Voor haar was het echt een makkie

Deze week zijn de begrotingsbehandelingen in de Tweede Kamer begonnen. De nieuwe ministers van Zorg en Onderwijs waren als eersten aan de beurt. Hoe deden zij het?

Den Haag : 14 oktober 2010 Kabinet Rutte. Minister van onderwijs, cultuur en wetenschap Marja Bijsterveldt. foto © RVD/Kouwenhoven en Rozenburg

Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart (CDA) Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Begroting: 33,6 mld euro (13,2 procent van totale uitgaven rijksbegroting)

Een makkie. Zonder een druppel zweet op haar voorhoofd rondde Marja van Bijsterveldt (CDA) gisteren haar eerste begrotingsbehandeling als minister van Onderwijs af. De oppositie, die onder meer stevige kritiek had op de aangekondigde bezuiniging van 300 miljoen euro op het passend onderwijs voor kinderen met leerproblemen, kon de minister geen moment van haar stuk brengen.

Van Bijsterveldt had het dan ook wel wat makkelijker dan sommigen van haar collega’s, die dezer weken in de Tweede Kamer uitleg moeten geven over miljardenbezuinigingen. Op onderwijs wordt netto 100 miljoen euro gekort; daarnaast wordt binnen de begroting geschoven met 1,3 miljard euro. Het passend onderwijs is met een min van 300 miljoen de grootste verliezer van deze operatie.

Over de gevolgen van deze bezuiniging was Van Bijsterveldt eerlijk. Ze beloofde de Kamer het geld zoveel mogelijk uit de bureaucratie te halen, „maar het is een illusie om te denken dat kinderen hiervan niets gaan merken. Er zal straks voor sommige leerlingen minder geld beschikbaar zijn.”

De debatstijl van Van Bijsterveldt laat zich het best vergelijken met de bewegingen van een beoefenaar van een oosterse vechtkunst. Ze buigt eerst mee met haar opponent – „Ik deel uw zorg hierover” – om daarna de kinetische energie om te buigen in de door haar gewenste richting – „en daarom heeft dit kabinet het volgende besloten”.

Daarbij komt haar dossierkennis haar goed van pas. Van Bijsterveldt is samen met minster De Jager (Financiën, CDA) de enige bewindspersoon die op hetzelfde departement werkzaam is als tijdens het laatste kabinet-Balkenende. Dat zorgt ervoor dat ze minder afhankelijk is van door haar ambtenaren voorbereide antwoorden en vrijuit kan spreken.

Een aardig voorbeeld hiervan was de gedachtewisseling die ze had met GroenLinks-Kamerlid Jesse Klaver. Die had haar gevraagd meer geld te steken in innovatie. Van Bijsterveldt reageerde: „De heer Klaver zei: zonder geld geen innovatie. Dat vond ik leuk, want dat is absoluut niet waar.” Ze vertelde aan Klaver (jaargang 1986) dat haar moeder tijdens de oorlog jassen van haar broertjes ‘omkeerde’ om ze zo langer mee te laten gaan. „Dus innovatie zonder geld is misschien soms kansrijker dan innovatie met geld.” En met een lach: „Dat wil ik toch even zeggen tegen dit geachte parlementslid, dat echt een welvaartskind is.”