. Lewis, maar daarmee houdt de overeenkomst wel op. Niet de sprookjeswereld van schone prinsen en boze feeën heeft Zafón geïnspireerd, maar Goethes Faust en de horror van oude spook- en griezelfilms. Mefistofeles komt tot leven in de angstaanjagende figuur van Dr. Cain die zijn slachtoffers de vervulling van hun diepste wensen belooft en daarvoor later een hoge tol komt eisen. Het filmgenre verschijnt expliciet wanneer Max in het kusthuis een paar oude filmrollen vindt waarop verontrustende beelden te zien zijn die rond het huis zelf geschoten zijn.

Daarmee is de latere Zafón in deze debuutroman al helemaal aanwezig. Het verleden achtervolgt het heden en trekt daarin zijn rampzalige spoor, zoals in De schaduw van de wind. En de duivel helpt een handje bij het zaaien van dood en verderf, zoals in Het spel van de engel. Maar anders dan in die laatste, hopeloos spaaklopende roman heeft Zafón zijn verhaal in De nevelprins goed in de hand. Hij schuwt het bovennatuurlijke niet, maar laat het wel een logische weg volgen waarlangs het plot zich op coherente wijze ontvouwt.

Vroegwijs en onwaarschijnlijk zelfstandig als jonge hoofdpersonen in dit soort jeugdboeken zijn, krijgen Max en Alicia van Zafón niettemin een geloofwaardig karakter mee. Ze leren op harde wijze de tragiek van het leven, want De nevelprins loopt niet goed af. Het boosaardigste lot is weggelegd voor hun vriendje Roland, die met zijn grootvader aan het strand woont en met wie ze gaan duiken naar een voor de kust gezonken schip. De verschrikkingen die dat bevat zullen ten slotte de ware identiteit van Roland onthullen en hem het leven kosten.

In zijn vier jeugdboeken wordt Zafón gaandeweg de auteur die met De schaduw van de wind wereldfaam zal krijgen. De cyclus eindigt dan ook in Barcelona. Al in De nevelprins weet hij zijn lezers (en niet alleen de jongeren onder hen) moeiteloos mee te krijgen in het spookachtige universum waarin hij hen binnenleidt, en hen terloops wat levenslessen mee te geven.