Soldaten als filmster

Vinden wij het erg als de Deense militair glunderend vertelt hoe ze de vier Talibaanstrijders „op zo menselijk mogelijke wijze liquideerden”? Er lagen er vier op een hoop te kreunen, ta-ta-ta-ta, doet huzaar Daniel een machinegeweer na. Verderop in de greppel kroop er nog één weg, ta-ta-ta.

Op dit punt in de documentaire Armadillo, waarin we een Deens peloton in een voorpost in de Afghaanse provincie Helmand volgen, vinden we dat helemaal niet zo erg. Wij dwalen dan al een uur met de Denen rond in ‘the fog of war’, zagen hoe drie kameraden sneuvelden door een bermbom en een ander zijn benen verloor.

In Nederland rommelt het debat al sinds het begin van onze ‘Wederopbouwmissie’ in Uruzgan. Moet een journalist zich laten ‘embedden’? Kan hij opgesloten achter de zandzakken van het militaire fort iets begrijpen van de realiteit daarbuiten? Deelt hij niet automatisch het militaire perspectief? Voor ons bleef het een academische kwestie: het Nederlandse leger koos ervoor om in Uruzgan de pers niet mee te nemen bij ‘offensieve’ operaties. Andere naties in de NAVO-troepenmacht ISAF tonen meer openheid. IDFA-directeur Ally Derks verkeerde dit jaar in de luxe te kiezen uit twee voortreffelijke documentaires van filmmakers die samenleefden met grondtroepen van de NAVO in Afghanistan: Amerikanen in Restrepo, Denen in Armadillo. Derks koos Armadillo, maar eigenlijk had ze beide moeten tonen. Samen geven ze een adembenemend inzicht in de mogelijkheden van ‘embedded journalism’.

Sebastian Junger en Tim Hetherington brachten elk vijf maanden door op een Amerikaanse voorpost in de Korengal Vallei, vernoemd naar de daar gesneuvelde hospik Juan Restrepo. Een geïsoleerd adelaarsnest dat de Amerikanen tot verrassing van de Talibaan in 2007 brutaalweg midden op hun aanvoerroute aanlegden. Tientallen doden later werd de post in april 2010 verlaten.

In Restrepo is de camera echt een ‘vlieg op de muur’: hij vangt het extreme geweld, de verveling en de adrenalinerush van het gevecht. „Als er op je wordt geschoten – dat is als crack”, peinst sergeant Steiner. Het is pure ervaringscinema: de Afghaanse oorlog door het oog van de militair, zonder commentaar of context. De Amerikaanse wilskracht en heroïek imponeert.

In dat opzicht is Restrepo de triomf van ‘embedded journalism’. Bij de Golfoorlog van 1991 hield het Amerikaanse leger, de lessen van Vietnam indachtig, de pers op grote afstand van het slagveld: dagelijkse beelden van precisiebommen moesten een schone oorlog suggereren. Op korte termijn met succes, later groeide de kritiek. Daarom werd bij de inval in Irak in 2003 de tegengestelde methode gekozen: journalisten aan militaire eenheden toevoegen en diep in de actie dompelen. Dat bleek een groter succes. Publicitaire schade door mopperende soldaten wordt ruimschoots gecompenseerd door een groter goed: identificatie met soldaten die in extreme stress op een complex slagveld overleven.

Voor het Deense leger was Armadillo geen onverdeelde zegen. De documentaire, die in Cannes de Grote Prijs van de ‘Week van de Kritiek’ won, was wekenlang de best bezochte film in Denemarken en ontketende een fel debat. Dat wilde het leger ook in zekere zin, zegt Metz telefonisch vanuit New York: laten zien hoe zwaar hun taak werkelijk was. Maar Armadillo ging wat verder dan gehoopt. Metz volgt een peloton huzaren van trainingskamp naar het Brits-Deense fort Armadillo, vernoemd naar het buideldier op het uniform van de daar gesneuvelde majoor Storrud, is een wespennest tussen strijdende stammen, opgestookt door de Talibaan.

Metz’ documentaire is filmischer dan Restrepo. Metz toont wat oorlog met jonge soldaten doet met suggestieve montage en thrillermuziek. We zien de jonge Denen met de bekende motivatie naar Afghanistan reizen: op avontuur gaan, zichzelf testen, het verschil maken. En hoe zij in hun contacten met de locale bevolking wegglijden in cynisme. Afghanistan is geen plaats voor idealisme. In Armadillo zien we de bravoure van jongens die heavy metal draaien en harde porno kijken, maar ook een militair die urenlang vingers en organen van een opgeblazen collega raapte en daarover grappen maakt. Anders word je gek.

En uiteraard ‘het incident’. Na talloze confrontaties met de onzichtbare Talibaan zijn we bij een vuurgevecht waarbij twee Denen gewond raken. In het tumult gooit huzaar Daniel een handgranaat in een greppel waar Talibaan in hinderlaag liggen: dan rennen we met schokkende camera in dekking, horen geschreeuw en korte uitbarstingen van mitrailleurvuur. Ten slotte zien we hoe de lijken uit de greppel worden gesleurd, de opwinding en ontlading. Eindelijk kunnen de jongens eens terugslaan. Waarna het uitgelaten opscheppen over de ‘liquidatie’ stukje bij beetje wordt ingeslikt, zeker als een onderzoek naar de toedracht begint. Probeerden de gewonde Talibaan zich over te geven? Was dit moord in het heetst van de strijd?

Het Deense leger nam een groot risico door Metz’ camera toe te laten. En achteraf volgde een harde confrontatie. De legerleiding eiste dat Metz zijn beeldmateriaal inleverde: het zou geclassificeerd NAVO-materiaal zijn dat de nationale veiligheid raakte en aan ‘het doel van de documentaire’ voorbij schoot. Janus Metz: „Er groeide een hoge mate van paranoia en wantrouwen.” Die duurde voort tot aan de wereldpremière in Cannes, toen het ministerie van Defensie op de valreep nog een veto kon uitspreken. Maar telkens schrok men terug voor het grotere schandaal van inbeslagname en censuur.

Metz: „We zijn in oorlog. Ik wilde in Armadillo het duistere, archaïsche gezicht daarvan tonen. Dat het voor iedereen een Heart of Darkness is: ongeacht je idealen, moet je de rivier afvaren en net zo worden als je vijand. De grens tussen beschaving en barbarij is dun.”

Om dat proces van verharding te tonen, moest Metz afstand nemen van de soldaten met wie hij lief en leed deelde. Dat voelde als verraad, erkent hij: het pijnlijkste moment van zijn leven was de vertoning van Armadillo aan het peloton. Razend waren ze. Metz had hen misbruikt, hij was een matennaaier.

En daarom werkt embedding zo goed, denkt Metz. „Je wordt intiem met elkaar als je bijna vier maanden in een fort zit. Je schrijft vooraf een verzegelde afscheidsbrief aan je ouders en vriendin, net als zij. Gedeeld gevaar smeedt een ijzersterke emotionele band. Die is veel machtiger dan militaire censuur.” Nettoresultaat, doorgaans: „What happens in Afghanistan, stays in Afghanistan.”

Inmiddels heeft Metz zich weer verzoend met zijn huzaren. Armadillo mag een debat hebben ontketend, vrijwel niemand rekende de soldaten hun gedrag aan. Het succes van Armadillo vervulde ze met trots: ze zijn nu een soort filmsterren.

‘Embedded’ documentaires als Restrepo en Armadillo laten zien hoe moeilijk het nog altijd is voor een technologisch superieur leger om vat te krijgen op een primitieve vijand die zich onder de bevolking beweegt als een vis in het water. In die zin zetten ze vraagtekens: hoe hopeloos is de ISAF-missie in Afghanistan? Tegelijkertijd kweken de films begrip voor soldaten en geven hun werk glamour, ook als ze hun kritische distantie bewaren zoals Armadillo. Hoeveel jongens vragen zich na afloop af of zij hard genoeg zijn om zich in Afghanistan te handhaven? Neem de huzaren zelf: ondanks de doden, gewonden en trauma’s willen ze bijna allemaal terug.

Wat dat betreft blijft embedden een succesvolle pr-strategie voor elk leger. Smoren in nabijheid werkt veel beter dan misleiden op afstand.