Twee toneelstukken, één bruinleren bank

DOEK! door: Maria Goos met: Peter Blok en Loes Luca regie: Aat Ceelen Kik productions

Toneelvoorstellingen zijn als parels aan een halssnoer. Voorstellingen rijmen op elkaar, vullen elkaar aan of gaan met elkaar in dialoog. Ik zag in de schouwburg van Delft Doek! van Maria Goos, prachtig vertolkt door Loes Luca en Peter Blok. De schouwburg was uitverkocht. De zaallichten doofden en een grote, bruinleren gecapitonneerde bank werd zichtbaar in de toneellampen. „Dat is de bank van Virginia Woolf!” klonk het om me heen.

Inderdaad. In 2007 regisseerde Gerardjan Rijnders een baanbrekende versie van Who’s Afraid of Virginia Woolf? van Edward Albee met Porgy Franssen en Olga Zuiderhoek in de hoofdrollen. Twee banken domineerden het toneelbeeld. Een daarvan is terechtgekomen in het decor van Doek! in de regie van Aat Ceelen. Dit is geen toeval. In het begin van het stuk, als Peter Blok zich over de bank buigt en Loes Luca tartend aanspreekt, lijkt het even of we in Who’s Afraid... terecht zijn gekomen. Dezelfde machteloze liefdesstrijd, dezelfde weerloze innigheid. De bank als plaats van handeling.

Dankzij deze verwijzing wordt het toch al zo rijke Doek! nog rijker. Toneelopvoeringen schrijven samen toneelgeschiedenis. De fenomenale Richard III met Gijs Scholten van Aschat in de hoofdrol met muziek van Tom Waits is geen eenmalige gebeurtenis. Wie eerdere Richards III zag of Tom Lanoyes bewerking als Risjaar Modderfokker den Derde neemt deze toneelervaringen mee. Wie een latere Richard III zal zien, ontkomt niet aan de onvergetelijke Waits-variant. Ander voorbeeld: Toneelgroep Amsterdam brengt Phaedra van Racine met Chris Nietvelt als titelheldin in een imposant decor met op claustrofobische wijze dichtschuivende decorwanden. Het symbool is duidelijk: koningin Phaedra is een gevangene, omsloten door de onneembare vesting van het paleis. Ze is ook de gevangene van strenge conventies, want ze mag als oudere vrouw niet verliefd worden op een jonge jongen. In 1982 vertolkte Anne Wil Blankers bij de Haagse Comedie een Phèdre die zich afspeelde in een reusachtige vogelkooi. De achterliggende gedachte is dezelfde: ook deze Phèdre kan niet wegvliegen en haar hartstocht volgen.

Op dit moment zijn er twee versies van Shakespeares beroemdste toneelstuk Hamlet te zien. Een in de regie van Jos Thie bij De Utrechtse Spelen en een door Toneelgroep Oostpool, regie Marcus Azzini. Onlangs was ook nog eens de Hamburgse Hamlet te zien in de regie van Luk Perceval in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Perceval splitst Hamlet in tweeën: een jonge en een oude Hamlet. Dat is een unieke ingreep, zover ik weet niet eerder vertoond. Wel eerder gezien is de samensmelting van Hamlets moeder Gertrude en zijn geliefde Ophelia tot één actrice. Jos Thie doet dat, en meerdere regisseurs gingen hem daarin voor. Bij Toneelgroep Oostpool zijn moeder en geliefde weer verdeeld over twee actrices. Hier geen freudiaanse verstrengeling van moeder en minnares.

Elke voorstelling kent verwijzingen naar eerdere voorstellingen. Dat is het spannende aan toneel. De opvoeringsgeschiedenis van toneelstukken vormt een theatraal cultureel erfgoed. Telkens andere visies en accenten, en toch ook weer gelijk. Zelfs het gloednieuwe Doek! voegt zich prachtig in de theatertraditie.

    • Kester Freriks