Schizofreen door Wilders? Eerst 'n jointje

Schrijver Hassan Bahara, een van de twee auteurs van het Achterpaginafeuilleton Driss, schrijft tweewekelijks een column over identiteit. Over schizofrenie en jonge Marokkanen, deze week.

Marokkaan aller Marokkanen, Mohammed Rabbae, kreeg het te zwaar toen hij in een Amsterdamse rechtbank PVV-leider Geert Wilders voorhield welke verwoestende gevolgen zijn discriminerende uitlatingen hebben op de geestelijke gezondheid van jonge Marokkaanse Nederlanders. Met verstikte stem legde Rabbae een gewaagd verband tussen Wilders’ scheldtirades en de verontrustende toename van jonge Marokkanen die aan schizofrenie lijden. Aan de bron van hun aandoening lagen Wilders’ aanhoudende en hondsdolle aanvallen op hun identiteit. De redenering was duidelijk: wie gereduceerd wordt tot een straatterrorist die straffeloos door de knieën geschoten mag worden, zal onherroepelijk in een identiteitscrisis terechtkomen die schizofrenie als enige uitkomst heeft.

Rabbaes emotioneel betoog ging erin als Gods woord in een ouderling bij iedereen die Wilders’ politiek als het grootste gif voor de volksziel beschouwt. Hierbij speelt vooral de eenduidige opvatting van schizofrenie als een ontspoorde innerlijke geestesstrijd een grote rol. Wilders is in zo’n simpele voorstelling van zaken de perfect gecaste bullebak die rücksichtslos inhakt op het broze zelfbeeld van jonge mensen.

Het is van een epische tragiek, maar is het ook de volledige waarheid?

Nee, beweert een vriend die al meer dan twintig jaar werkzaam is in de psychiatrische hulpverlening. Ook hij zag in de afgelopen jaren een onevenredige toename van jonge Marokkanen met schizofrene klachten, maar zijn verklaring hiervoor is een andere dan die van Rabbae. Mijn vriend zijn verklaring is vooral banaler: jointjes en een zwak genetisch gestel, dat is het.

Onder sommige Marokkaanse jongens, met name de sociaal zwakkere, heerst een sterk ontwikkelde softdrugcultuur. Ze hebben geen werk, zitten niet op school – een groot deel van hun tijd zit in het verroken van hun bij elkaar gescharreld geld. Dit gedrag, in combinatie met een genetische aanleg, is waarschijnlijk veel eerder de oorzaak van zoveel schizofrene Marokkaanse jongens.

Brahim, de schizofrene jongen die ik in mijn eerste column portretteerde, heeft zich nog nooit uitgelaten over Wilders of welke politicus dan ook. Op mijn vraag of de uitspraken van sommige politici hem in verwarring brengen haalde hij zijn schouders op. „Pffff” antwoordde hij.

Brahim en jongens zoals hij, als Wilders’ hoogsteigen creatie – het is een aantrekkelijke gedachte voor iedereen die van Wilders’ diabolische inborst overtuigd is, maar met de werkelijkheid heeft het weinig van doen.

Overigens heeft Brahim het veel te druk om stil te staan bij wat Wilders wel of niet over hem beweert. Hij is namelijk een aantal maanden geleden tot een duidelijk besluit gekomen: de kwaliteit van zijn leven moet onmiddellijk verbeteren. Hij wil een zinnige dagbesteding hebben en niet meer alle uren van de dag zinloos over straat slenteren. En hij wil eindelijk onder de hoede van zijn ouders vandaan komen en op zichzelf gaan wonen. Zelfstandigheid en zelfredzaamheid moeten hem afhelpen van zijn zelfbeeld als hulpeloze patiënt. Intussen zijn de raderen van de talloze hulpinstanties die Amsterdam telt in werking gezet en zij zullen Brahim helpen bij zijn gang naar onafhankelijkheid.